10 Sprachstadt 25-26 Campingplatz/Restaurant/Supermarkt

GIMKIT:  SCHREIBEN/ Rechtschreibung 
Doel: je leert welke schrijffouten je nog maakt als je de zinnen moet schrijven

Wat levert het je op? Bij je volgende minitoetsje maak je minder spelfouten en haal je dus een hoger cijfer.
Hoe win je en leer je er het meest van? Check voordat je op submit klikt eerst in je boekje of je de zin helemaal goed geschreven hebt. 

Tip!: Speel deze Gimkits ook elke dag 10 minuten thuis. Zo herhaal 
je de zinnen vaak genoeg om ze bij Sprachstadt vloeiend te kunnen zeggen. 


1 / 26
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

GIMKIT:  SCHREIBEN/ Rechtschreibung 
Doel: je leert welke schrijffouten je nog maakt als je de zinnen moet schrijven

Wat levert het je op? Bij je volgende minitoetsje maak je minder spelfouten en haal je dus een hoger cijfer.
Hoe win je en leer je er het meest van? Check voordat je op submit klikt eerst in je boekje of je de zin helemaal goed geschreven hebt. 

Tip!: Speel deze Gimkits ook elke dag 10 minuten thuis. Zo herhaal 
je de zinnen vaak genoeg om ze bij Sprachstadt vloeiend te kunnen zeggen. 


Slide 1 - Slide

Hausaufgaben 
  • Leer alle  woorden en zinnen op blz 59 tm 63  Nederlands naar Duits (leer elke dag minimaal 10 minuten en overhoor jezelf, ook de spelling) →woordenschattoetsje 
  • Maak het hele boekje af
  • Neem je projectboekje mee naar de les voor de huiswerkcheck.
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

🎭 Theateraufgabe 1: Spielt eine Szene im Restaurant auf Deutsch! 🎭
Doel: Je oefent een gesprek tussen ober en gast in een restaurant.
Stap 1: Werk in tweetallen en spreek af wie de ober en wie de gast is.
Bereid je scène eerst individueel voor (10 minuten):
- Ober: lees de tekst door en vertaal de Duitse zinnen die je niet begrijpt naar het Nederlands, zodat je weet wat je zegt en oefen met de uitspraak van moeilijke woorden.
- Gast: zoek in je projectboekje de zinnen op die je nodig hebt.








Stap 2: Oefen met je duo.
  • Gebruik eerst je boekje en je blad erbij.
  • Probeer het daarna zonder boekje of hulpblad.
  • Let op een natuurlijke uitspraak en intonatie.
  • Gebruik ook gebaren en mimiek en speel de scène echt na. 
  • Hebben jullie het gesprek goed geoefend? Wissel dan van rol.

Tip: Probeer niet alles letterlijk uit je hoofd te doen of alles op volgorde  voor te lezen, maar luister goed naar de ander en reageer zo natuurlijk mogelijk . Fouten maken mag, zolang je blijft praten. Gebruik de compenserende strategieën: vraag om iets herhalen, wat iets betekent of hoe je iets zegt in het Duits.


Stap 3: Tijd om op te treden! 🎬
timer
15:00

Slide 4 - Slide

🎭 Theateraufgabe 1: Spielt eine Szene im Restaurant auf Deutsch! 🎭
Stap 3: Tijd om op te treden! 🎬
Iedereen speelt het gesprek uit voor zijn/haar/diens MC, de mc geeft feedback en daarna kiest je docent een tweetal uit om voor de klas te spelen.
- Gebruik gebaren, mimiek en beweging om het realistischer te maken.
- Zorg voor een duidelijke uitspraak en oogcontact met het publiek.
- Fouten maken mag zolang je maar blijft praten. Gebruik dan de compenserende strategieën: vraag om iets herhalen, wat iets betekent of hoe je iets zegt in het Duits.

Stap 4: Feedback geven en ontvangen 👍
Na elk optreden geeft je mc/ de klas feedback:
Hoe?
Gebruik positieve feedback én concrete tips voor verbetering. Bijvoorbeeld:
•  Tip: "Je maakte nog fouten bij de uitspraak van de ä  bij het woord Spätzle . Die moet je uitspreken als éé dus Speeetzle?"
• Top:  "Jullie spraken heel duidelijk, dat was fijn!"

timer
10:00

Slide 5 - Slide

- Guten Tag! Können Sie (U) mir helfen? Ich suche Obst (fruit).
Vertaling: Goedendag, Kunt U mij helpen? Ik zoek fruit.
- Wo (Waar) finde ich die Gemüseabteilung
(groenteafdeling)? Vertaling: Waar vind ik de groenteafdeling?
- Ich hätte gerne zweihundertfünfzig Gramm,
bitte (alstublieft). Ik had graag 250 gram, alstublieft.
- Ich möchte bitte zahlen/bezahlen
(betalen). Ik wil graag betalen.
Zusammen/ Insgesamt (Samen) macht das neun Euro, oder?
- Guten Tag! Darf ich Sie etwas fragen? Ich suche Nimm 2 Bonbons. Wo ist das
Regal (schap) mit den Süßigkeiten
(snoep)? Vertaling: Goedendag! Mag ik u iets vragen? Ik zoek Nimm 2 snoepjes. Waar is het schap met het snoep?
- Danke schön und einen schönen
(mooie) Tag noch. Vertaling: Dank u wel en fijne dag nog!
- Was ist heute im Angebot (aanbieding)? Vertaling: Wat is er vandaag in de aanbieding? Und haben Sie eine
Plastiktüte (plastictas)? Vertaling: En heeft u een plastic tas?

Slide 6 - Slide

Meme der Woche & Sprechen
- Kennst du das? Ja/ Nein, ich kenne das (nicht).
- Wie oft gehst du mit deinen Eltern in den Supermarkt?
Ich gehe ......
  • oft (vaak)
  • manchmal, (soms)
  • fast nie (bijna nooit)
  • nie. (nooit)...
..... mit meiner Mutter/ meinem Vater in den Supermarkt. 
timer
2:00

Slide 7 - Slide

MC-Aussprache- Wettkampf
1. Bekijk en noteer welke letters in het Duits anders worden uitgesproken dan in het Nederlands. 
2. Je docent geeft jouw mc een nr.
Oefen om de beurt de uitspraak van deze woorden en corrigeer elkaar. 
3.  MC-Aussprache-Wettkampf!!!

Wat levert deze oefening je op? --> We doen hierna een MC-Uitspraakwedstrijd en de MC met de minste fouten wint (snoep!)
timer
3:00
Welke letters worden in het Duits anders uitgesproken dan in het Nederlands? 

Slide 8 - Slide

Aussprache Wettkampf
Gruppe 6:
1. fünfundzwanzig
2. sie heißt
3. Magst du das auch?
4. beim Schwimmbad
5. heute im Angebot
6. einen schönen Tag noch
7. Wo ist das Regal mit den Nudeln?
Gruppe 1:
1. der Brüder
2. Ich heiße
3. der Supermarkt
4. die Geschwister
5. Bist du neu hier?
6. Käseabteilung
7. Können Sie das bitte schneiden?

Gruppe 2:
 1. übrigens
2. du heißt
3. der Bruder
4. die Schwester
5. um halb neun
6. Ich hätte gern...
7. Ich möchte bitte bezahlen.



Gruppe 3:
1. würde
2. draußen
3. gutes W-LAN
4. ich schwimme gern
5. Ich freue mich.
6. ältere Schwester
7. Zusammen macht das zehn Euro?
Gruppe 4:
1. das Frühstück
2. wie heißt
3. Und du?
4. Entschuldigung?
5. Wie sagt man "wortel" auf Deutsch?
6. die Getränke
7. Ich möchte bar zahlen.





Gruppe 5:
1. fünf
2. Süßigkeiten
3. um zehn Uhr
4. Oh, schade!
5. Was bedeutet "Speisekarte"?
6. Mein Glas ist nicht sauber
7. Haben Sie eine Plastiktüte






Slide 9 - Slide

Finale Runde
Finalisten 1

1.  Wo ist das Regal mit den Nudeln?
2. Magst du das auch?
3.Haben Sie eine Plastiktüte


Finalisten 2

1. Ich möchte bitte bezahlen.
2. Zusammen macht das zehn Euro?
3.Können Sie das bitte schneiden?

Slide 10 - Slide

MC-AUSSPRACHE BATTLE SUPERMARKT SEITE 53/54
Doel: oefenen met de uitspraak van moeilijke Duitse woorden in de supermarkt
Stap 1:  Individueel: Bekijk de uitleg op blz 53/54 en oefen de woorden op blz 54.
(3 minuten)
Stap 2: In je MC: spreek af wie 
begint en spreek dan het eerste woord uit het tabel op blz 54 correct uit. Je mc beslist of het woord goed uitgesproken is of niet.  Dan gaat degene links van je verder met het volgende woord. Dus steeds 1 woord. 

Wanneer een punt uitspraak? 
Degene rechts naast je, noteert een punt in jouw boekje als de mc besloten heeft dat de uitspraak goed was. 
Bonuspunt? Weet je direct uit je hoofd met het woord een zin uit de woordenlijst mee te maken, dan krijg je een bonuspunt. 

Dan gaat is de persoon links van jou aan de beurt. Hij/zij/die spreekt het volgende woord/of zin uit en de mc beslist: goed of niet. Jij noteert de punt/ bonuspunt. 
Ga hiermee door net zo lang totdat de tijd voorbij is. Dege.ne met de meeste punten, wint
timer
5:00

Slide 11 - Slide

Taaldorp 360: Sprechen üben
1.  Ga naar platform.schoolblocks.nl 
2. Klik op nu registreren. Registreer je met je school e-mailadres Dus: ........@unic-utrecht.nl en gebruik het wachtwoord dat je ook voor test-correct gebruikt. 
2.Klik op verificatie code verzenden en kijk dan in je mailbox voor code.
3. Klik op: ik ben leerling en voer de code in
4. Klik op mijn klassen en vul in Code: SB-FM3Rh
4. Doe een koptelefoon op en kies 1 van de uitgedeelde scènes om te werken aan je uitspraak en je woordenschat voor taaldorp/ Sprachstadt. Werk alle oefeningen zelfstandig door. 

timer
1:00

Slide 12 - Slide

Hoe heb je Taaldorp 360 ervaren? Zou jij het volgend jaar in de 2e klas willen gebruiken en moet UniC het kopen?
2 Tops en 2 Tips

Slide 13 - Open question

MC-AUSSPRACHE BATTLE SUPERMARKT SEITE 53/54
Doel: oefenen met de uitspraak van moeilijke Duitse woorden in de supermarkt
Stap 1:  Individueel: Bekijk de uitleg op blz 53/54 en oefen de woorden op blz 54.
(3 minuten)
Stap 2: In je MC: spreek af wie 
begint en spreek dan het eerste woord uit het tabel op blz 54 correct uit. Je mc beslist of het woord goed uitgesproken is of niet.  Dan gaat degene links van je verder met het volgende woord. Dus steeds 1 woord. 

Wanneer een punt uitspraak? 
Degene rechts naast je, noteert een punt in jouw boekje als de mc besloten heeft dat de uitspraak goed was. 
Bonuspunt? Weet je direct uit je hoofd met het woord een zin uit de woordenlijst mee te maken, dan krijg je een bonuspunt. 

Dan gaat is de persoon links van jou aan de beurt. Hij/zij/die spreekt het volgende woord/of zin uit en de mc beslist: goed of niet. Jij noteert de punt/ bonuspunt. 
Ga hiermee door net zo lang totdat de tijd voorbij is. Dege.ne met de meeste punten, wint
timer
5:00

Slide 14 - Slide

SPRECHAUFGABE SEITE 29/ 30/31 AUF DEM CAMPINGPLATZ

  • STAP 1 blz 29/30 --> individueel 
  • STAP 2 blz 30/31 --> in je mc
  • STAP 3 blz 31 --> schrijf in je schrift een dialoog
  • STAP 4:  blz 31/32Presenteren en acteren / Luisteren en noteren

timer
10:00

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Link

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

ZUNGENBRECHER BATTLE: IM RESTAURANT blz 42/43

🎯 Doel: Je oefent je uitspraak op een speelse manier met een Zungenbrecher (tongbreker).

🧠 Zungenbrecher
„Fischers Fritz fischt frische Fische,
frische Fische fischt Fischers Fritz –
für hungrige Gäste im feinen Fischrestaurant.“


 


🧠 Stap 3 – Spreek / Oefen met een partner: 
Oefen de Zungenbrecher in tweetallen:
1. Jullie zeggen hem om de beurt.
2. Daarna zeg je hem tegelijk, zo duidelijk mogelijk.
3. Probeer hem steeds sneller te zeggen, maar wel zonder fouten.
📝 Reflectie Welke klank vond jij lastig? Wat ging juist goed?

🔍 Let goed op de uitspraak van deze klanken:
• sch → Fisch, Fischrestaurant, shj
• ch → ich, shj
• ä → Gäste (klinkt als “eh”)
• u → hungrige (korte ‘oe’ klank)
• ü → für (u als de u in Utrecht)

🧠 Tip: Spreek langzaam en overduidelijk.
💡 Je mag overdrijven bij het oefenen van de klanken!

Slide 19 - Slide

ZUNGENBRECHER BATTLE: IM RESTAURANT blz 42/43

🎯 Doel: Je oefent je uitspraak op een speelse manier met een Zungenbrecher (tongbreker).

🧠 Zungenbrecher
„Fischers Fritz fischt frische Fische,
frische Fische fischt Fischers Fritz –
für hungrige Gäste im feinen Fischrestaurant.“


 


🗳️ Zungenbrecher-Battle
o Kies wie begint in je MC en ga dan met de klok mee.
o Spreek de zin zo goed mogelijk uit. De persoon rechts van je vult de scorekaart in. Dan is de persoon links van je aan de beurt en vul jij het scoreformulier in en zo verder todat iedereen 1 keer geweest is.
o Vergelijk de scorekaarten: Wie wint op uitspraak, flair en tempo?


Slide 20 - Slide

Sprechübung – Im Supermarkt
mit einem Einkaufszettel

🎯 Doel van de opdracht: Je oefent hoe je als klant in een Duitse supermarkt
 alle spullen op je boodschappenlijstje vindt.
📋 Situatie: 
Je bent klant in een Duitse supermarkt. Je zoekt de producten op een boodschappenlijstje en zorgt dat je ze aan het einde van het gesprek allemaal gekocht hebt. De winkelmedewerker bij de kaas- en vleeswarenafdeling helpt je daar bij.
Wat moet je doen? Maak tweetallen, spreek af wie de Kunde  en wie de Mitarbeiter is en oefen het gesprekje. 
Hulpmiddelen? Je gebruikt zinnen uit de woordenlijst die je al geleerd hebt op blz 63 en de zinnen die je opgeschreven hebt op blz 56 tm 59
Klaar? Wissel van rol en oefen net zo lang totdat je het uit je hoofd kent.  de klas

Slide 21 - Slide

Sprechübung – Im Supermarkt mit einem Einkaufszettel 

✅ In jouw dialoog moet je (minstens één keer): 
  • Bij de brood-, kaas- en vleeswarenafdeling de 
    medewerker beleefd groeten en om hulp vragen. 
  • Vragen of er iets in de aanbieding is 
  • Aangeven hoeveel je wilt (gram/kilo) 
  • Vragen of een product gesneden kan worden .
  • Vragen waar de groente- en fruit afdeling is.
  • Vragen waar je een product in de winkel kunt vinden.
  • De prijs van een product vragen.
  • Vragen om een tas 
  • Afrekenen en beleefd afsluiten 
🛒 Einkaufsliste :
2 Äpfel 🍏 
3 Bananen 🍌 
1 Brot 🍞 
1 Liter Milch 🥛 
200 G. geschnittene Käse 🧀 
6 Eier 🥚 
1 Liter Orangensaft 🧃 
1 Tafel Schokolade 🍫 
200 Gr. Putenbrust 
timer
5:00

Slide 22 - Slide

Bingo Im Restaurant 
📢 Doel: Je oefent het stellen van vragen als ober en het beantwoorden als klant in het Duits in een restaurant.
📌 Stap 1: Voorbereiding taalkaart: wat zeg je als klant
✅ Je docent geeft je een taalkaart.
✅ Hierop staan in het Nederlands de antwoorden die jij moet geven als de ober jou een vraag stelt.
✅ Lees je taalkaart en vertaal de zinnen naar het Duits 
Hulpmiddelen: de woordenlijst op blz 63 van je projectboekje & voor onbekende woorden https://www.deepl.com/nl/translator



📌 Stap 2: Voorbereiding: Vragen bedenken die je als ober kunt stellen.  
Draai je taalkaart om en vertaal de vragen die de ober stelt. Deze vragen gebruik je straks om zoveel mogelijk antwoorden te krijgen die straks op je Bingo kaart staan. 
Hulpmiddelen: 
 

timer
15:00

Slide 23 - Slide

Bingo Im Restaurant 📢
📌 Stap 3:  Bingo halen door wederzijds vragen te stellen
Loop door de klas en stel als ober vragen aan zoveel mogelijk  mensen om iemand te vinden die dat wat op jouw bingokaart antwoordt. Dan mag je namelijk de naam opschrijven.
Voorbeeld gesprek:
Ober: Möchten Sie schon etwas trinken?
Gast: Ja, ich hätte gerne einen Apfelschorle
➡️ Staat er op jouw bingo kaart Apfelschorle? Dan schrijf je de naam van die persoon in dat vakje op je bingokaart.



🎲 Spelregels
✅ Je mag een naam maar 1 keer opschrijven. Daarna zoek je iemand anders.
✅ Je mag niet op elkaars blaadjes kijken.
✅ Je spreekt alleen Duits.
✅ Je gebruikt alleen de zinnen op je taalkaart.
📌 Stap 4: Controle en winnaar
Wanneer iemand BINGO! roept:
✅ Het spel stopt.
✅ De docent controleert of de antwoorden kloppen door aan de personen op de bingokaart de vragen te stellen. Klopt het antwoord? Dan heb je gewonnen. Klopt het niet: zing een Duits liedje.

Slide 24 - Slide

Doelen checken/ Exit-ticket:
1. Schrijf 1 vraag over de les van vandaag op (in het NL).
2. Schrijf 2 Duitse woorden uit de les van vandaag fonetisch op (dus hoe je ze uitspreekt).
3. Schrijf 3 Duitse woorden + Nederlandse vertaling op uit de les van vandaag.

Slide 25 - Open question

1. Schrijf 3 Duitse woorden op die je vandaag (op)nieuw geleerd hebt.
2. Schrijf twee Duitse woorden fonetisch (zoals je het uitspreekt op)
3. Schrijf 1 vraag

Slide 26 - Open question