Hoe help je een vriend die worstelt?

1 0 O K T O B E R : W E R E L D M E N T A L E G E Z O N D H E I D S D A G

Hoe help je een vriend die worstelt?

Signalen zien, het gesprek beginnen en weten wie er kan helpen.

Binnenweer, les 3 van 3

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMiddelbare schoolvmbo, havo, vwo

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Introduction

Vaak merken vrienden als eerste dat het met iemand niet goed gaat. In deze les rond Wereld Mentale Gezondheidsdag (10 oktober) leren leerlingen signalen herkennen en een steunend gesprek beginnen in drie stappen: luisteren, vragen en doorverwijzen. Ze ontdekken welke zinnen helpen en welke niet, bespreken wat je doet als een vriend vraagt om een geheim te bewaren, en oefenen in tweetallen met drie herkenbare casussen. De les maakt duidelijk dat je als vriend niet alles zelf hoeft op te lossen en wanneer je een volwassene of 113 inschakelt. Met aanwijzingen in de notities. Les 3 van de reeks Binnenweer, ongeveer 50 minuten, vmbo, havo en vwo, leerjaar 3 tot en met 6.

Items in this lesson

1 0 O K T O B E R : W E R E L D M E N T A L E G E Z O N D H E I D S D A G

Hoe help je een vriend die worstelt?

Signalen zien, het gesprek beginnen en weten wie er kan helpen.

Binnenweer, les 3 van 3

Deze les hoort bij Wereld Mentale Gezondheidsdag (10 oktober) en is de derde les uit de reeks Binnenweer voor vmbo, havo en vwo, leerjaar 3 tot en met 6. Duur: ongeveer 50 minuten.

Leerdoelen

De leerling kan signalen herkennen dat iemand in de omgeving het moeilijk heeft.De leerling kan een steunend gesprek beginnen met de stappen luisteren, vragen en doorverwijzen.De leerling kan uitleggen waarom je als vriend niet alles zelf hoeft op te lossen en wanneer je een volwassene inschakelt.

De casussen op dia 10 zijn herkenbaar maar niet te zwaar. Behandel zelfbeschadiging en suïcide niet in een rollenspel. Bespreek wel duidelijk dat je bij zorgen over iemands veiligheid altijd een volwassene of 113 inschakelt. Sommige leerlingen helpen zelf al een vriend of familielid, of herkennen zichzelf in een casus: laat leerlingen een rol weigeren zonder uitleg en zeg dat ze na de les bij jou of de mentor terechtkunnen. Licht bij zorgen over een leerling de zorgcoördinator in. Image credit: Lance Vanlewen / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

V O O R D A T W E B E G I N N E N

Zo praten we vandaag

De casussen zijn verzonnen.

Noem geen namen van echte mensen.

Je mag een rol weigeren.

Zonder uitleg. Kijk dan mee en geef tips.

Wat iemand vertelt, blijft in de klas.

Ook niet later in een app of op het plein.

Maak je je zorgen om iemand?

Kom na de les langs. Dat is geen verraad.

Neem de afspraken door voordat de casussen beginnen. Zeg er nadrukkelijk bij dat leerlingen bij zorgen over een echte vriend of vriendin bij jou terechtkunnen.

Een vriend is al een tijdje anders dan normaal. Welke signalen zou je kunnen opmerken?

Verzamel de antwoorden en laat ze staan voor de volgende dia. Mogelijke signalen: stiller, trekt zich terug, zegt vaker af, slaapt slecht, eet minder of juist meer, snel boos, stopt met sport of hobby, cijfers zakken, somber praten. Het gaat om een verandering ten opzichte van hoe iemand normaal is.

W E E R B E R I C H T

Signalen dat het niet goed gaat

Anders dan normaal

Stiller, trekt zich terug, zegt vaker af.

Lijf

Slecht slapen, veel minder of juist meer eten, moe.

Stemming

Snel boos, somber, nergens meer zin in.

Woorden

"Het maakt toch niet uit." "Niemand zou me missen." Neem dit altijd serieus.

Signalen zeggen vooral iets als ze een verandering zijn en een tijd aanhouden. Bespreek de laatste kaart extra goed. Uitspraken als "niemand zou me missen" of "ik wil er niet meer zijn" kunnen betekenen dat iemand aan zelfmoord denkt. Dan help je niet door het zelf op te lossen of het geheim te houden, maar door meteen een volwassene in te schakelen of samen 113 te bellen of te chatten.

Vragen of iemand aan zelfmoord denkt, brengt iemand niet op het idee. Voor de ander is het vaak juist een opluchting.

Z O D O E J E D A T

Drie stappen

  1. Luisteren

Laat de ander vertellen. Geef niet meteen advies.

  1. Vragen

"Hoe gaat het echt met je?" "Sinds wanneer voel je je zo?"

  1. Doorverwijzen

Kijk samen wie kan helpen, zoals een mentor, ouder of huisarts.

Luisteren is de belangrijkste stap en ook de moeilijkste: we willen vaak meteen iets oplossen of over onszelf beginnen. Stilte is niet erg.

Bij vragen helpen open vragen die met wie, wat, hoe of sinds wanneer beginnen. "Gaat het?" levert meestal alleen "ja hoor" op, "Hoe gaat het echt met je?" laat merken dat je het wilt weten.

Doorverwijzen betekent niet dat je de ander wegstuurt. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de mentor, of samen een chat te openen.

Helpt deze zin iemand die het moeilijk heeft?

"Hoe gaat het echt met je?"

"Stel je niet aan, iedereen heeft dat weleens."

"Ik ben er voor je, ook als je nu niet wilt praten."

"Je moet gewoon positiever denken."

"Sinds wanneer voel je je zo?"

"Ik weet precies hoe je je voelt."

Helpt

Helpt niet

Helpt: open vragen en laten merken dat je er bent, ook als de ander nu niet wil praten.

Helpt niet: "stel je niet aan" en "denk positiever" maken het probleem kleiner dan het voelt, waardoor de ander dichtklapt. "Ik weet precies hoe je je voelt" is goed bedoeld, maar ieder verdriet is anders. Beter: "Ik heb ook weleens zoiets meegemaakt, hoe is het voor jou?"

W A T D O E J I J ?

Je vriend vertelt dat het slecht gaat en vraagt: "Beloof je dat je het aan niemand vertelt?" Wat is de beste reactie?

A

Beloven dat je het nooit aan iemand vertelt

B

Zeggen dat je wilt helpen, en dat je een volwassene inschakelt als je je echt zorgen maakt

C

In een groepsapp vragen wat anderen ervan vinden

D

Zeggen dat het vast wel overgaat en over iets anders beginnen

Een vriend wil je vertrouwen niet beschamen, maar een geheim houdt op waar iemands veiligheid begint. Beloof dus niet dat je het nooit aan iemand vertelt. Zeg eerlijk dat je wilt helpen, en dat je een volwassene inschakelt als je je echt zorgen maakt. Doe dat bij voorkeur samen met de ander, en vertel het de ander als je het doet.

De groepsapp is geen goed idee: dan deel je iets kwetsbaars met mensen die het niet hoeven te weten. "Het gaat vast wel over" voelt als niet serieus genomen worden.

B E L A N G R I J K

Jij hoeft het niet op te lossen

Je bent een vriend, geen hulpverlener. Er zijn, luisteren en samen hulp zoeken is genoeg.

Zorgen om iemands veiligheid?

Schakel dan altijd een volwassene of 113 in. Een geheim houdt op waar veiligheid begint.

Zorg ook voor jezelf

Helpen kan zwaar zijn. Praat er zelf ook over met iemand die je vertrouwt.

Benadruk dit punt: leerlingen voelen zich soms verantwoordelijk voor een vriend en durven dan niets te zeggen. Een volwassene inschakelen is geen verraad, het is zorgen dat je vriend de hulp krijgt die jij niet kunt geven. Helpen kan zwaar zijn. Ook wie helpt, mag ergens terecht met zijn of haar eigen zorgen.

C A S U S S E N

Kies een casus

A

Sem

Sem is al weken stil in de klas. Hij appt nauwelijks terug en zegt voetbal af. Als je vraagt waarom, zegt hij: "Geen zin."

B

Noor

Noor maakt zich zo veel zorgen over haar examens dat ze 's nachts niet slaapt. Ze zegt: "Als ik dit verpest, is alles mislukt."

C

Ayoub

Sinds de scheiding van zijn ouders is Ayoub snel boos en komt hij vaak te laat. Als je ernaar vraagt, lacht hij het weg.

Laat elk tweetal één casus kiezen. Bespreek eerst de vier vragen op de volgende dia, en oefen daarna het begin van het gesprek. Wissel na vijf minuten van rol, eventueel met een andere casus.

Loop rond en luister mee. Let op leerlingen die stil worden of zich lijken te herkennen, en spreek ze na de les even aan.

O P D R A C H T I N T W E E T A L L E N

Oefen het gesprek

1

Welke signalen zie je?

2

Wat zeg je als eerste?

3

Welke vraag stel je?

4

Naar wie verwijs je door?

Speel daarna het begin van het gesprek, en wissel van rol.

5

minute

00

second

Geef de tweetallen eerst een paar minuten voor de vier vragen, en daarna tijd om het begin van het gesprek te oefenen. Start de timer opnieuw als jullie van rol wisselen. Wie een rol niet wil spelen, kijkt mee en geeft tips.

Welke zin werkte goed om het gesprek te beginnen?

Bespreek een paar zinnen: waarom werkten ze? Vaak zijn het eenvoudige, eerlijke zinnen, zoals "Het valt me op dat je stiller bent, gaat het wel goed met je?" Laat ook horen wat lastig was in het gesprek.

P R A A T E R O V E R

Voor jezelf, en voor een vriend

Op school

Je mentor, de zorgcoördinator of de vertrouwenspersoon.

Je huisarts

Ook voor somberheid, angst of stress. Je kunt er zonder je ouders heen.

De Kindertelefoon

Tot 18 jaar. Bel gratis 0800-0432 of chat op kindertelefoon.nl.

113

Zelfmoordpreventie, dag en nacht. Bel 113 of gratis 0800-0113, of chat op 113.nl.

Je mag ook bellen of chatten als je je zorgen maakt om een ander.

Vul eventueel de namen in van de mentoren, de zorgcoördinator en de vertrouwenspersoon van jullie school. De Kindertelefoon en 113 zijn er ook voor wie zich zorgen maakt om iemand anders: ze helpen je bedenken wat je kunt doen. Bij direct gevaar bel je 112.

C H E C K - O U T

Hoe zeker voel je je nu om een vriend aan te spreken?

1

Heel zeker

2

Best zeker

3

Nog een beetje onzeker

4

Ik vind het lastig

De uitslag laat alleen aantallen zien. Vindt een deel van de klas het nog lastig, dan is dat heel begrijpelijk: zeg dat het al helpt om te laten merken dat je het ziet. Herinner de klas eraan dat ze na de les bij jou terechtkunnen.

Klik hier

De link gaat naar de Themalessen in het kanaal LessonUp Inspiratie.