Intro les Zorg - LJ1 - P3 Kinderziektes

Zorg periode 3 Kinderziektes


1 / 26
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Zorg periode 3 Kinderziektes


Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Dit kom je tegen!?
Als pedagogisch werker kun je in het werkveld kinderen tegenkomen die ziek zijn en/of een stoornis of beperking hebben. 

Allerlei beperkingen, stoornissen, ziekten en aandoeningen kunnen voorkomen en zijn telkens weer anders. 

Toch zijn er algemene zaken over te zeggen, zoals oorzaken, verschijnselen en aandachtspunten voor omgang en ondersteuning.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Beperking, stoornis, handicap
Beperkingen zijn moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten. Ze zijn het gevolg van stoornissen

Bij mensen met een handicap is een normale rolvervulling beperkt of zelfs in het geheel niet mogelijk. 

Een beperking kan aangeboren en niet-aangeboren zijn.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Beperkingen
We maken een onderscheid tussen: 
* Lichamelijke beperking
* Verstandelijke beperking




Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Stoornis
Beperkingen ontstaan vanuit stoornissen. 


Van een stoornis is sprake wanneer een orgaan of lichaamsfunctie ontbreekt, afwijkingen vertoont, of beschadigd is, rekening houdend met de leeftijd van de betrokkene.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

stoornis: ernstig, tijdelijk

Is de stoornis ernstig of licht?
Bijvoorbeeld: blindheid of een beetje slechtziend


Is de stoornis tijdelijk of blijvend?
Bijvoorbeeld: longontsteking of CARA



Slide 6 - Slide

This item has no instructions

stoornis: verergerd, continu?

Verergert of verbetert de stoornis of blijft deze stabiel
ALS (spierziekte), botbreuk (geneest), amputatie

Is de stoornis continu aanwezig of treedt deze af en toe op? Syndroom van down, epilepsie

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Een aandoening zorg voor een stoornis.
Een stoornis zorg voor een beperking
Een beperking kan zorgen voor een handicap

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Ziekte
Bij ziekte is sprake van een verstoorde werking van een of meer organen. 

Ziekte verwijst naar een proces of een ontwikkeling in de tijd. 

Een ziekte heeft meestal een begin, een bepaald verloop en een – gunstig of ongunstig – einde. 
Bij een aantal chronische ziekten kan dit anders liggen, zoals diabetes, reuma en stofwisselingsziekten. 

In de volgende lessen gaan we verder in op (kinder)ziektes.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

In deze les leer je meer over kinderziektes:

symptomen 
vaccineren
maatregelen
en meer...

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Welke kinderziektes heb je?
  • Waterpokken 
  • Rodehond 
  • Mazelen
  • Kinkhoest
  • Roodvonk 
  • Hersenvliesontsteking 
  • Bof
  • 5e ziekte /6e ziekte 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Micro organismen
 
•Als pm’er wil je besmetting met ziekmakende micro organismen zoals schimmels, parasieten, bacteriën en virussen zoveel mogelijk voorkomen. ​  
 
•Kleine kinderen zijn vaker ziek dan volwassenen. Hoe komt dit? 
 
•Het doormaken van infecties heeft een functie. Wat is deze functie?
 

Slide 12 - Slide

Kinderen moeten nog zelf hun weerstand opbouwen + Hygiëne 

Functie=Opbouwen van weerstand 
Verschil virus en bacterie
Bacterie: “leeft”, eet, drinkt en plant zich voort. ​ 
Bacteriële ziektes kunnen meestal bestreden worden met medicijnen. (bacteriële kinderziekten: kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk)​ 

Virus: Het zijn superkleine organismen die zich in een andere cel kunnen vermenigvuldigen. “leeft niet”. ​ 

•Er bestaan over het algemeen géén medicijnen voor virussen.  Wel kun je, je afweren tegen een virus door een inenting. (Virale kinderziekten: bof, mazelen, rode hond, vijfde ziekte,  zesde ziekte, hand-, voet- en mond ziekte, waterpokken).​ 
 •griep en verkoudheid worden veroorzaakt door virussen 
 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

incubatietijd 
  
•De tijd tussen het binnendringen (van een bacterie/virus) en de eerste ziekteverschijnselen.​ 
​ 
 • Deze tijd is per ziekte verschillend. 
 
  • Bij corona is dit tussen de 2 en 12 dagen. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Vaccineren=inenten
•Voor veel infectieziekten is sprake van groepsimmuniteit of groepsbescherming. Dat betekent dat wanneer veel kinderen ingeënt zijn tegen een bepaalde infectieziekte, deze ziekte minder vaak voor komt. Ook kinderen die niet ingeënt zijn, lopen dan minder risico de infectieziekte te krijgen.​ 

•Het rijksvaccinatie programma beschermt tegen 12 infectieziektes (o.a. bof, kinkhoest, polio) 

Hoe werkt het?
•Inenten van zwakke ziektekiemen -> immuun worden

 

 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Inentingen 3 md - 14 jr
DTKP difterie, tetanus, kinkhoest, polio
        hib haemophilus influenzae type b (hersenvliesontsteking)
        hepatitus B (leverontsteking)
        pneumokokken (bacterie)
        bof (ontsteking oorspeekselklieren)
        mazelen (infectieziekte, longen, hersenen)
        rode hond (virus)
        meningokokken C (hersenvliesontsteking, gewrichten,..)
        Humaan papillomavirus (baarmoederhalskanker)

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Geef 3 voorbeelden van hygiëne maatregelen (in het algemeen) op je BPV

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Lichaamstemperatuur
 •Verhoging en koorts zijn symptomen die kunnen wijzen op een ziekte, ontsteking of infectie. ​  
 
•Door de hoge temperatuur (koorts) bestrijdt het afweersysteem de ziektekiemen.​ 
 
•Kinderen hebben sneller een lichte verhoging. Ook kan het sneller opkomen en weer verdwijnen.​  

  • Verschillende thermometers: infrarood (voorhoofd), oor thermometer en rectaal  
•Verhoging: tussen 37,5 en 38,0 graden​  
•Koorts: vanaf 38,0 graden  

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Belangrijk!
 

Signaleren van kinderziektes communiceren met collega's, ouders en evt.  leidinggevende. 
Daarom....presenteren jullie per les over een aantal kinderziektes.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

voorwaarden presentatie en afronding vak

  • symptomen, herkenbaarheid (is signaleren)
  • handelen (wat te doen)
  • acties (communiceren)
  • groepje van 3 studenten presenteert aan start les, ongeveer 15 tot 20 minuten. we geven elkaar feedback en feedup.
  • elk groepslid spreekt aan de hand van een Powerpoint en/of Prezi, dit is een onderdeel van je totaalbeoordeling, afwezig? dan geen beoordeling periode 3.
  • laatste les een kennistoets van alle kinderziektes, telt mee voor totaalbeoordeling

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

vaccinatieplicht in de kinderopvang?
Willen kinderdagverblijven alleen kinderen op de crèche die tegen ­mazelen en ­andere kinderziektes zijn gevaccineerd? Dan kunnen ze voortaan een deurbeleid voeren.

Meer lezen:

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Casus: Liz van 2 jaar krijgt koorts op het KDV. Wat zijn de verzorgingstappen en communicatie stappen die jij zou zetten? (Neem de afspraken/regels van je KDV hierin mee)

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Eenvoudig toegang tot informatie kinderziekten en hygiëne met de KIDDI APP
 
Link naar de app

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Einde les en einde periode
Dit was de laatste les! 

Ben je klaar? 

1. Heb je alle 8 lessen gevolgd (en vragen daarin beantwoord)?
2. Heb je de folder klaar? 
Ja?       Klaar!                          
Nee?    Doe dat dan heel snel!

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions