H14.2 voedsel produceren

14.2 voedsel produceren
Door: Vincent Wind, Matthijs Akse, Juliëtte Nuvelstijn, Maayke Visser & Meike Kuik
1 / 28
next
Slide 1: Slide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1,3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

14.2 voedsel produceren
Door: Vincent Wind, Matthijs Akse, Juliëtte Nuvelstijn, Maayke Visser & Meike Kuik

Slide 1 - Slide

Wat weet je al over voedsel produceren?

Slide 2 - Mind map

les doelen
Jij weet/kunt:
  • welke agrarische bedrijven/producenten er zijn. 
  • de voedselkringloop uitleggen.
  • de verschillende werkmethodes en kan de voor/nadelen hiervan benoemen.
  • de gevolgen van verzuring en hoe verzuring aangepakt wordt.
  • de regels van het welzijn van dieren.
  • uitleggen wat gifophoping is en hoe het ontstaat
  • je mening geven aan de hand van filmpje en kunt deze beargumenteren (burger)

Slide 3 - Slide

producenten
  • Akkerbouwers (voedingsgewassen; aardappels, mais ect)
  • Tuinbouwers (groentes en fruit)
  • Veehouders (vlees, melk, wol, ect)
  • gemengd bedrijf

Slide 4 - Slide

voedselkringloop 

Slide 5 - Slide

werkmethodes 
  1. veel van hetzelfde produceren 
  2.  opbrengsten verhogen
  3. ziekte en schade voorkomen 
  4. supergewassen en supervee telen

Slide 6 - Slide

veel van hetzelfde produceren
  • akkerbouwers : produceren 1 soort gewas = monocultuur
             -voordelen: gemakkelijk te onderhouden en zaaien
             -nadelen: ontstaan plaag (verder in de uitleg)
  • veehouders : veel dieren in 1 stal = intensieve veehouderij of bio-industrie 
             -voordelen: makkelijk in verzorgen 
              -nadelen: besmettingen (verder in de uitleg)

Slide 7 - Slide

opbrengsten verhogen
  • akkerbouwers willen zo snel mogelijke groei: gebruik mest
  • dierlijke en kunst mest met veel mineralen
  • veehouders: krachtvoer zodat de dieren beter hun werk doen
  • in het krachvoer zitten veel mineralen en eiwitten 

Slide 8 - Slide

ziekte en schade voorkomen
Je wil zo min mogelijk schade/ziektes = gevolgen voor je opbrengst
  • akkerbouw: plaag door monocultuur 
  • de oplossing: gewasbeschermingsmiddelen
  • veehouders : besmettingen door bio-industrie
  • oplossing: goede hygiëne 

Slide 9 - Slide

supergewassen en supervee telen
Het kruisen van de beste eigenschappen om zo aan de wensen van de mensen te voldoen.
  • akkerbouw: veredelen
  •    Een veredelaar selecteert planten met de beste erfelijke       eigenschappen en maakt daar nieuwe rassen van. 
  • veelteelt: fokken

Slide 10 - Slide

Akkerbouwers en veetelers:
  • regels
  • bijvoorbeeld: mestproductie en bemesting 

Slide 11 - Slide

vermesting


  • In natuurgebieden: sommige planten gaan sneller groeien/ verdwijnen. bron 7 
  •  Vermesting: oppervlaktewater (sloten en plassen): ontstaat waterbloei: groeit in korte tijd dicht door snelle groei van waterplantjes-> sterven door bacteriën.

Slide 12 - Slide

veeteeltbedrijven produceren meer mest dan nodig: mestoverschot
te veel mest over land: overbemesting
hierdoor: milieuproblemen
Bij overbemesting:
- Meer mineralen in grond dan nodig
- Komt in grondwater
- Via grondwater komen mineralen : natuurgebieden en in oppervlakte; vermesting / eutrofiëring van gebieden

Slide 13 - Slide

Ammoniak en verzuring van bodem
In dierlijke mest: stinkend gas, ammoniak, veroorzaakt verzuring van bodem:
  1. Wordt omgezet in  nitraat en salpeterzuur
  2. Komt in lucht, deel komt bij neerslag -> op bodem, wordt omgezet in salpeterrzuur, klein deel reageert in lucht met zuurstof en water: salpeterzuur. Komt met neerslag naar beneden. Door verzuring van bodem: verdwijnen planten en dieren

Slide 14 - Slide

verzuring ==> gevolgen 

Slide 15 - Slide

vermesting en verzuring voorkomen
regels voor boeren:
- Niet meer mineralen op land dan gewassen nodig hebben: mineralenboekhouding.
-  Mest niet verspreiden maar in de grond gespoten: mestinjectie

Slide 16 - Slide

Regels welzijn dieren
Intensieve veehouderij: dieren vaak niet natuurlijke gedrag vertonen,  als dat niet kan: abnormaal gedragen. Bijvoorbeeld:
-  Varkens bijten in de hekken
Dit voorkomen: regels voor dierenwelzijn, onder andere: minimale hoeveelheid licht en ruimte.

Slide 17 - Slide

Gif
Gif- > veel schade veroorzaken, regels voor gewasbeschermingsmiddelen:
  1. Selectief werken: doden alleen plagen.
  2. Biologisch afbreekbaar : bacteriën & schimmels kunnen middel afbreken, stof niet lang in bodem
Gif te lang in bodem: planten opnemen: worden ook weer opgegeten,  gif door voedselketen->  gifophoping. Eind voedselketen: organismen dood door te veel gif.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

-Big Mac zolang houdbaar = conserveermiddel.
 Na een jaar big Mac er nog hetzelfde uit zonder schimmel en alleen de augurk is aangetast. 
- Waarom zulke ongezonde burgers ?= goedkoper en sneller te bereiden Eten van zichzelf weinig smaak heeft ->  chemische stoffen

Slide 20 - Slide

"Conserveermiddelen horen niet in eten."
A
Eens
B
Oneens

Slide 21 - Quiz

Noem 3 verschillende producenten.

Slide 22 - Open question

Wat zijn 2 gevolgen van verzuring?

Slide 23 - Open question

In een hok met dieren gedragen alle dieren zich abnormaal. Wat kan je hier tegen doen?

Slide 24 - Open question

Wat vind je van het gebruik van gif in de landbouw en waarom?

Slide 25 - Open question

Werkblad 

Slide 26 - Slide

Tijd over?
- Opdrachten uit je werkboek maken
- Samenvatting maken 
- Discusseren over bijv. vegetariër zijn, voedsel verspilling etc.

Slide 27 - Slide

Doelen checken
Jij weet/kan:
  • welke agrarische bedrijven/producenten er zijn. 
  • de voedselkringloop uitleggen.
  • de verschillende werkmethodes en kan de voor/nadelen hiervan benoemen.
  • de gevolgen van verzuring en hoe verzuring aangepakt wordt.
  • de regels van het welzijn van dieren.
  • uitleggen wat gifophoping is en hoe het ontstaat
  • je mening geven aan de hand van filmpje en kunt deze beargumenteren (burger)

Slide 28 - Slide