Hoy es martes, 6 de octubre
Las reglas:
Respect:
Als iemand praat is de rest stil
Ik steek me vinger op als ik iets wil zeggen
We maken elkaar niet belachelijk
We komen onze afspraken na (HW, geen mobiel, etc.)
¿Qué vamos a hacer hoy?
Deberes: Bijvoeglijk vnw en tekst
herhaling
Vragen
¿Cuál es la meta de hoy?
Ik heb extra uitleg gekregen over onderwerpen die ik nog moeilijk vind.
Ik kan het werkwoord TENER goed vervoegen in het Spaans
Ik weet hoe ik de bijvoeglijk vnw in het Spaans moet opschrijven
Las reglas:
Advertencia 1: Je krijgt nog een kans om beter te gedragen/ te
luisteren
Advertencia 2: Je krijgt een schrijfopdracht en die moet je aan
het einde van de dag bij mij inleveren. Ik bel je
ouders om ze op de hoogte te stellen.
Advertencia 3: Je wordt uit de klas gestuurd, je moet een gele kaart halen, je
krijgt een schrijfopdracht en die moet je aan het einde van de
dag bij mij inleveren. Ik bel je ouders om ze op de hoogte te
stellen.
Deberes:
Leerwerk:
TB blz. 32 bron J Bijvoeglijk naamwoord
TB blz. 32 bron K Fraces clave
Maakwerk:
TB blz. 28 bron C tekst
WB blz. 66 opdr. 7 vragen
Herhaling:
Het werkwoord tener
Tientallen
Familieleden
Bijvoeglijk naamwoord
Uitleg SO
¿Preguntas?
Het werkwoord TENER (hebben)
tengo
tienes
tiene
tienen
tenemos
tenéis
*
*
Persoonlijke voornaamwoorden
Yo = staat alléén yo
Tú = staat alléén tú
él / ella/ usted= staat één naam of één ding
___________________________________________________
Nosotros/as = staat een naam (of meerdere) + yo
Vosotros/as = staat een naam (of meerdere) + tú
ellos = man + man OF vrouw + man
ellas= vrouw + vrouw
ustedes = oudere persoon + oudere persoon
Bijvoeglijk naamwoorden
Feo 3. Ella tiene una gata ___________.
Bonito 1. Yo tengo una casa _______________.
Nuevo 2. Nosotros tenemos unos libros _________.
Verde 4. Tú tienes una mochila ____________.
Azul 5. Ustedes tienen unos lápices ____________.
Naranja 6. Vosotros tenéis un bolígrafo ___________.
Blanco 7. Él tiene unas perlas _______________.
man = hombre
vrouw= mujer
jongen= chico
meisje= chica
jong= joven
oud= viejo
SO
Getallen van 20 t/m 100 in het Spaans
Vocabulario: Werkboek blz. 85
Alleen 3.1 bron A en B
Gramática:
-Vervoeging TENER (hebben) Tekstbeok blz. 29, bron D
Na de SO: oefentoets
Frases clave:
-Je kunt vertellen over je familie: Tekstboek blz. 29, bron E
-Je kunt je huis beschrijven: Tekstboek blz. 32, bron K
Vocabulario: Werkboek blz. 85- alle woordjes
-getallen 21 t/m 100
-familienamen
-je eigen huis
-kleuren
Gramática:
-Vervoeging TENER (hebben) Tekstbeok blz. 29, bron D
-Bijvoeglijk naamwoord Tekstboek blz. 32, bron J
¿Cuál es la meta de hoy?
Ik heb extra uitleg gekregen over onderwerpen die ik nog moeilijk vind.
Ik kan het werkwoord TENER goed vervoegen in het Spaans
Ik weet hoe ik de bijvoeglijk vnw in het Spaans moet opschrijven