Thema 4 wonen Hoofdstuk 2 lezen

1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Thema wonen lezen
2 jumi 2025

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het einde van de les ..
  • - ik begrijp dat geconcentreerd lezen belangrijk is.
  • - Ik begrijp hoe ik kan omgaan met lastige tekst delen.
  • - Ik kan een tekst navertellen in eigen woorden. 

Slide 5 - Slide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 
Inleiding
Om een tekst te kunnen begrijpen moet je geconcentreed lezen. Dit betekent dat je tijdens het lezen je aandacht bij de tekst houdt. Dit is soms lastig want je wordt door van alles afgeleid. Door je klasgenoten, lawaai, je telefoon ect.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Door welke dingen kun je NIET afgeleid raken tijdens het lezen?
A
lawaai op straat
B
mijn telefoon
C
mijn gedachten
D
muziek radio of televisie

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe je als je je beter wilt concentreren?
A
telefoon wegleggen
B
bureau opruimen
C
op rustige plek zitten
D
zeggen dat anderen je niet mogen storen

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Maken blz. 242 opdracht 4 en 5.
Klaar? Online starttaal thema 4 alles tot en met hoofdstuk 2.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Startopdracht
In deze startopdracht ga je nadenken over soorten huizen die je kent en welke manier van wonen jou aanspreekt.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions



Welk huis zie je?
A
Aan het water
B
Met een tuin
C
In een rijtjeshuis
D
Op het water

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions



Welk huis zie je?
A
Met zonnepanelen
B
In een boerderij
C
In een appartement
D
Zonder zonnepanelen

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Hoe heet dit soort huis?

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Hoe heet dit soort huis?

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Slide 18 - Link

This item has no instructions

Maken
Vanaf blz. 217: maak opdracht 1 en 2 (zonder opdracht 2D).

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Een klein deel van een stad of dorp.
Een deel van een stad of dorp met naam.
Het midden van een stad of dorp.
Je officieel ergens voor aanmelden.
Geld betalen om iets te gebruiken van iemand anders.
Het gebied buiten de stad met weilanden.
Het hele gebied met burgemeester.
Iets veranderen door te bouwen/afbreken.
Het gebouw
Iemand die in een bepaalde plaats of land woont.
de buurt
het centrum
de gemeente
huren
inschrijven
de inwoner
het pand
het platteland
de wijk
verbouwen

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

Maak de zin af:
De flat is een onderdeel van een groot...

(buurt - centrum - gemeente - inschrijven - inwoners - pand - platteland - verbouwen - wijk)

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Maak de zin af:
Soms gaan Irina en haar moeder eten bij mensen uit de...

(buurt - centrum - gemeente - inschrijven - inwoners - pand - platteland - verbouwen - wijk)

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Maak de zin af:
Irina gaat liever naar het ... van de stad om te winkelen.

(buurt - centrum - gemeente - inschrijven - inwoners - pand - platteland - verbouwen - wijk)

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Maak de zin af:
Irina's moeder wandelt graag in het park aan de rand van de...

(buurt - centrum - gemeente - inschrijven - inwoners - pand - platteland - verbouwen - wijk)

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Maak de zin af:
Irina helpt haar vader soms bij het ... van de boerderij.

(buurt - centrum - gemeente - inschrijven - inwoners - pand - platteland - verbouwen - wijk)

Slide 25 - Open question

This item has no instructions

Uitleg 1 - de uitdrukking
Een uitdrukking is een vorm van figuurlijk taalgebruik. Uitdrukkingen zijn uitspraken die mensen wel eens doen en die vaak al heel lang bestaan. Soms is er een wijze les in verwerkt.

Bijvoorbeeld

oost west, thuis best.
Je voelt je thuis het meest op je gemak.
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens anders.
Het is nergens zo fijn als thuis.
heel wat in huis hebben.
Heel veel kunnen.
Op iemand kunnen bouwen. 
Iemand kunnen vertrouwen. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions

Wat betekend...

Bergen verzetten?

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Wat betekend...

Werken als een paard?

Slide 29 - Open question

This item has no instructions

Wat betekend...

Werk aan de winkel?

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Maken
Vanaf blz. 231: maak opdracht 5 en 6.

Klaar?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Maken
Vanaf blz. 231: maak opdracht 5 en 6.

Klaar?

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Deel 2
Om een tekst beter te begrijpen kun je een stappenplan gebruiken.
Verdeel je papier: Maak vier delen op je papier: boven voor afbeelding info, links voor begrippen, rechts voor aantekeningen, en onderaan voor een samenvatting van maximaal 3 regels. Dit ziet er zo uit:

Slide 33 - Slide

This item has no instructions