Communicatie jaar 1 blok 1 les 5

COMMUNICATIE JAAR 1
BLOK 1
LES 5
1 / 26
next
Slide 1: Slide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

COMMUNICATIE JAAR 1
BLOK 1
LES 5

Slide 1 - Slide

VANDAAG

* Vorige les; 
* Opdracht: interviewen;
* Profieltekst;
* Uitleg opdracht monoloog;
* Woordenschat.


Slide 2 - Slide

VANDAAG

* Vorige les; 
* Opdracht: interviewen;
* Profieltekst;
* Uitleg opdracht monoloog;
* Woordenschat.


Slide 3 - Slide

FEEDBACK
* Beurten nemen en bijdragen aan samenhang;
* Afstemming op doel;
* Afstemming op de gesprekpartner(s);
* Woordgebruik en woordenschat;
* Vloeiendheid, verstaanbaarheid en grammaticale beheersing.


Slide 4 - Slide

FEEDBACK
Vloeiendheid, verstaanbaarheid en grammaticale beheersing
De student toont een betrekkelijk grote beheersing van de grammatica. Incidentele vergissingen, niet-stelselmatige fouten en kleine onvolkomenheden in de zinsstructuur kunnen voorkomen, maar zijn zeldzaam en worden meestal direct verbeterd.



Slide 5 - Slide

FEEDBACK
Afstemming op de gesprekpartner(s)
De student kiest in formele en informele situaties zonder moeite de juiste taalvariant. Reageert adequaat op de uitingen van de gesprekspartners en vraagt zonodig naar meer informatie of naar de bedoeling. Reageert adequaat op non-verbale signalen. 

Slide 6 - Slide

FEEDBACK
Woordgebruik en woordenschat
De student beschikt over een goede woordenschat. Kan variëren in de formulering. Trefzekerheid in de woordkeuze is over het algemeen hoog, al komen enige verwarring en onjuist woordgebruik wel voor.

Slide 7 - Slide

FEEDBACK
Afstemming op doel
De student kan zonder moeite gesprekken voeren met meerdere doelen. Kan afwijkingen van het doel inbrengen en accepteren zonder de draad kwijt te raken.

Slide 8 - Slide

FEEDBACK
Beurten nemen en bijdragen aan samenhang
De student kan op doeltreffende wijze de beurt nemen. Kan standaardzinnen gebruiken (bijvoorbeeld: ‘Dat is een moeilijk te beantwoorden vraag’) om tijd te winnen en de beurt te behouden.

Slide 9 - Slide

VANDAAG

* Vorige les; 
* Opdracht: interviewen;
* Profieltekst;
* Uitleg opdracht monoloog;
* Woordenschat.


Slide 10 - Slide

PROFIELTEKST
* Onderwijs Online
* E-learning
* Communicatie jaar 1 2019-2020
* Opdracht 2.4. Profieltekst

Zie voorbeelden: 
www.hermanbroodacademie.nl


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

VANDAAG

* Vorige les; 
* Opdracht: interviewen;
* Profieltekst;
* Uitleg opdracht monoloog;
* Woordenschat.


Slide 13 - Slide

MONOLOOG
* Blok 2, 3 en 4
* Planning per mail
* Opdracht per mail & #OO
* Keuze: 
1) betoog, 2) TED-talk, 3) spoken word, 4)instructie 

Slide 14 - Slide

VANDAAG

* Vorige les; 
* Opdracht: interviewen;
* Profieltekst;
* Uitleg opdracht monoloog;
* Woordenschat.


Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

De correcte spelling is:
A
interview
B
intervieuw
C
inteview
D
intevieuw

Slide 17 - Quiz

Ik word geïnterviewd en ... dus een interview.
A
neem
B
geef

Slide 18 - Quiz

Tijdens een interview leef ik me in de ander in en probeer actief te achterhalen wat hij/zij bedoelt. Kortom, ik luister:
A
formeel
B
onbewust
C
empathisch
D
terloops

Slide 19 - Quiz

"Geschikt voor het beoogde doel".
Dit is een definitie van:
A
consistent
B
adequaat
C
informeel
D
voetbal

Slide 20 - Quiz

"De onderdelen van de argumentatie die dienen om het ingenomen standpunt aannemelijker of geloofwaardiger te maken." We spreken hier over:
A
stellingen
B
conclusies
C
claims
D
argumenten

Slide 21 - Quiz

Iets is 'verborgen', 'niet uitgesproken' of ligt ergens 'in opgesloten'. Het woord dat hier het beste bij past is:
A
impliciet
B
expliciet
C
inclusief
D
exclusief

Slide 22 - Quiz

"Het verzoek om informatie niet te verspreiden vóór een bepaalde dag en uur." De journalist krijgt hier nieuws ...
A
via de voordeur
B
onder embargo
C
en plein public
D
pur sang

Slide 23 - Quiz

Laatste vraag:
"Is dit een open vraag?"
Bovenstaande vraag is:
A
open
B
gesloten
C
suggestief
D
absoluut

Slide 24 - Quiz

VOLGEND BLOK
* Opdracht blok 2, 3 en 4: monoloog
* Ethos, pathos, logos
* Overtuigen, argumenteren, redeneren...

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide