Verdeel binnen je team de leerstof.
Persoon 1: belangrijke werkwoorden + uitdrukkingen met werkwoorden
Persoon 2: signaalwoorden
Persoon 3: positieve/negatieve woorden + absolute woorden + toon
Persoon 4: functies van een alinea
Je wordt straks de expert van jouw onderdeel.
Belangrijk: jullie mogen tijdens de quiz overleggen, dus jouw team rekent op jou.
¡A estudiar!