Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 4
This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Oefen met begrippen Multimediaal product maken
Slide 1 - Slide
Multimediale producten gebruik je om een boodschap over te brengen. Wat is een boodschap?
A
Een bericht dat een ontvanger via communicatie wil overbrengen op een zender.
B
Een bericht dat een zender via communicatie wil overbrengen op een ontvanger.
C
Een flyer.
D
Een poster.
Slide 2 - Quiz
De huisstijl is de manier waarop een bedrijf zich naar buiten toe presenteert. Wat hoort niet bij de huisstijl?
A
Foto’s van de medewerkers
B
Kleuren
C
Logo
D
Typografie
Slide 3 - Quiz
Wat is het doel van dit multimediaal product?
A
Activeren
B
Enthousiasmeren
C
Informeren
D
Verkopen
Slide 4 - Quiz
Wat doe je niet ter voorbereiding van het eerste gesprek met de opdrachtgever?
A
Je bedenkt vragen aan de opdrachtgever
B
Je bestudeert de huisstijl van de opdrachtgever
C
Je verdiept je in de opdrachtgever.
D
Je werkt een volledig plan uit voor de opdrachtgever.
Slide 5 - Quiz
Wat is een doelgroep?
A
Een doelgroep is een groep personen die dezelfde kenmerken hebben
B
Een doelgroep is een groep personen die dezelfde plannen hebben
C
Een doelgroep is een groep personen die verschillende bedoelingen hebben
D
Een doelgroep is een groep personen die verschillende kenmerken hebben
Slide 6 - Quiz
De opdrachtgever geeft aan dat je de kleuren in het ontwerp moet aanpassen. In de definitieve versie heb je dit gedaan. Welke tip voor het ontvangen van feedback hoort hierbij?
A
Ga met de feedback aan de slag. Doe er iets mee!
B
Ga niet in verdediging
C
Probeer de feedback te begrijpen. Begrijp je het niet? Vraag dan door!
D
Stel jezelf open voor feedback en luister aandachtig.
Slide 7 - Quiz
Welke uitspraak over feedback is juist? I. Feedback geeft alleen informatie over dingen die niet goed gaan. II. Feedback kan alleen gegeven worden door je opdrachtgever
A
Alleen stelling I is juist.
B
Alleen stellen II is juist.
C
Beide stellingen zijn juist.
D
Beide stellingen zijn onjuist.
Slide 8 - Quiz
De volgende vragen gaan over:
DIGITAAL ONTWERP VORMGEVEN
Slide 9 - Slide
Wat is de lay-out?
A
De bindwijze
B
De opmaak
C
Het affiche
D
Het binnenwerk
Slide 10 - Quiz
Waaraan kun je zien dat dit een folder is?
A
De opmaak past bij de rustige achtergrond
B
Het is een gevouwen papier
C
Er wordt gebruik gemaakt van tussenkopjes
D
Je hebt een voor- en achterkant.
Slide 11 - Quiz
Welke multimediale producten worden hieronder van links naar rechts weergegeven?
A
Poster – Flyer – Brochure
B
Brochure – Flyer – Folder
C
Flyer – Poster – Brochure
D
Folder – Poster – Flyer
Slide 12 - Quiz
Waarvoor wordt een mailinglijst gebruikt?
A
Voor de aanmelding op een evenement
B
Voor het versturen van brochures
C
Voor het versturen van nieuwsbrieven
D
Voor het aanvragen van een brochure
Slide 13 - Quiz
Wat voor beeld materiaal wordt hier afgebeeld?
A
Foto
B
Afbeelding
C
Icoon
D
QR-code
Slide 14 - Quiz
De volgende vragen gaan over
Film maken
Slide 15 - Slide
Welke uitspraak is juist?
A
Fictie is een genre
B
Fictie gaat over de werkelijkheid.
C
Non-fictie gaat over de werkelijkheid
D
Non-fictie wordt altijd gespeeld door acteurs
Slide 16 - Quiz
Wat is het doel van een reportage?
A
Iets voordoen
B
Informeren
C
Meer winst behalen
D
Vermaak
Slide 17 - Quiz
Welke foto laat de close-up zien?
A
B
C
D
Slide 18 - Quiz
wat voor shot zie je hier?
A
panorama (wide)
B
medium
C
close-up
D
kikkerperspectief
Slide 19 - Quiz
Wat voor shots zie je hier? (kies de juiste volgorde)
A
Panoramashot – Close-up – Mediumshot – Totaalshot
B
Panoramashot – Mediumshot – Close-up – Totaalshot
C
Totaalshot – Close-up – Mediumshot – Panoramashot
D
Totaalshot – Mediumshot – Close-up – Panoramashot
Slide 20 - Quiz
Welk camerastandpunt is hier gebruikt?
A
Kikvorsperspectief
B
Neutraalperspectief
C
Point of view
D
Vogelperspectief
Slide 21 - Quiz
Welk camerastandpunt wordt hier gebruikt?
A
Normaal perspectief
B
Vogelperspectief
C
Kikkerperspectief
D
Over Shoulder perspectief
Slide 22 - Quiz
Welk camerastandpunt wordt hier gebruikt?
A
Normaal perspectief
B
Vogelperspectief
C
Kikkerperspectief
D
Over Shoulder perspectief
Slide 23 - Quiz
Waarin laat je zien hoe de scènes in beeld komen?
A
Draaiboek
B
Script
C
Shotlist
D
Storyboard
Slide 24 - Quiz
Een scène in een restaurant hoor je op de achtergrond pratende mensen. Je spreekt hier van:
A
Direct geluid
B
Effect geluid
C
Offscreen geluid
D
Set noise
Slide 25 - Quiz
Met navigatiebalk wordt het volgende bedoeld:
A
Een menu bovenaan de pagina of in de sidebar
B
Een call-to-action in een tekst
C
Een balk in de bodytekst die met de muis open- en dichtgeklapt kan worden
D
d. Een Social Media button
Slide 26 - Quiz
Het recht om informatie te delen of te publiceren via media noemen wij:
A
Persvrijheid
B
Vrijheid van meningsuiting
C
Gelijkheidsbeginsel
D
Sociale media recht
Slide 27 - Quiz
Wat betekent copyright?
A
Het recht om andermans werk te kopiëren
B
Het recht om jouw tekst of kunstwerk openbaar te maken
C
Het recht om werk te delen zonder toestemming
D
Het recht om boeken te publiceren
Slide 28 - Quiz
Wat betekent milieu?
A
Afvalverzamelplaats van de gemeente.
B
Natuur, planten en dieren
C
Dampkring en atmosfeer
D
Uitlaatgassen en vervuiling
Slide 29 - Quiz
Waarom is het belangrijk dat je van een digitaal ontwerp een nieuwe post maakt op sociale media?
A
Omdat ontvangers hem anders al gezien hebben
B
Om ervoor te zorgen dat alles leesbaar blijft
C
Omdat de boodschap verschillend is
D
Omdat sociale media niet alle boodschappen toestaan.
Slide 30 - Quiz
Tijdens een presentatie vertel je over jouw ontwerp. In welk onderdeel komt de opdrachtbeschrijving aan bod?
A
Inleiding
B
Kern
C
Slot
D
Geen van deze
Slide 31 - Quiz
Tijdens een presentatie ben je representatief. Wat betekent dit?
A
Dat je goed kunt presenteren voor een groep mensen
B
Dat je het bedrijf en alle medewerkers goed kent
C
Dat waarover je praat
D
Dat je met je uiterlijk en gedrag laat zien dat je dit hebt afgestemd op het bedrijf.