Les 4: Vaststellen van zorgproblemen

Les 4 
Vaststellen van zorgproblemen/
verpleegkundige diagnosen
B1-K1-W3 vz
B1-K1-W2 vp
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Les 4 
Vaststellen van zorgproblemen/
verpleegkundige diagnosen
B1-K1-W3 vz
B1-K1-W2 vp

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Je kunt uitleggen op welke wijze een gezondheidsprobleem bij een zorgvrager tot stand kan komen.
Je kunt een gezondheidsprobleem bij een zorgvrager formuleren.

Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een actueel en een potentieel gezondheidsprobleem bij een zorgvrager.
Lesdoelen 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat is volgens jou een gezondheidsprobleem?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Ontstaan van een gezondheidsprobleem 
Een gezondheidsprobleem ontstaat op het moment dat het welbevinden van een zorgvrager nadelig beïnvloed wordt. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door ziekte, een aandoening of andere klachten die een negatief effect hebben op het lichamelijk, psychisch en/of sociaal functioneren. 

Voor het vaststellen van een zorgprobleem kijk je naar de samenhang tussen zelfzorgbehoeften, zelfzorgvermogen en zelfzorgtekort. 

Slide 4 - Slide

Als verzorgende kun je een zelfzorgtekort aanvullen of overnemen. Je maakt een inschatting van de zelfzorgbehoefte van de zorgvrager en zijn zelfzorgvermogen. Dit bespreek je met hem en/of zijn naasten, zodat je zorg aansluit op zijn behoeften. Op deze manier bied je zorg op maat.
Wie bepaalt of er sprake is van een probleem?

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Zorgprobleem
Een zorgprobleem is vergelijkbaar met een gezondheidsprobleem: er is sprake van een verschil tussen de zorgsituatie op een bepaald moment en de gewenste zorgsituatie. 

Als beroepsbeoefenaar zie je misschien een gezondheidsrisico bij iemand, maar deze persoon bepaalt zelf of het risico ook een probleem wordt. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Kleine opdracht tussendoor 
Bespreek in tweetallen mogelijke gezondheidsrisico's voor cliënten. Ga na of dit ook altijd een gezondheidsprobleem is. Geef aan (vanuit de ogen van de cliënt) waarom dit wel of niet een gezondheidsprobleem is. 

Voorbeeld: Je ziet dat iemand een risico heeft op overgewicht door een veranderde eetgewoonte, maar de cliënt ziet het niet als probleem om omdat hij zijn gewicht oké vindt. 

Bespreek na 5/10 minuutjes klassikaal wat voorbeelden. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Actueel en potentieel gezondheidsprobleem 
Actueel gezondheidsprobleem: 
Bij een actueel gezondheidsprobleem zijn de verschijnselen op dit moment (actueel) aanwezig; het vraagt direct je aandacht. 

Potentieel gezondheidsprobleem: 
Er zijn geen verschijnselen. Wel is duidelijk dat een probleem kan ontstaan in de nabije toekomst. Potentiele gezondheidsproblemen zijn vaak gekoppeld aan risicogroepen: mensen met een verhoogd risico op bepaalde gezondheidsproblemen. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Risico op ondervoeding gerelateerd aan verminderde eetlust, zonder zichtbare symptomen
A
Is een actueel gezondheidsprobleem
B
Is een potentieel gezondheidsprobleem

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Huidletsel gerelateerd aan langdurige druk op de huid, zichtbaar in roodheid en kapotte huid
A
Is een actueel gezondheidsprobleem
B
Is een potentieel gezondheidsprobleem

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Infectie gerelateerd aan een wond aan de voet, zichtbaar in roodheid, zwelling en pijn.
A
Is een actueel gezondheidsprobleem
B
Is een potentieel gezondheidsprobleem

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Verstoorde bloedsuikerregulatie gerelateerd aan diabetes, zichtbaar in hoge glucosewaarden en vermoeidheid
A
Is een actueel gezondheidsprobleem
B
Is een potentieel gezondheidsprobleem

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Risico op decubitus gerelateerd aan langdurig liggen, zonder huidbeschadiging.
A
Is een actueel gezondheidsprobleem
B
Is een potentieel gezondheidsprobleem

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Opdracht
Beschrijf twee voorbeelden van een actueel gezondheidsprobleem en twee voorbeelden van een potentieel gezondheidsprobleem. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Onderdelen van het vaststellen van een zorgprobleem/verpleegkundige diagnose
De verpleegkundige diagnose is een probleem bij de zorgvrager waarop jouw verpleegkundige zorg zich richt. Je kunt daarbij kijken naar het probleem zelf, de bijbehorende oorzaken (etiologie) en kenmerkende symptomen:

  • probleem;
  • etiologie: de oorzaak van een gezondheidsprobleem;
  • symptomen: de gevolgen, verschijnselen van het probleem.

Deze drie onderdelen vormen samen de PES-structuur



Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Probleem
Een probleem is een beknopte beschrijving van de actuele en/of potentiële gezondheidsproblemen van de zorgvrager en zijn naasten. Voorbeelden zijn:

  • angst;
  • pijn;
  • verdriet;
  • verstoorde slaap;
  • kennistekort;
  • verminderde mobiliteit.
Jouw idee van het probleem is een voorlopige diagnose, de zogenoemde hypothese.






Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Etiologie
Bij de etiologie probeer je te achterhalen wat het probleem veroorzaakt, beïnvloedt of wat bijdraagt aan het ontstaan ervan (risicofactoren). 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Symptomen
Bij de symptomen beschrijf je de verschijnselen die het gevolg zijn van het probleem. Met andere woorden: welke verschijnselen bepalen dat het om deze specifieke verpleegkundige diagnose gaat?
  

Je kunt symptomen onderverdelen in objectieve en subjectieve symptomen.
Objectieve symptomen zijn meetbaar: je kunt ze waarnemen, zoals koorts en hypertensie. Subjectieve symptomen zijn niet goed meetbaar: je kunt ze niet waarnemen maar moet afgaan op wat de zorgvrager je vertelt, zoals pijn en misselijkheid.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld PES Decubitus 
Probleem:
Infectie gevaar
Etiologie:
- huid is beschadigd door de operatie
- voedingsdeficiëntie
Symptomen:
- Roodheid van de wond (objectief), Zwelling rondom de wond (objectief), Koorts (objectief), ervaren van pijn (subjectief). 


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Casus:
Mevrouw Verhelst (81) is bekend met diabetes type 2 en woont in een verzorgingshuis. Ze heeft moeite met het onder controle houden van haar bloedsuikerspiegel, ondanks haar medicatie. Ze voelt zich vaak moe en lusteloos. Ze heeft regelmatig last van wondjes aan haar voeten die slecht genezen. Mevrouw maakt zich zorgen over haar gezondheid, maar zegt dat ze het lastig vindt om haar dieet te volgen.
Formuleer met de klas een pes

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Zo zijn de PES kunnen zijn: 
P: Risico op infecties
E: Slecht gecontroleerde diabetes type 2
S: Moeite met bloedsuikerspiegelregulatie, vermoeidheid, slecht genezende wondjes aan de voeten.


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Casus
Meneer Janssen (89) heeft dementie en woont op de gesloten afdeling van een verpleeghuis. De afgelopen weken heeft hij toenemende moeite met het herkennen van zijn familieleden. Hij heeft vaker stemmingswisselingen en uit zich soms agressief naar het zorgpersoneel. Hij eet onregelmatig, wat leidt tot gewichtsverlies, en heeft een droge huid. Het personeel maakt zich zorgen om zijn voedingsinname.
Formuleer in tweetallen een pes

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Zo zou de PES kunnen zijn:
P: Verminderde voedingsinname/toenemende agressie.
E: Toenemende cognitieve achteruitgang door dementie.
S: Gewichtsverlies, droge huid, moeite met herkennen van familieleden, stemmingswisselingen, agressie.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Casus
Meneer Bakker (85) heeft COPD en woont in een verzorgingstehuis. Hij heeft vaak last van benauwdheid, vooral 's nachts, waardoor hij slecht slaapt. Zijn energiepeil is hierdoor laag en hij voelt zich vaak vermoeid. Hij heeft de laatste tijd geen zin meer in sociale activiteiten, omdat hij bang is buiten adem te raken. Hij gebruikt zuurstof, maar vindt het ongemakkelijk om dit in gezelschap te doen.
Formuleer in tweetallen een pes

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Zo zou hij kunnen zijn: 
P: Verminderde sociale participatie
E: Angst voor benauwdheid bij COPD
S: Slechte nachtrust, vermoeidheid, verminderde energie, vermijden van sociale activiteiten, ongemak bij het gebruik van zuurstof in gezelschap

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Opdracht verpleegproblemen 
In It's learning vindt je bij les 4 de opdracht verpleegproblemen volgens de PES. Je maakt deze opdracht. 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions