Lección : Leesvaardigheidstraining 1 October

1 / 44
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 4,5

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

This item has no instructions

We starten in 5 minuten met de les.

This item has no instructions

Registro de asistencia

This item has no instructions

         Los objetivos: Compresión Lectura

Después de la clase: 

R: Kan je veelvoorkomende Spaanse woorden en zinsstructuren in een tekst herkennen.

R: Kan je  de betekenis van standaardvragen begrijpen (zoals ¿Qué se cuenta en el párrafo...? of ¿Cuál de las afirmaciones es verdad?).

R: Weet wat hoofd- en bijgedachte betekenen.


T1: Kan je antwoorden vinden die letterlijk in de tekst staan.

T1: Kan je  bekende woorden of uitdrukkingen in context gebruiken om de betekenis te begrijpen


T2: Kan je afleiden wat de schrijver bedoelt, ook als het niet letterlijk wordt gezegd.

T2: Kan de betekenis van onbekende woorden raden uit de context.


I: Kan je de opbouw en intentie van een tekst uitleggen

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

         Los objetivos: Compresión oral

Después de la clase: 

R: Herken en gebruik je basiswoordenschat over zichzelf, familie, vrienden en school.

R: Ken je de betekenis en het gebruik van ser, tener en llevar.

R: Ken je  woorden voor kleuren, vormen, materialen en functies van voorwerpen en plaatsaanduidingen (a la derecha, al lado de, delante de, detrás de, encima de, entre).


T1: Spreek je in eenvoudige maar samenhangende zinnen over zichzelf, familie, vrienden en school.

T1: Gebruik je ser, tener en llevar in eenvoudige contexten.

T1: Gebruikt plaatsaanduidingen zoals a la derecha, al lado de, delante de, detrás de, entre, encima de om te vertellen waar mensen of objecten zich bevinden.

T1: Beschrijf je bekende personen of objecten met correcte basiszinnen.



3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

         Los objetivos: Compresión oral

Después de la clase: 


T2: Beschrijf je personen en objecten met ser, tener en llevar, en woorden voor vorm, kleur, materiaal en gebruik.

T2: Gebruik je verbindingswoorden (además, porque, sin embargo) om samenhang te creëren.


I: Kies je bewust de juiste structuur en toon (formeel/informeel).

I: Reflecteer je op eigen leerproces en voortgang.

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Los deberes

Los deberes para la próxima clase:


Vocabulario:

Aprender: Vocabulario B y C, págs. 52–53 (NED–ESP)

Apoyo: Quizlet






📝

This item has no instructions

Repaso 

Deel 1: 

Dar y pedir información

personal

This item has no instructions

Repaso 

Deel 2 & 3: 

Describir una imagen- Objetos y personas

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

 Examentraining

This item has no instructions

Tips voor leesvaardigheidtoets

This item has no instructions

Let op!: Het goede antwoord

Het goede antwoord is meestal een stukje uit de tekst in andere woorden.


Schakel je eigen mening over het onderwerp uit. Als er in een antwoord b.v. staat dat Hitler een onmens was, is dit toch fout als het niet in de tekst staat. 

This item has no instructions

Let op!

Het kan voorkomen dat er naar iets gevraagd wordt dat NIET in de tekst staat. Soms moet je gewoon 'nee' of 'geen' op durven schrijven. 


(Let op: altijd in het Nederlands tenzij het anders gevraagd wordt !!!)

This item has no instructions

Let op!: Onbekende woorden

Onbekende woorden in de tekst.

• Vergelijk met het Engels: historia lijkt op "history" en profundo op "profound

• Herken delen van het woord:  coraje - corage

• Gebruik de context: Kijk naar de andere woorden of zinnen rondom het onbekende woord. Bijvoorbeeld, stel dat je het woord el propietario niet kent. Uit de zin "Manolo es el propietario del restaurante 'Comidas Manolo', un muy buen restaurante", kun je misschien afleiden dat el propietario iets betekent als "de eigenaar".


Gebruik een woordenboek• Woordenboek als laatste optie: Als je er na deze stappen nog niet uitkomt, zoek het onbekende woord dan op in een woordenboek. Meer tips over efficiënt gebruik van het woordenboek volgen later


This item has no instructions

Let op!: Woordenboek?

  • Gebruik woordenboek pas als je het woord echt niet weet en daardoor een vraag niet kunt beantwoorden

  • Neem niet meteen het eerste woord dat je als vertaling tegenkomt in het woordenboek. 

  • Let op woordsoort

  • Kijk eventueel naar voorbeeldzinnen, de combinaties met voorzetsels., enz

This item has no instructions

Let op!: Voorvoegsels

Voorvoegsels: Voorvoegsels zijn kleine woorddelen die voor een ander woord worden geplaatst en zo een nieuw woord vormen

Hier zijn enkele veelvoorkomende voorvoegsels en hun betekenissen:

• des- (desagradable – onaangenaam): geeft vaak een tegenstelling of ontkenning aan.

• re- (reaparecer – weer tevoorschijn komen): betekent 'opnieuw', 'weer' of 'her-'.

• im- (imposible – onmogelijk): duidt het tegenovergestelde aan, zoals 'on-' of 'niet-'.

• in- (insensible – ongevoelig): eveneens een voorvoegsel voor het tegenovergestelde, zoals 'on-' of 'niet-'.

• pre- (prehistórico – prehistorisch): betekent 'voor' of 'al eerder'.

• anti- (antiautoritario – anti-autoritair): duidt op een tegenstand of oppositie, zoals 'tegen-'.


This item has no instructions

Let op!: Altijd een antwoord geven.

Altijd een antwoord geven

Als je echt niet weet wat het juiste antwoord is, moet je altijd iets invullen. Een blanco antwoord is altijd fout!


This item has no instructions

Vamos a leer un texto

We gaan een citotekst lezen met verschillende soorten vragen.

Eerst bekijken we de strategieën per vraag.

Je mag losse woorden opzoeken, maar geen hele zinnen. 

This item has no instructions

Geef de betekenis Qué se cuenta en el párrafo ...

This item has no instructions

Geef de betekenis ¿Qué palabra(s) falta(n) en la línea...?

This item has no instructions

Geef de betekenis ¿Por qué...?

This item has no instructions

Geef de betekenis ¿Cuál de las afirmaciones es verdad?

This item has no instructions

Geef de betekenis ¿De qué habla... en el párrafo X?

This item has no instructions

Onderwerpen

Gatenteksten

Beweringen

MC-vragen

Open vragen

Relevante informatie

Hoofdgedachte

Betekenis tekstelementen

Tekstverbanden

Intenties, opvattingen en gevoelens

This item has no instructions

Tekst 1: En grupo, mucho mejor

This item has no instructions

1. Eerst de titel + eerste zin lezen

Laat leerlingen vóór ze de hele tekst lezen eerst kijken naar:

Barcelona, ciudad de mariposas

Daarna alleen de eerste zin van alinea 1:

This item has no instructions

¿De qué trata probablemente el texto?

Waar gaat de tekst waarschijnlijk over?


This item has no instructions

Pregunta 1:

En grupo, mucho mejor 

This item has no instructions

2. Lees eerst de vraag, daarna de tekst.

This item has no instructions

Textvraag → zoek sleutelwoorden → lees de zin eromheen → antwoord.

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

SIGNAL WOORDEN.

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

 Relevante informatie  

  • Staat niet in de tekst of in de verkeerde alinea

  • Geeft geen antwoord op de vraag

  • Is het tegenovergestelde van wat er in de tekst staat (let op ontkenningen!)

This item has no instructions

Wat vond je van deze les?

This item has no instructions

Wat heb je van 

deze les geleerd?

This item has no instructions

¡Nos vemos la próxima clase!

This item has no instructions