Blok 3- Jeugdzorg/ woonbegeleiding. Blok 4- Basisschool

Mens en activiteit
Blok 3 
Jeugdzorg/ woonbegeleiding

Blok 4
Basisschool
1 / 32
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Mens en activiteit
Blok 3 
Jeugdzorg/ woonbegeleiding

Blok 4
Basisschool

Slide 1 - Slide

Theorie blok 3 en 4
1: Werken in de jeugdzorg
2: Puberteit
3: Menuleer

4: Hygiëne



Slide 2 - Slide

Werken in de jeugdzorg

Slide 3 - Slide

Wat denk jij dat jeugdzorg is?

Slide 4 - Open question

Jeugdzorg
De meeste kinderen en jongeren ontwikkelen zich prima. Maar in sommige gevallen is extra begeleiding of zorg nodig om de ontwikkeling van het kind of de jongere positief te laten verlopen. 
In een jeugdinstelling wordt zorg verleend aan kinderen en jongeren die orthopsychiatrische problemen hebben. Daarbij gaat het om een combinatie van ernstige gedragsproblemen en psychiatrische problemen.
orthopsychiatrische problemen
Combinatie van ernstige gedragsproblemen en psychiatrische problemen.
gedragsproblemen
Wanneer het gedrag van kinderen en jongeren als probleem wordt ervaren.

Slide 5 - Slide

Gedragsproblemen
Alle kinderen en jongeren zijn wel eens lastig, dwars of boos, maar er is dan nog niet direct sprake van ernstige gedragsproblemen. Toch kan het zijn dat dit soort gedrag uit de hand loopt. Het kind komt dan door zijn gedrag steeds vaker in de problemen. Op school mag een jongere bijvoorbeeld de les niet meer in of wordt zelfs geschorst. Dit alles heeft ook negatieve invloed op de omgeving van de jongeren. Ouders ervaren dat ze de opvoeding niet aankunnen, en er zijn veel spanningen in het gezin.

Slide 6 - Slide

Wat zouden gedragsproblemen kunnen zijn?

Slide 7 - Mind map

Ernstige gedragsproblemen zijn:

  • druk en impulsief gedrag: veel praten, anderen afleiden van hun werk, niet nadenken maar meteen doen;
  • dwars en opstandig gedrag: niet luisteren naar ouders, docenten, ruzie maken;
  • prikkelbaar/driftig gedrag: woedeuitbarstingen, geïrriteerd en boos reageren op de omgeving; 
  • asociaal gedrag: grof taalgebruik, liegen, stelen, vechten.

Of een kind een gedragsstoornis ontwikkelt, kan voor een deel erfelijk bepaald zijn en wordt daarnaast beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals vrienden of de gezinssituatie.

Slide 8 - Slide

Ontwikkelingsstoornissen
Naast ernstige gedragsproblemen heb je als begeleider ook te maken met ontwikkelingsstoornissen bij kinderen of jongeren. 

Een ontwikkelingsstoornis is een psychische aandoening bij kinderen die problemen geeft in de normale ontwikkeling. Hierdoor verloopt de ontwikkeling van het kind anders dan bij de meeste kinderen.

Slide 9 - Slide

Wat is GEEN geestelijke ontwikkelingsstoornis?
A
ADHD
B
ADD
C
Epilepsie
D
ASS

Slide 10 - Quiz

ADHD
Kinderen en jongeren met ADHD zijn druk in hun gedrag. Ze hebben problemen met concentratie en worden snel afgeleid door alles wat er om hen heen gebeurt.
ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder

Slide 11 - Slide

ADD
Bij kinderen/jongeren met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier. Ze vinden het vaak moeilijk om te communiceren met andere mensen. Een kind met autisme of een aan autisme verwante stoornis ervaart de wereld anders dan de meeste mensen dit doen. Autisme is een aangeboren stoornis, het wordt niet veroorzaakt door de opvoeding.
ADD
Autisme Spectrum Stoornis

Slide 12 - Slide

ODD

Kinderen met ODD zijn opstandig en vertonen asociaal gedrag.
 Ze luisteren slecht, zijn vaak boos en zoeken snel ruzie met anderen. 
Dit gaat vaak samen met leer- en taalproblemen, depressie en ADHD.


ODD
Oppositional Defiant Disorder

Slide 13 - Slide

Puberteit

Slide 14 - Slide

De puberteit is de periode waarin meisjes en jongens zich geestelijk en lichamelijk tot volwassenen ontwikkelen. Dat gebeurt in de leeftijd van ongeveer 10 tot 18 jaar. De puber is geen kind meer, maar ook nog niet volwassen.

 Het woord ‘puberteit’ is afgeleid van het Latijnse ‘pubertas’. Dat betekent: het man-zijn. Het laatste deel van het woord -tas is in het Nederlands -teit geworden.

Maar..... wat gebeurt er nu allemaal in de puberteit???????

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Menuleer

Slide 17 - Slide

Wat is een menu?

Slide 18 - Open question

Bij het samenstellen van een menu voor een bepaalde doelgroep moet je rekening houden met de wensen en de gezondheid van de gasten.
Menu:  Dit is een maaltijd die uit minimaal drie gangen bestaat en in de juiste volgorde wordt opgediend


Bij het samenstellen van een menu voor een bepaalde doelgroep moet je rekening houden met de wensen en de gezondheid van de gasten.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Link

De 10 basisregels (De eerste 5)
  1. Pas de keuze voor de maaltijd aan het gezelschap aan. Het maakt een groot verschil of je een maaltijd voor kinderen  of voor een zakelijk gezelschap maakt.
  2. Zorg voor afwisseling in kleur en smaak van de gerechten en in de volgorde van opdienen. 
  3. Een voedingsproduct mag maar één keer in een menu voorkomen. Dit geldt niet voor champignons, aardappelen, room en truffels. 
  4. Gebruik verschillende bereidingswijzen voor de gerechten. 
  5. De visschotels worden voor vleesschotels geserveerd

Slide 21 - Slide

De 10 basisregels (De tweede 5)
  1. Houd bij de keuze van je menu rekening met seizoensproducten.
  2. Serveer nooit twee koude bereidingen na elkaar. 
  3. Wanneer je verschillende vleesschotels op het menu hebt, dan komt het rood vlees steeds voor het wit vlees of wild. 
  4. Er moet een opbouw zitten in de samenstelling van het menu.  
  5. De hoeveelheid per gang wordt opgebouwd, met als hoogtepunt het hoofdgerecht, waarna de hoeveelheid weer afgebouwd wordt.

Slide 22 - Slide

Een traditioneel diner bestaat uit de volgende gangen:
  1. koud voorgerecht;

  2. soep; 

  3. tussengerecht; 

  4. hoofdgerecht; 

  5. kaas, afhankelijk van de wijn; 

  6. nagerecht; 

  7. kaas, afhankelijk van de wijn.

Slide 23 - Slide

Hygiëne

Slide 24 - Slide

Hygiëne is een verzamelnaam voor alle handelingen en handelingswijzen die ervoor zorgen dat mensen en dieren niet ziek worden door bacteriën en virussen.
  

Overal in je omgeving en op je eigen lichaam zitten bacteriën en virussen. Van sommige virussen en bacteriën wordt je ziek, maar lang niet van alle. Door je lichaam en omgeving goed schoon te houden, zorg je ervoor dat de ziekteverwekkende bacteriën niet de kans krijgen om je ook echt ziek te maken. De meeste van deze ziekteverwekkers worden via onze handen verspreid. Regelmatig je handen wassen met water en zeep is daarom erg belangrijk.

Slide 25 - Slide

Wanneer je werkt met kwetsbare en zieke mensen is hygiënisch werken erg belangrijk. Als deze mensen een infectie oplopen, kunnen ze namelijk nog zieker worden en zelfs komen te overlijden.

In de zorg en het welzijnswerk loop je meer kans om in contact te komen met ziektekiemen, doordat je met veel mensen in contact bent. Je bent ook vaak lichamelijk dicht bij mensen.

Slide 26 - Slide

Om het contact met ziektekiemen te verminderen moet je regelmatig je handen wassen

Slide 27 - Slide

Noem belangrijke momenten om je handen te wassen.

Slide 28 - Mind map

Handen was momenten...
  • voor en na de activiteiten met de groep
  • bij het wisselen van diensten en de overgang naar andere groepen
  • voor en na toediening van medicatie
  • na het verschonen van incontentiemateriaal, hulp op wc of potje
  • na het buiten spelen
  • na het samen spelen
  • voor en na de bereiding van voeding (maar niet met handalcohol)
  • na contact met de afvalbak
  • na contact met (huis)dieren

Slide 29 - Slide

nog meer handen was momenten...
  • voor en na het geven van voeding aan een kind
  • na elk toiletbezoek
  • na het aanraken van vuil wasgoed
  • na elk contact met lichaamsvochten
  • na direct contact met een ziek kind
  • na hoesten, niezen en snuiten
  • bij vieze handen
  • na het verwijderen van beschermende handschoenen
  • na het schoonmaken

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Het was een lange theorie les maar het zit er nu op. 

Ik hoop dat jullie hier wat van geleerd hebben en vooral nieuwe dingen geleerd hebben. 

Succes met het verder werken aan de opdrachten. 

Slide 32 - Slide