Les 4: Expliquer (grammaire D)

Bonjour
havo-2!
- Prenez votre livre
(Pak jullie boek)

- Mettez vos sacs par terre
(Zet jullie tassen op de grond)

- Laptops dicht op tafel!
1 / 18
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Bonjour
havo-2!
- Prenez votre livre
(Pak jullie boek)

- Mettez vos sacs par terre
(Zet jullie tassen op de grond)

- Laptops dicht op tafel!

Slide 1 - Slide

Planning du jour
- Overhoren: voca A & B, phrases clés C!

- Expliquer: grammaire D

- Travailler aux exercices

- Les devoirs

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Aan het einde van de les:

  • kan ik mijn droomvakantie beschrijven.
  • ken ik het stappenplan van de passé composé.
  • kan ik de passé composé gebruiken.

Slide 3 - Slide

Questions sur les devoirs?
Les devoirs étaient:

Faire
exercice 13 t/m 15, overschrijven phrases clés C

Apprendre
voca A & B
phrases clés C

Slide 4 - Slide

Overhoren: voca A & B, phrases clés C!
Op het bord loopt een timer voor 3 minuten, zolang kunnen jullie het nog overkijken.

Daarna kies ik willekeurig 2 leerlingen uit die overhoord worden.
Iedereen komt per hoofdstuk minstens 1x aan bod :)!
timer
3:00

Slide 5 - Slide

Expliquer:
grammaire D
Vorig jaar hebben we geoefend met 2 verschillende tijden.

De présent (tegenwoordige tijd)
De passé composé (de voltooid verleden tijd)

Deze les gaan we de passé composé herhalen en een klein beetje uitbreiden.

Neem de volgende slides goed over in je schrift.

Slide 6 - Slide

De passé composé:
hoe zat het ook alweer?
De passé composé is in het Nederlands de voltooide tijd.

Bijvoorbeeld:
- ik heb gemaakt
- hij heeft geleerd.

Het maken van een passé composé bestaat altijd uit 2 stappen.
Stap 1: het hulpwerkwoord
Stap 2: het voltooid deelwoord.

We lopen ze even samen door..

Slide 7 - Slide

Stap 1:
het hulpwerkwoord avoir
Dit rijtje ken je (als het goed is) nog van vorig jaar. 

j'ai               --> ik heb
tu as            --> jij hebt
il/elle/on a    --> hij/zij/men heeft

nous avons    --> wij hebben
vous avez      --> u heeft/jullie hebben
ils/elles ont   --> zij hebben (meervoud)

Slide 8 - Slide

Stap 2:
het voltooid deelwoord
Haal -er van het werkwoord af en plak er een é achter.
Bijvoorbeeld:
donner --> donner --> donné

j'ai donné                         ik heb gegeven
tu as donné                      jij hebt gegeven
il/elle/on a donné              hij/zij/men heeft gegeven
nous avons donné              wij hebben gegeven
vous avez donné                u heeft gegeven/jullie hebben gegeven
ils/elles ont donné             zij hebben gegeven (meervoud)

Slide 9 - Slide

De passé composé:
de uitzonderingen...
De volgende 3 werkwoorden eindigen niet op -er. Ze zijn dus onregelmatig.

Daarom moet je hier het volgende mee doen:
Stap 1 blijft hetzelfde: het hulpwerkwoord blijft avoir.
Stap 2: het voltooid deelwoord wordt:

être  --> été
       bijvoorbeeld: il a été
avoir --> eu
        bijvoorbeeld: elle a eu
faire --> fait       bijvoorbeeld: on a fait

Slide 10 - Slide

Zijn er nog vragen?
Is het iedereen gelukt om de aantekening over te nemen?

Wie heeft er nog een vraag over het de passé composé en de uitzonderingen?

Nu is het moment om de vragen te stellen, anders gaan we door met het huiswerk :).

Slide 11 - Slide

Travailler aux exercices:
16 t/m 19
De regels

- Je werkt de eerste 10 minuten in stilte!
- Muziek luisteren mag met oordopjes!

- Vragen? Steek je hand op!

We ruimen onze spullen pas op, op het moment dat de docent dit zegt.
timer
10:00

Slide 12 - Slide

Les devoirs
La prochaine leçon:
- Regarder: bron E

Faire:
- exercice 16 t/m 19

Apprendre:
- voca A & B (Frans-Nederlands & Nederlands-Frans)
- phrases clés C (Nederlands-Frans)
- grammaire D (de passé composé)

Slide 13 - Slide

Afsluiting
Ik wil graag even checken of de doelen van vandaag zijn behaald, of dat je er nog mee bezig bent.

Pak je iPad en vul de code in (als je dat nog niet hebt gedaan), om de volgende vragen kort te beantwoorden.

Slide 14 - Slide


Leerdoel 1: ik kan mijn droomvakantie beschrijven.
A
Ik ben er nog niet mee bezig geweest.
B
Ik beheers het nog niet, maar ben ermee bezig.
C
Ik beheers alle doelen al.
D
Ik beheers het deels, maar heb nog extra tijd nodig.

Slide 15 - Quiz


Leerdoel 2: ik ken het stappenplan van de passé
composé.
A
Ik ben er nog niet mee bezig geweest.
B
Ik beheers het nog niet, maar ben ermee bezig.
C
Ik beheers alle doelen al.
D
Ik beheers het deels, maar heb nog extra tijd nodig.

Slide 16 - Quiz


Leerdoel 3: ik kan de passé composé gebruiken.
A
Ik ben er nog niet mee bezig geweest.
B
Ik beheers het nog niet, maar ben ermee bezig.
C
Ik beheers alle doelen al.
D
Ik beheers ze deels, maar heb extra tijd nodig.

Slide 17 - Quiz

Tot de volgende les!

Slide 18 - Slide