ST3 rekenen

Woensdag 15-4
Goedemorgen
  • Jas uit
  • Oortjes en telefoon weg
  • Kauwgom in de prullen bak
Ga lekker zitten

Nodig: 
Werkboek, rekenschriftje en pen
timer
2:30
1 / 24
next
Slide 1: Slide
RekenenMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Woensdag 15-4
Goedemorgen
  • Jas uit
  • Oortjes en telefoon weg
  • Kauwgom in de prullen bak
Ga lekker zitten

Nodig: 
Werkboek, rekenschriftje en pen
timer
2:30

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Programma
  • Check-in
  • Instructie
  • zelfstandig werken
  • IOP:  
  • Afronding

Slide 3 - Slide

Verwachtingen
Tijdens de les:
  • Luister je stil naar de instructie
  • Werken we rustig, netjes en serieus
  • Hebben we respect voor elkaar
  • Mag je vragen stellen en fouten maken

Slide 4 - Slide

Wat ga je doen:






Je werkt 40 minuten in stilte aan je opdrachten uit je werkboek.



timer
20:00

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

26x100=

0,07x100=

Slide 7 - Mind map

267-35=

467-99=

Slide 8 - Mind map

Wat is meer:
1,79 of 1,8
3/4 of 70%

Slide 9 - Mind map

Hoe schrijf je 6,7 miljoen in cijfers

Slide 10 - Mind map

5x46

Slide 11 - Mind map

Slide 12 - Slide

Redactiesommen
Dit ga je in deze les doen:
1. Lees de verhaaltjes goed door.
2. Welke cijfers heb ik nodig om de som te maken.
3. Wat voor een soort som is het? x + - :
4. Schijf de som op.
5. Reken de som uit
6. Vul het antwoord in. Schrijf alleen het getal op, zonder spaties

Slide 13 - Slide

Sven heeft 480gram suiker. Hij gebruikt 155 gram voor het maken van een appeltaart. Hoeveel gram houdt hij over?
_____ gram

Slide 14 - Open question

"Als we nog 2 stoelen verkopen hebben we deze week 300 stoelen verkocht", zegt de marktverkoper.
Hoeveel stoelen zijn er tot nu toe verkocht?______stoelen

Slide 15 - Open question

3 kilo aardbeien kost 15 euro. Hoeveel moet moeder betalen voor 4 kilo?
____ euro

Slide 16 - Open question

Evans doet vakantiewerk en verdient iedere dag
15 euro.
Hoeveel dagen moet hij werken om een fiets van 150 euro te kunnen kopen?
A
100 dagen
B
20 dagen
C
15 dagen
D
10 dagen

Slide 17 - Quiz

Eva komt om half 8 uit bed. Om kwart voor 9 moet ze klaar zijn om naar school te gaan.
Hoeveel MINUTEN heeft ze om zich klaar te maken?
A
15
B
60
C
45
D
75

Slide 18 - Quiz

Yakeen, Fanueal en Mahmood verdelen samen 90 snoepjes. Hoeveel krijgt ieder?
_____ snoepjes

Slide 19 - Open question

Op een spaarkaart passen 25 zegels.
Samuel heeft 356 zegels.
Hoeveel spaarkaarten kan hij vol maken.

Slide 20 - Open question

Over precies 168 dagen is Muna weer jarig heeft ze uitgerekend. Precies 3 weken later wil ze weer weten hoeveel dagen het nog duurt. Hoeveel dagen duurt het dan nog ? _____dagen

Slide 21 - Open question

Ice koopt een stereoset van 420 euro. Daarbij koopt hij nog eens geluidsboxen van 133 euro. Hoeveel euro moet hij betalen? _____ euro

Slide 22 - Open question

De moeder van Amar koopt voor haar verjaardag 4 cadeautjes van 9 euro en drie cadeautjes van 7 euro. Hoeveel moet ze betalen?
______ euro

Slide 23 - Open question

Slide 24 - Slide