1. Opdracht tentoonstelling maken

EXAMENVOORBEREIDING
Kunstboek: 19e - nu
Beeldende Begrippen: vormgeving
Thema: kunst en leven
Renaissance
1 / 10
next
Slide 1: Slide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

EXAMENVOORBEREIDING
Kunstboek: 19e - nu
Beeldende Begrippen: vormgeving
Thema: kunst en leven
Renaissance

Slide 1 - Slide

Te behandelen voor SE3
6.6 Hyperrealisme t/m 7.9 Assemble
Thema 'Kunst en leven' 
Oefenen
Actief kunsthistorisch denken 

Slide 2 - Slide

DEZE LES
6.6 t/m 6.19 Postmodernisme
Actief kunsthistorisch denken in 4 delen.


Je oefent met kunsthistorisch redeneren om de inhoud van de periodes te begrijpen. Om informatie over voorstelling, vormgeving, functie en kritiek op kunst te kunnen geven.

Slide 3 - Slide

VOORKENNIS
Om de opdracht te kunnen maken moet je voorkennis hebben over postmoderne kunst.


hyperrealisme, opart, minimalisme, conceptkunst, perfomance, enviroment, landart, arte povera, kinetische kunst, lichtkunst, streetart, neo-expressionisme, architectuur, fotografie en videokunst 6.6 t/m6.19
OPDRACHT  1
Lees de tekst.

Slide 4 - Slide

DE OPDRACHT 
Jullie werken in het Stedelijk Museum Amsterdam en zijn bezig met maken van een tentoonstelling met het thema 'kunst en leven' in het postmodernisme.


Welke werken kies je uit voor deze tentoonstelling?
Werk met 2/4 personen.

Slide 5 - Slide

ONDERDEEL 1 - 1e indruk
Welke afbeeldingen/kunstwerken passen bij het thema 'kunst en leven' op basis van hun voorstelling?
timer
2:00
Noem de nummers van je afbeeldingen en leg uit waarom.

Slide 6 - Slide

ONDERDEEL 2 - 1e indruk
Welke afbeeldingen/kunstwerken passen qua vormgeving bij elkaar?
timer
2:00
Noem de nummers van je afbeeldingen en leg uit waarom.

Slide 7 - Slide

ONDERDEEL 3 - onderzoek
Welke afbeeldingen/kunstwerken passen inhoudelijk bij het thema 'kunst en leven'.
timer
20:00
1. Voeg een kunstwerk aan de tentoonstelling toe door deze naar de docent te brengen. 

2. Geef aan bij welke probleemstelling het kunstwerk hoort.

3. Wie kan de meeste kunstwerken aan de tentoonstelling toevoegen?


Slide 8 - Slide

ONDERDEEL 4 - kritiek
Geef een positief en negatief kunstkritiek op je eigen tentoonstelling.



Kunst moet ... en daarom is het goed.
Kunst moet ... en daarom is het niet goed.
Waarom waardeer jij de kunst in de tentoonstelling.
En waarom waardeer jij de kunst in de tentoonstelling niet.

Slide 9 - Slide

DEZE LES
6.6 t/m 6.19 Postmodernisme
Actief kunsthistorisch denken in 4 delen.


Je hebt geoefend met kunsthistorisch redeneren om de inhoud van de periodes te begrijpen. Om informatie over voorstelling, vormgeving, functie en kritiek op kunst te kunnen geven.

Slide 10 - Slide