Leren over het huis en preposities

Leren over het huis en preposities

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEnglishSecundair onderwijs

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leren over het huis en preposities

Wat weet je al over kamers in een huis en waar dingen staan?

Leerdoel

Aan het einde van de les kan je de delen van een huis benoemen, preposities gebruiken om plaatsen aan te geven, en Engelse meervouden vormen.

Wat is een huis?

Een huis heeft verschillende kamers en plaatsen zoals slaapkamer, keuken en tuin.

Kamerbenamingen in het Engels

Keuken = kitchen, woonkamer = living room, slaapkamer = bedroom, badkamer = bathroom.

Singular en plural

Enkelvoud

Meervoud

Twee stoelen = two chairs Drie ramen = three windows

Een stoel = a chair Een raam = a window

Hoe maak je het meervoud?

Meestal voeg je een -s toe: table → tables, bed → beds. Eindigt het woord op -ch, -sh, -x, -s, dan voeg je -es toe: box → boxes.

Preposities in het Engels

Gebruik preposities om te zeggen waar iets is: in (in), on (op), under (onder), next to (naast).

Voorbeelden met preposities

The book is on the table. The cat is under the chair. The lamp is next to the bed.

Opdracht: waar is het?

Kijk naar de afbeelding. Waar staan de voorwerpen? Beschrijf met preposities: 'The ball is under the table.'

Korte quiz

Reflectie

Wat heb je geleerd?

Vragen?

Noem een kamer, prepositie en maak een zin.

Stel je vraag aan de leerkracht of een klasgenoot.

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.