WO II

WO II

Learning objective

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGodsdienstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

WO II

Learning objective

WO II in Nederland

Eigen verhalen?


Jodenvervolging in Nederland. Video


Hoe ging het in Nederland in vergelijking met andere westerse landen?

Hoeveel % van de Nederlandse joden zijn overleden

A

Minder dan in andere west europese landen

B

Evenveel als in andere west europese landen

C

Meer dan in andere westerse landen

D

Evenveel als in oost europese landen

Hoeveel % van de joodse inwoners zijn overleden?

Duitsland, Polen, Roemenië, Nederland, Frankrijk, België

78 92 44 75 38 40


Hoe kan je dit verklaren?



Hoe kun je dit verklaren?

Verklaringen

Weinig onderduik ivm arbeidseinsatz, veel in steden, bureaucratie van Nl, volgzaamheid van mensen, zondebok, antisemitisme.


Milgram

Elie Wiesel


  1. Ik heb gezworen nooit te zwijgen waar en wanneer mensen lijden en worden vernederd. We moeten altijd partij kiezen. Afzijdigheid helpt alleen de onderdrukker, nooit het slachtoffer. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)

  2. Geen enkel ras is meerderwaardig, geen enkel geloof is minderwaardig. (Para Magazine, 1992)

  3. Geen enkele mens is illegaal. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)

  4. Omdat ik overleefde, vond ik dat het mijn plicht was mijn leven betekenis te geven, om elk moment ervan te rechtvaardigen. (Why I write, 1978)

  5. De doden vergeten is hetzelfde als ze een tweede keer vermoorden. (Nacht, 1960)

  6. Ik geloof in God, ondanks God. Ik geloof in de mensheid, ondanks de mensheid. Ik geloof in de toekomst, ondanks het verleden.


Toets voorbereiden

Magister: leerwijzer, begrippenlijst. Morgen tijd om in te vullen


Maak studievragen deel 4 en opdracht 4 op p 59.


Laat je studievragen even zien voor mijn administratie.


Mentorles: maak een overzicht van je leerstof (als je dat nog niet hebt....)

Vak, soort toets, toetsstof.

Daarna: hoeveel tijd moet je aan elke toets besteden? Plan die tijd in: van achter naar voren.