Les 2

Hoofdstuk 1: Activiteitskengetallen (vervolg)
1 / 27
next
Slide 1: Slide
Kostprijs-4Tertiary Education

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 1: Activiteitskengetallen (vervolg)

Slide 1 - Slide

Lesplanning KP-4

Slide 2 - Slide

Inhoud
1.3 Kengetallen van de debiteuren
1.4 Kengetallen van de crediteuren

Slide 3 - Slide

1.3.1 Gemiddelde debiteurensaldo (blz.181 voorbeeld 7)
Is het gemiddeld bedrag van de vorderingen op debiteuren gedurende een bepaalde periode.
Berekening gemiddelde debiteuren (3 manieren):

1. Per jaar: beginbedrag+eindbedrag= jaar gemiddelde 
2

2. Per kwartaal: (kwartaal 1+kwartaal 2): 2 =gemiddeld kwartaal 1
                              (kwartaal 2+kwartaal 3): 2= gemiddeld kwartaal 2
                            (kwartaal 3+kwartaal 4): 2= gemiddeld kwartaal 3
                            (kwartaal 4+kwartaal 5): 2= gemiddeld kwartaal 4
Gemiddeld kw 1+ kw 2+ kw 3+ kw4 : 4 = jaar gemiddelde

3. Per halfjaar: (Begin jaar +halfjaar 1/7):2= gemiddeld 1ste halfjaar
                            (halfjaar 1/7+ eindjaar) : 2= gemiddeld 2de jaar
(Gemiddeld 1ste halfjaar + gemiddeld 2de halfjaar): 2= jaar gemiddelde

Maken som 10 blz. 194

Slide 4 - Slide

Voorbeeld 7
Voorbeeld 7

Slide 5 - Slide

1.3.2 Gemiddelde kredietduur van debiteuren (blz. 182 en 183 voorbeeld 8/9)
Hoeveel dagen krijgen onze debiteuren gemiddeld krediet.

Formule: Gemiddelde debiteurensaldo X 360 dagen =………… dag
 *Verkopen op rekening (omzet)

*Let op!: verkopen op REKENING, dus contante verkopen tellen NIET mee!

Maken sommen 11, 12, 13, 14. blz. 194 en 195

Slide 6 - Slide

Voorbeeld 8
Voorbeeld 8

Slide 7 - Slide

Voorbeeld 9
Voorbeeld 9

Slide 8 - Slide

Voorbeeld 10
Voorbeeld 10

Slide 9 - Slide

1.4 kengetallen van crediteuren (blz. 186 voorbeeld 11)
1.4.1 Gemiddelde crediteurensaldo: hoe groot(over een bepaalde periode) het krediet van een leverancier gemiddeld is geweest
Berekening gemiddelde debiteuren (3 manieren):
Per jaar: beginbedrag+eindbedrag= jaar gemiddeld
2

Per kwartaal: (kwartaal 1+kwartaal 2): 2 =gemiddeld kwartaal 1
                              (kwartaal 2+kwartaal 3): 2= gemiddeld kwartaal 2
                            (kwartaal 3+kwartaal 4): 2= gemiddeld kwartaal 3
                            (kwartaal 4+kwartaal 5): 2= gemiddeld kwartaal 4
Gemiddeld kw 1+ kw 2+ kw 3+ kw4 : 4 = jaar gemiddelde

Per halfjaar: (Begin jaar +halfjaar 1/7):2= gemiddeld 1ste halfjaar
                            (halfjaar 1/7+ eindjaar) : 2= gemiddeld 2de jaar
(Gemiddeld 1ste halfjaar + gemiddeld 2de halfjaar): 2= jaar gemiddelde

Maken som 19 blz. 196

Slide 10 - Slide

Voorbeeld 11

Slide 11 - Slide

 1.4 kengetallen van crediteuren (blz. 187 en 188 voorbeeld 12 en 13)
1.4.2 Gemiddelde kredietuur van crediteur: hoeveel dagen krijgen wij gemiddeld krediet van onze crediteuren (leveranciers)

Formule: Gemiddelde crediteurensaldo x 360 dagen =………….. dagen Inkopen op rekening*

*Let op!: inkopen op rekening, contante inkopen tellen niet mee!
Maken sommen 20, 21 en 22 blz. 196

Slide 12 - Slide

Voorbeeld 12

Slide 13 - Slide

Voorbeeld 13

Slide 14 - Slide

§1.3 Opgaven 10 t/m 14

Slide 15 - Slide

Opgave 10
Opgave 10

Slide 16 - Slide

Opgave 11
Opgave 11

Slide 17 - Slide

Opgave 12
Opgave 12

Slide 18 - Slide

Opgave 13
Opgave 13

Slide 19 - Slide

Opgave 14
Opgave 14

Slide 20 - Slide

§1.4 Opgaven 19 t/m 22

Slide 21 - Slide

Opgave 19
Opgave 19

Slide 22 - Slide

Opgave 20
Opgave 20

Slide 23 - Slide

Opgave 21
Opgave 21

Slide 24 - Slide

Opgave 22
Opgave 22
Inkoopwaarde
80%??? 10.800.000  
Brutowinst
20 %
Omzet
100%.  13.500.000

Slide 25 - Slide

Vragen

Slide 26 - Slide

The end!

Slide 27 - Slide