Quiz Politiek

Politieke Quiz
1 / 25
next
Slide 1: Slide
BurgerschapBeroepsopleiding

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Politieke Quiz

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel zetels heeft de Tweede Kamer
A
150
B
100
C
75
D
250

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

In oktober 2025 waren er verkiezingen voor
A
De Provinciale Staten
B
De Eerste Kamer
C
De Tweede Kamer
D
De Gemeenteraad

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een coalitie?
A
partijen die samen de regering vormen
B
partijen die vaak met elkaar meestemmen
C
partijen die niet deelnemen aan de regering
D
partijen die overal tegen zijn

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een kabinetsformatie?
A
overleg om te komen tot een regering
B
benoemen van ministers in een regering

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een oppositie?
A
partijen die overal tegen zijn
B
partijen die niet deelnemen aan de regering
C
partijen die samen de regering vormen
D
partijen die vaak met elkaar meestemmen

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de rol van de koning bij de tot standkoming van een regering?
A
adviseert de partijen om regering te vormen
B
benoemt de ministers en staatssecretarissen
C
bepaalt welke partijen in de regering mogen komen
D
heeft hier niets mee te maken

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Mag je stemmen als je in de gevangenis zit?
A
Ja, behalve als de rechter je het kiesrecht heeft ontnomen.
B
Nee, gevangenen mogen niet stemmen.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat wordt er in de politiek bedoeld met een fractie?
A
Een groep Kamerleden van dezelfde politieke partij
B
Een partij die 1 zetel heeft in de Tweede Kamer

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat zijn peilingen?
A
Verkiezingsonderzoeken
B
Peilingen meten de kwaliteit van een regering

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wie bedenken de meeste wetten?
A
Leden van de Tweede Kamer
B
Ministers en hun ambtenaren

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Mag de Koning stemmen?’
A
ja
B
nee
C
ja, maar hij maakt hier geen gebruik van
D
nee, maar hij geeft wel voorkeur aan

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de betekenis van "trias politica"
A
drie politieke partijen
B
Scheiding er machten

Slide 13 - Quiz

De spreiding van de machten; ze kunnen elkaar dan controleren en verbeteren.
Waarom is "trias politica" (scheiding der machten) belangrijk?
A
werkgelegenheid
B
om machtsmisbruik te voorkomen
C
Zodat 1 persoon de macht krijgt

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welke 3 machten kennen we in Nederland?
A
wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht
B
eerste kamer, tweede kamer, derde kamer
C
De koning, de minsters, de uitvoerende macht

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van de wetgevende macht?
A
het parlement (1e en 2 kamer)
B
Rechters
C
ambtenaren

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van de uitvoerende macht?
A
de regering
B
De rechters
C
ministeries en ambtenaren

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een voorbeeld van de rechterlijke macht?
A
rechters en het OM
B
ambtenaren
C
Het parlement (1e en 2e kamer)

Slide 18 - Quiz

het OM vervolgt verdachten van een strafbaar feit
De Tweede Kamer is volgens de trias politica onderdeel van
A
de wetgevende macht
B
de uitvoerende macht
C
de rechterlijke macht
D
de controlerende macht

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je een land waarin mensen stemmen op andere mensen, zodat die hen kunnen
vertegenwoordigen?
A
Participatieve democratie
B
Parlementaire democratie
C
Directe democratie
D
Dictatuur

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Voor welke vier organen kiezen wij in Nederland direct onze vertegenwoordigers?
A
Europees Parlement, Eerste Kamer, Tweede Kamer, gemeenteraad
B
Tweede Kamer, Europees Parlement, Provinciale Staten en gemeenteraad
C
Tweede Kamer, Provinciale Staten, regering en gemeenteraad
D
Tweede Kamer, gemeenteraad en Provinciale Staten, Eerste Kamer

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er als een minister een voorstel heeft voor een nieuwe wet, maar de meerderheid van
de Tweede Kamer wil die wet niet?
A
De wet komt er toch, want de minister is belangrijker dan de Tweede Kamer.
B
De wet komt er niet, want een meerderheid van de Tweede Kamer moet ermee instemmen.

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wie is de baas in een gemeente?
A
Het college van burgemeester en wethouders
B
De gemeenteraad
C
De burgemeester

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Wie beslist welke vakken op middelbare scholen verplicht zijn?
A
Schooldirectie
B
Gemeenteraad
C
Tweede Kamer
D
De minister van onderwijs

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Dank jullie wel.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions