Havo2 Grammatica opstartles

Grammatica....ieuw!
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Grammatica....ieuw!

Slide 1 - Slide

Leerdoelen deze paragraaf:

1 Ik kan een zin in zinsdelen verdelen.
2 Ik kan de zinsdelen benoemen.
3 Ik kan de zes stappen van zinsdeling uitleggen.
4 Ik kan helemaal zen blijven terwijl ik dit doe.

Slide 2 - Slide

Welke twee soorten grammatica zijn er?
Wat is het verschil? 
Wat kan ik ermee en vooral...


WAAROM?!!

Slide 3 - Slide

Ik heb even iemand gevraagd om het uit te leggen...

Slide 4 - Slide

Er zijn twee verschillende soorten grammatica. Haal ze niet door elkaar!
1 Zinsdelen
2 Woordsoorten
Eerst gaan we zinsdelen oefenen.
We gaan even kijken wat jullie nog weten.

Slide 5 - Slide

1 Zinsdelen
-> Woorden die alleen of met elkaar een groepje vormen
( Delen van de zin<->zinsdelen, je snapt hem)

Slide 6 - Slide

Zinsdelen
Hoe begin je?
1: PersoonsVorm (PV)= ?
2: Onderwerp (O)= ?
3: Gezegde (gez)=?
en verder?

Slide 7 - Slide

Zinsdelen
Hoe begin je?
1: PersoonsVorm (PV)= Zin in de Verleden Tijd (vt) zetten
2: Onderwerp (ow)= Wie of wat + pv?
3: Gezegde (gez)=Alle Werkwoorden (ww) van de zin
4: Lijdend voorwerp (lv) = Wie of wat + pv+ ow?
5: Meewerkend voorwerp (mv) = Aan/voor + wie + gez + ow + lv?
6 Bijwoordelijke bepaling (bwb)= wat overblijft

Slide 8 - Slide

Met een voorbeeldzin
Lotte -geeft- een oplader- aan Roos 
1:  PV= Zin in de (vt) zetten= Lotte gaf een oplader aan Roos
pv= geeft (NIET gaf!)
2: Ow= Wie of wat + pv?= Wie of wat geeft?=Lotte
ow=Lotte
3: Gez=Alle Werkwoorden (ww) van de zin= geeft
gez=geeft
4: Lv= Wie of wat + pv+ ow?= Wie of wat geeft Lotte?= een oplader
lv= een oplader
5: Mv= Aan/voor + wie + gez + ow + lv?= Aan wie geeft Lotte een oplader?= aan Roos
mv=aan Roos 


Slide 9 - Slide

1: PersoonsVorm (PV)= Zin in de Verleden Tijd (vt) zetten
2: Onderwerp (ow)= Wie of wat + pv?
3: Gezegde (gez)=Alle Werkwoorden (ww) van de zin
4: Lijdend voorwerp (lv) = Wie of wat + pv+ ow?
5: Meewerkend voorwerp (mv) = Aan/voor + wie + gez + ow + lv?
6 Bijwoordelijke bepaling (bwb)= wat overblijft

Verdeel en benoem de zinnen op het stencil

Slide 10 - Slide