H1 "Cicero en zijn tijd"

1 / 40
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

This item has no instructions

Examenbundel Latijnse taal en cultuur

Cicero, de stem van Rome

H1 "Cicero en zijn tijd"

This item has no instructions

JdW-klimwijzer

Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

This item has no instructions

Overzicht Periode #

  • Thema:

  • Benodigde lesmaterialen:

This item has no instructions

              Startklaar

  • Op je plek zitten 

  • Telefoon thuis of in de kluis

  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond

  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

3

minute

00

second

1. Startklaar

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de deur, noemt hen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent maakt expliciet wat startklaar betekent: telefoons zijn thuis of in de kluis, leerlingen zijn ingelogd in LessonUp en hun schoolspullen liggen klaar op tafel. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit door succescriteria voor gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren expliciet te maken.

Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Hoe heb je H1 bestudeerd?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.


2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Burgeroorlog in de Romeinse samenleving:

wie en waarom?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Richting het einde van de Romeinse Republiek: het driemanschap tussen Caesar, Pompeius en Crassus

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Welke gebeurtenis geldt als het officiële einde van de Republiek en het begin van de Keizertijd?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Cicero's familie behoorde tot:

A

nobiles: patriciërs

B

nobiles: plebejers

C

equites

D

liberti

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Hoe werden schrijvers/dichters gebruikt door de Romeinse bestuurlijke elite?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Door welke oudere literatuur lieten deze Romeinse schrijvers zich inspireren?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


Combineer de juiste omschrijvingen met de verschillende Romeinse publieke ambten

A

a.

B

b.

C

c.

D

d.

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Hoe nerdy was Cicero in zijn jeugd?

Licht je antwoord toe.

A

0/10

B

1/10

C

7/10

D

10/10

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Welk beroep heeft Cicero niet uitgeoefend in zijn leven? Licht je antwoord(en) toe.

A

schrijver

B

advocaat

C

ondernemer

D

politicus

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat was een grote zwakke plek van Cicero?

Licht je antwoord(en) toe.

A

dat hij 'homo novus' was

B

dat hij een wrat had in de vorm van een kikkererwt - vandaar zijn bijnaam 'Cicero'

C

dat hij tegenstanders zonder proces had laten executeren

D

verliezen van Clodius

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.


Wat was Cicero's lievelingsplek op het Romeinse forum en waarom?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.



Welke rol speelde deze favoriete plek in Cicero's levenseinde?

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


           Leerdoelen

  1. R 

  2. T1

  3. T2

  4. I



Checklist:

  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.

  • Het leerdoel is volgens de RTTI-methodiek geformuleerd.

  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).

  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).

  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).

  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

           Instructie

Checklist:

  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.

  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.

  • Meertaligheid functioneel inzetten.

  • Iedereen bij de les betrekken.

4. Inclusieve didactiek

De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

           Voorbeelden

Checklist:

  • Dual Coding (woord en beeld combineren)

  • Concrete voorbeelden

  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

5. Concrete en herkenbare voorbeelden

De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.

           Aan de slag

Checklist:

  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?

  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)

  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)

  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )

  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

This item has no instructions

Titel van de les

subtitel

This item has no instructions

JdW-klimwijzer

Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer

Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

This item has no instructions

Overzicht Periode #

  • Thema:

  • Benodigde lesmaterialen:

This item has no instructions

              Startklaar

  • Op je plek zitten 

  • Telefoon thuis of in de kluis

  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond

  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

3

minute

00

second

1. Startklaar

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de deur, noemt hen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent maakt expliciet wat startklaar betekent: telefoons zijn thuis of in de kluis, leerlingen zijn ingelogd in LessonUp en hun schoolspullen liggen klaar op tafel. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit door succescriteria voor gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren expliciet te maken.

Checklist:

  • Bepaal welke voorkennis relevant en voorwaardelijk is voor de nieuwe lesstof.

  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.

  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om de voorkennis te activeren.

Terugblik opdracht

2. Voorkennis activeren

De docent laat relevante en voorwaardelijke voorkennis ophalen, bijvoorbeeld met een terugblikopdracht, waarbij ook een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan eerder geleerde kennis en krijgen alle leerlingen voldoende bedenktijd om tot een antwoord te komen. Tegelijkertijd worden misconcepties zichtbaar, waardoor de docent gericht kan inspelen op het denken van leerlingen en kritisch denken stimuleert.


           Leerdoelen

  1. R 

  2. T1

  3. T2

  4. I



Checklist:

  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.

  • Het leerdoel is volgens de RTTI-methodiek geformuleerd.

  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).

  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).

  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).

  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

3. Leerdoelgericht werken

De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

           Instructie

Checklist:

  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.

  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.

  • Meertaligheid functioneel inzetten.

  • Iedereen bij de les betrekken.

4. Inclusieve didactiek

De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

           Voorbeelden

Checklist:

  • Dual Coding (woord en beeld combineren)

  • Concrete voorbeelden

  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

5. Concrete en herkenbare voorbeelden

De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.

De vraag kan hier 

geplaatst worden.

A

a.

B

b.

C

c.

D

d.

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

           Aan de slag

Checklist:

  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?

  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)

  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)

  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )

  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

De vraag kan hier 

geplaatst worden.

A

a.

B

b.

C

c.

D

d.

7. Formatief handelen

De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

           Afsluiting

Checklist:

  • Zijn de leerdoelen behaald?

  • Les in context plaatsen van de periode 

  • Het leren en het gedrag samen evalueren

  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

8. Afsluiting

De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en gebruikt hierbij bijvoorbeeld de JdW-planner. 


           Begrippen
           uit deze les


  • ...

  • ...

This item has no instructions

Titel kan hier geplaatst worden.

This item has no instructions

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

This item has no instructions