Immigratie en emigratie (par 2 HC NL)

Emigratie en immigratie
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Emigratie en immigratie

Slide 1 - Slide

Immigranten naar NL:
Welke?

Slide 2 - Mind map

Emigratie
  • Woningnood
  • Het zoeken van werk, van een nieuw middel van bestaan
  • Dreiging van een nieuwe wereldoorlog 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Dekolonisatie

Slide 5 - Slide

Immigranten: 
Dekolonisatie
  • Indische Nederlanders:
    -  twijfel over veilige toekomst in onafhankelijk Indonesië
  • Molukkers:
    - Hebben gevochten in het Nederlandse leger (KNIL)
    - Ideaal: onafhankelijke Zuid-Molukse Republiek

Slide 6 - Slide

Immigranten: 
Dekolonisatie
  • Suriname:
    - Vreesden economische achteruitgang na onafhankelijkheid + botsingen tussen bevolkingsgroepen. 
    - Spraken taal + (deels) Nederlands onderwijs gehad + familie/kennissen in NL.
  • Antillianen:
    - Tussen 1972 - 1993 ('80 meesten)
    - Redenen: werkloosheid + goede sociale voorzieningen en welvaart in NL.
    - Lastigere integratie door Papiaments (taal)

Slide 7 - Slide

Immigranten: 
Gastarbeiders
  • Zuid- en Midden-Europa:
    - Komen als gastarbeider naar NL.
    Spanjaarden: deels ook om Franco's regime te ontvluchten.
    - Kolenmijnen in Limburg
    - Gingen weer terug.
  • Turkse en Marokkaanse gastarbeiders:
    - eind jaren '60
    - zelfde voorwaarden, maar gingen meestal niet terug --> NL goede voorzieningen e.d.
    -Gezinshereniging vanaf de jaren '80.

Slide 8 - Slide

Pluriforme samenleving!

Verschillende bevolkingsgroepen leven samen in een land. 
Ze hebben hun eigen gewoontes en gebruiken. 

Er ontstaat veelvormigheid!

Slide 9 - Slide

Indische Nederlanders
Gastarbeiders uit Zuid-Europa
Gastarbeiders uit Turkije en Marokko
Meeste Antillianen komen
Emigratieland NL "begint"

Slide 10 - Drag question

Welk kenmerkend aspect past bij het principe van gastarbeiders in Nederland?
A
Dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
B
De eenwording van Europa.
C
De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende soc.-cult. veranderingsprocessen
D
De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

Slide 11 - Quiz

Welk kenmerkend aspect past bij het principe van gezinshereniging?
A
Dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
B
De eenwording van Europa.
C
De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende soc.-cult. veranderingsprocessen
D
De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

Slide 12 - Quiz

Van welke immigrantengroep in NL was de integratie het makkelijkst?
A
Molukkers
B
Surinamers
C
Antillianen
D
Turken/Marokkanen

Slide 13 - Quiz

Oorzaken van de Oliecrisis (1973)
  • Uitbreken van een oorlog tussen Israël <> Syrië / Egypte:
    Westerse landen (o.a. NL) kiest kant Israël. 
  • Steunen Israël met wapens + houden pro-Arabische verklaring tegen in de EG.  

Slide 14 - Slide

De Oliecrisis (1973)
  • Sterke verhoging olieprijs door Arabische landen
  • Olieboycot van onder andere Nederland --> Oliecrisis

Slide 15 - Slide

Gevolgen van de Oliecrisis (1973)
De oliecrisis maakte een eind aan de jarenlange economische groei --> NL had hierdoor nog "spaarpotje".
  • Economie in de jaren '80 achteruit: werkloosheid en veel bijstandsgerechtigden.
  • Overheidsuitgaven dreigden onbeheersbaar groot te worden: meer lenen --> staatsschuld liep op.

Slide 16 - Slide

Autoloze zondag

Slide 17 - Slide

In welk jaar was de eerste oliecrisis?
A
1973
B
1975
C
1977
D
1979

Slide 18 - Quiz


Wat probeert de maker van de bron duidelijk te maken over de oliecrisis van 1973?
A
Dat de westerse landen graag wilden onderhandelen met de Arabische landen
B
Dat de Arabische landen de olie voor een hoge dollarprijs verkochten aan de westerse landen.
C
Dat de Arabische landen de westerse landen door hun olie onder druk zetten om "hun zin" te doen.
D
Dat de westerse landen de baas zijn in de Arabische landen als het op olie aankomt.

Slide 19 - Quiz

Hoofdstuk 3 "Veranderende maatschappelijke verhoudingen: 1978 - 2008"

Slide 20 - Slide

Oplossingen voor de economische crisis
De verzorgingsstaat moest worden beperkt, omdat:
  • Het was te bureaucratisch
  • Het is te duur
  • Misbruik op grote schaal
  • Net zo veel vacatures als werklozen
  • Steeds meer ouders / minder jongeren

Slide 21 - Slide

Regeringen o.l.v. premier Lubbers:
  • Bezuinigen en belasten zwaarder: o.a. ambtenarensalarissen werden gekort, tarieven OV stegen + dieselaccijns omhoog.
  • Beperken de verzorgingsstaat: o.a. WAO verlagen, wetten zodat werklozen minder vaak werk konden weigeren, huursubsidie beperkt etc.
  • Privatiseren staatsbedrijven: o.a. NS en PTT (Post) 

Slide 22 - Slide

Poldermodel
  • '80: Vakbonden genoodzaakt tot onderhandeling (i.v.m. steun regering + dalend ledental)
  • Akkoord van Wassenaar (1982) :  gesloten door organisaties van werkgevers en werknemers -
    Vakbonden accepteren loonmatiging in ruil voor arbeidsduurverkorting + deeltijdbanen.
  • Begin van het poldermodel (= overeenstemming tussen werkgevers- en werknemers bereiken door vaak te overleggen). 
  • Garantie politieke en economische rust: lonen en prijzen beheersen + goede concurrentiepositie NL garanderen. 

Slide 23 - Slide

  • Begin wederopbouw
  • Marshallplan
  • Opbouw verzorgingsstaat
  • Consumptiemaatschappij
  • Economische crisis
  • Poldermodel

  •  ■
     ■
     □
  • In de jaren 60 en de jaren 90.

Slide 24 - Slide

Vragen?

Slide 25 - Open question