Masterclass schaken

1 / 44
next
Slide 1: Slide
SchakenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 44 slides, with text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
11.00-12.00
- Korte introductie
- De basisregels van schaken (beginners)
- Tijd om te spelen / tips van Abel (gevorderden)

Slide 2 - Slide

Wat gaan we doen?
12.00-13.00
- Kahoot met schaakpuzzels
- Minitoernooi

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen?
13.00-14.00
- Voor wie wil is het lokaal nog beschikbaar om door te spelen!

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Link

Slide 7 - Link

Deel 1: de basis

Slide 8 - Slide

Wat gaan we doen?
  • We beginnen met de basisregels. Ken je die nog niet of twijfel je? Doe dan mee met de LessonUp.
  • Kun je al schaken? Zoek dan een tegenstander uit en een bord. Even geen tegenstander beschikbaar? Dan kun je ook een potje kijken of zelf proberen om schaakpuzzels op te lossen.
  • Communiceer alleen fluisterend met anderen.

Slide 9 - Slide

Basisregels schaken
  • Wit begint
  • Om en om zetten
  • Doel: de koning schaakmat zetten
  • Je mag de stukken van de tegenstander slaan 

Slide 10 - Slide

De startopstelling

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Koning

Slide 13 - Slide

Koningin

Slide 14 - Slide

Toren (2x)

Slide 15 - Slide

Loper (2x)

Slide 16 - Slide

Paard (2x)

Slide 17 - Slide

Pion (8x)

Slide 18 - Slide

Pionnen
  • Mogen normaal gesproken één vakje vooruit.
  • De allereerste zet mogen ze twee vakjes vooruit.
  • Ze mogen alleen schuin slaan.
  • Haalt een pion de overkant, dan verandert hij in een ander stuk.

Slide 19 - Slide

Opbouw van het spel
Opening: de pionnen staan in de weg voor de stukken. Tijdens de opening breng je de stukken in positie.
Middenspel: nu alle stukken staan waar je ze wilt hebben. Er zullen veel stukken worden geslagen.
Eindspel: er zijn nog weinig stukken over. Hoe zet je de koning schaakmat?

Slide 20 - Slide

Gevorderde schaakregels

Slide 21 - Slide

Rokeren
  • De koning en de toren wisselen van kant.
  • De toren komt direct naast de koning te staan.
  • Geen van beide stukken mag bewogen hebben.
  • De koning mag niet schaak staan.
  • Er mag niets tussen de toren en de koning in staan. 

Slide 22 - Slide

Rokade

Slide 23 - Slide

En passant slaan
  • Een pion beweegt voor het eerst en gaat twee zetten vooruit.
  • Hierdoor komt hij naast een pion van de tegenstander te staan.
  • De tegenstander mag nu schuin langs deze pion slaan.

Slide 24 - Slide

En passant

Slide 25 - Slide

Pat
  • Als een speler niet schaak staat, maar geen enkele zet meer kan doen zonder zijn eigen koning schaak te zetten, is het pat.
  • Het spel is afgelopen. De eindstand is een gelijkspel.

Slide 26 - Slide

Pat

Slide 27 - Slide

Promotie
  • Als een pion aan de overkant van het speelbord komt, verandert hij in een ander stuk.
  • Je mag zelf kiezen wat het wordt. Normaal gesproken kies je de koningin.

Slide 28 - Slide

Tijd om te schaken!
Om 11:00 gaan we verder met deel 2 van de masterclass: strategieën

Slide 29 - Slide

Deel 2: strategie

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Een snelle mat
Mr. Shaibel zet Beth in het fragment heel snel mat. Hoe heet deze mat? en hoe werkt hij?

Slide 32 - Slide

De herdersmat

Slide 33 - Slide

Basisstrategie
  • Aanval is de beste verdediging
  • Wees voorzichtig met de "duurste" stukken!
  • Zorg dat stukken gedekt staan, dus dat het ene stuk het andere verdedigt

Slide 34 - Slide

Aanvallen
  • Kun je de koning schaak zetten?
  • Kun je twee stukken tegelijk aanvallen?
  • Kun je een gevaarlijk stuk wegjagen door het aan te vallen?
  • Kun je een stuk zo neerzetten dat een ander stuk daar de volgende beurt van kan profiteren? 

Slide 35 - Slide

Verdedigen
  • Kun je een pion of een ander stuk tussen de aanvaller en het aangevallen stuk zetten?
  • Kun je het stuk verplaatsten, zodat het niet meer bedreigd wordt? Zijn er nu andere stukken in gevaar?
  • Kun je een stuk van de tegenstander aanvallen?
  • Wil je liever ruilen of vluchten?

Slide 36 - Slide

Denk vooruit!
Wat is het gevolg van jouw zet voor alle andere stukken op het bord?
Wat verwacht je dat jouw tegenstander zal doen als jij een zet doet?

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Link

Tijd om te schaken!

Slide 39 - Slide

Challenges
1. Blindschaken: geblinddoekt en op geheugen proberen je tegenstanders te verslaan.
2. Doorgeefschaak: je speelt met zijn vieren twee potjes tegelijk. Als je teamgenoot een stuk slaat, mag jij het op het bord zetten.
3. Weggeefschaak: slaan is verplicht. Wie het eerst zijn stukken kwijt is wint.

Slide 40 - Slide

Deel 3: wedstrijdschaken

Slide 41 - Slide

Basisregels
  • Sportiviteit
  • Aanraken = zetten en loslaten = gezet (tenzij je hierdoor schaak(mat) staat)
  • Je praat niet met elkaar of met anderen, behalve "schaak"

Slide 42 - Slide

Schaakklok
Beide spelers hebben x minuten op de klok.
Na het zetten druk je de klok in. 
Dan begint de klok van de tegenstander
te lopen.

Tijd op = verloren

Slide 43 - Slide

Armageddon-snelschaak
  • Wit heeft 6 minuten op de schaakklok, zwart 5.
  • We schaken volgens de normale regels. Heb je gezet, dan druk je de schaakklok in.
  • Zet je schaakmat? Dan win je.
  • Is je tijd op? Dan verlies je.
  • Bij remise wint zwart.

Slide 44 - Slide