Clase 2_P1 3HV Lidwoorden-singular plural-posesivos

¡Bienvenidos a tu clase de español!
2
Hoy es de Septiembre 2021
1 / 16
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos a tu clase de español!
2
Hoy es de Septiembre 2021

Slide 1 - Slide

La frase del día

  • ¿PUEDES AYUDARME, POR FAVOR? 
  • (poe-èdes ajoedarme, por fabor
  •  => Kun je me helpen, alsjeblieft?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Los objetivos de hoy

(De lesdoelen van vandaag )

Je herhaalt....

1-  ...het gebruik van vraagwoorden

2-  ...het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord (Waar staat deze in de zin?)

3- ... de persoonlijkvoornaamwoorden als yo , tú, él, nosotros, ellos etc

Doordat je begint met herhalen van de stof uit vorig jaar, maak je een goede start in jaar 3



Slide 4 - Slide

El programa de hoy

(Het programma van vandaag)

     A: bespreking HW

     B:  De onderwerpen waar je vandaag aan gaat
           werken:( je mag zelf kiezen waarmee je begint)
     
       >>vraagwoorden
       >> bijvoegelijk naamwoord
..     >> ontkenning
      

     C: ¿Qué has aprendido hoy? (Afsluiting)

Slide 5 - Slide

SO datum!


Eerste SO   9  / 10 september  a.s.

Slide 6 - Slide

Wat betekenen de volgende zinnen in het Nederlands?
1 ¿ qué son los deberes?
2. ¿Puedo ir al baño?
3 ¿Puedes hablar más despacio. por favor?
4 ¿En qué ejercicio estamos?
5 ¿ Puedes hablar más alto/ más bajo, por favor?

Slide 7 - Open question

Slide 8 - Link

Verbos -ar -er -ir

  1. Verbos -ar oefenen: klik hier
  2. Verbos -er oefenen: klik hier
  3. Verbos -ir oefenen: klik hier
  4. Llamarse + er/ar/ir: klik hier


Slide 9 - Slide

Weet jij de persoonsvormen in het Spaans? Koppel de juiste Nederlandse betekenis eraan. 
Doe daarna het zelfde met de rode kaartjes. (Weet je een woord niet? zoek het op!)
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
ik
jij
María y Pepe
zij (mv)
wij
hij
jullie
zij
mi hermano y yo
u (mv)
Isabel y tú
Juan
señor González

Slide 10 - Drag question

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -IR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
VIVÍS
VIVIMOS
ESCRIBE
VIVO
COMPARTO
ESCRIBIMOS
COMPARTEN
VIVES
ESCRIBEN
VIVE

Slide 11 - Drag question

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -ER
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
COMO
APRENDES
BEBES
CORREMOS
VENDEN
APRENDEMOS
VENDÉIS
BEBE
COMEMOS
VENDO
APRENDEN
COME
CORRE
BEBÉiS

Slide 12 - Drag question

YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
hablo
bebo
habláis
come
vivimos
escriben
vivís
hablan
preguntamos
vives
vende
compran
escuchas
escucháis
vive
bebemos
compro
bailas
bailáis
leemos
habla
leen
escuchas
pregunto

Slide 13 - Drag question

Weet jij de betekenis van deze Spaanse regelmatige werkwoorden? 
Zet de juiste bij elkaar.
comer
bailar
hablar
vivir
cantar
ir
vender
escuchar
escribir
compartir
beber
tocar
schrijven
gaan
dansen
drinken
praten
leven, wonen
luisteren
eten
instrument bespelen, aanraken
delen
zingen
verkopen

Slide 14 - Drag question

1) Extra boekje: Ejercicio 14-24

2) Leren 4.1 (NL >SP)
werkwoordenblad 1- 24: (SP-NL +NL-SP)


Los deberes para la próxima clase

(het huiswerk voor de volgende les...)

Slide 15 - Slide

Y... ¿qué has aprendido hoy?
¿ Hay preguntas? 

Slide 16 - Slide