2.4 Zwanger worden

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 2.4 blz 101

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 36
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 36 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 2.4 blz 101

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Leerdoelen herhalen

  • Je weet hoe zaadcellen worden gevormd en vervoerd.

  • Je kunt beschrijven wat er gebeurt tijdens de menstruatiecyclus.

2.4 ZWanger worden

Thema 2 Voortplanting en seksualiteit

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip zwanger worden?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij de mens verloopt.

  • Je weet wat de verschillen zijn tussen een zaadcel en een eicel.

  • Je kunt de embryonale ontwikkeling beschrijven.

  • Je weet hoe een eeneiige tweeling en een twee-eiige tweeling ontstaan.

Bevruchting

  • Na de eisprong kan een eicel worden bevrucht door een zaadcel.

  • Bij geslachtsgemeenschap komt sperma in de vagina terecht.

  • Zaadcellen zwemmen met hun zweepstaart via de baarmoeder naar de eileider.

  • Een eicel leeft na de eisprong ongeveer 12 tot 24 uur.

  • Zaadcellen kunnen enkele dagen in het lichaam van de vrouw overleven.

  • Bevruchting vindt plaats in de eileider.

  • Slechts één zaadcel kan de eicel binnendringen.

  • Daarna versmelten de kernen van de zaadcel en eicel.

  • De bevruchte eicel kan zich vervolgens ontwikkelen tot een embryo.

  • Wanneer een bevruchting niet op natuurlijke wijze lukt, kan soms ivf een oplossing zijn.

Voordoen

In de eileider

Waar vindt een bevruchting meestal plaats?

Zelf oefenen

Zodra één zaadcel is binnengedrongen, verandert het membraan van de eicel zodat andere zaadcellen niet meer naar binnen kunnen.

Waarom dringt uiteindelijk maar één zaadcel een eicel binnen?

Zwangerschap

  • Na een bevruchting blijft het gele lichaam bestaan.

  • Het gele lichaam blijft hormonen produceren die het baarmoederslijmvlies dik en goed doorbloed houden.

  • Daardoor wordt het baarmoederslijmvlies niet afgestoten en blijft de menstruatie uit.

  • De bevruchte eicel deelt zich onderweg naar de baarmoeder steeds verder.

  • Na ongeveer 5 tot 12 dagen bereikt het klompje cellen de baarmoeder.

  • Het klompje cellen nestelt zich in het baarmoederslijmvlies. Dit heet innesteling.

  • Na de innesteling is de vrouw zwanger.

  • Uit het klompje cellen ontstaat het embryo. Zo noem je het nieuwe leven gedurende de eerste acht weken.

  • Het embryo maakt het hormoon HCG, dat het gele lichaam in stand houdt.

  • HCG kan worden aangetoond met een zwangerschapstest.

Voordoen

Het vasthechten van een klompje cellen in het baarmoederslijmvlies.

Wat is innesteling?

Zelf oefenen

Alleen na innesteling kan het embryo voedingsstoffen en zuurstof uit het lichaam van de moeder ontvangen en zich verder ontwikkelen.

Waarom is innesteling noodzakelijk voor een succesvolle zwangerschap?

Placenta

  • Na de innesteling ontstaat de placenta (moederkoek).

  • De placenta bestaat uit weefsel van de moeder én van het embryo.

  • Via de placenta krijgt het embryo zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed van de moeder.

  • Het bloed van de moeder en het bloed van het embryo komen niet direct met elkaar in contact.

  • Wel kunnen stoffen via de placenta worden uitgewisseld.

  • Glucose en zuurstof gaan van de moeder naar het embryo.

  • Koolstofdioxide, water en andere afvalstoffen gaan van het embryo naar de moeder.

  • De placenta maakt ook het hormoon HCG.

  • Schadelijke stoffen, zoals alcohol, nicotine, drugs en sommige medicijnen, kunnen via de placenta bij het embryo terechtkomen.

  • Vooral in de eerste weken is het embryo hier erg gevoelig voor.

Voordoen

De placenta zorgt voor de uitwisseling van stoffen tussen moeder en embryo.

Wat is de functie van de placenta?

Zelf oefenen

Omdat het embryo deze stoffen nodig heeft voor groei en ontwikkeling.

Waarom is het belangrijk dat zuurstof en voedingsstoffen via de placenta bij het embryo komen?

Navelstreng en vruchtwater

  • Het embryo is via de navelstreng verbonden met de placenta.

  • De navelstreng bestaat uit weefsel van het embryo.

  • In de navelstreng lopen drie bloedvaten:

    • twee navelstrengslagaders;

    • één navelstrengader.

  • Via deze bloedvaten worden stoffen vervoerd tussen embryo en placenta.

  • Het embryo ligt in het vruchtwater.

  • Vruchtwater beschermt tegen schokken en uitdroging.

  • Het embryo kan zich dankzij het vruchtwater gemakkelijk bewegen.

  • Rond het vruchtwater zitten twee vruchtvliezen.

  • De vruchtvliezen bestaan uit weefsel van het embryo.

Voordoen

Met de placenta.

Met welk orgaan is het embryo verbonden via de navelstreng?

Zelf oefenen

Omdat het embryo beschermt tegen schokken en uitdroging.

Waarom is vruchtwater belangrijk voor het embryo?

Foetus

  • Vanaf de derde maand van de zwangerschap wordt het embryo een foetus genoemd.

  • Bij een foetus zijn alle belangrijke organen aangelegd.

  • De organen liggen op hun juiste plaats in het lichaam.

  • Veel organen functioneren al vóór de geboorte.

  • De foetus groeit en ontwikkelt zich verder in de baarmoeder.

  • Gemiddeld wordt een baby ongeveer 38 weken na de bevruchting geboren.

Voordoen

Vanaf de derde maand van de zwangerschap.

Wanneer wordt een embryo een foetus genoemd?

Zelf oefenen

Omdat in deze periode de belangrijkste organen worden aangelegd, die nodig zijn om na de geboorte goed te kunnen functioneren.

Waarom is de ontwikkeling van organen in de eerste maanden van de zwangerschap zo belangrijk?

Tweelingen

  • Meestal ontstaat uit één bevruchte eicel één baby.

  • Soms ontstaan er tijdens een zwangerschap twee baby's: een tweeling.

  • Er zijn twee soorten tweelingen:

    • Twee-eiige tweeling

    • Eeneiige tweeling

  • Een twee-eiige tweeling ontstaat wanneer twee eicellen vrijkomen en beide worden bevrucht.

  • Er ontstaan dan twee verschillende bevruchte eicellen die zich afzonderlijk ontwikkelen.

  • Een eeneiige tweeling ontstaat uit één bevruchte eicel.

  • Tijdens de eerste celdelingen splitst het klompje cellen zich in twee delen.

  • Beide delen ontwikkelen zich verder tot een baby.

  • Eeneiige tweelingen hebben hetzelfde erfelijk materiaal.

Voordoen

Omdat ze ontstaan uit dezelfde bevruchte eicel en daardoor hetzelfde erfelijk materiaal hebben.

Waarom lijken eeneiige tweelingen vaak sterk op elkaar?

Zelf oefenen

Een twee-eiige tweeling.

Bij een zwangerschap worden twee eicellen bevrucht. Van welk type tweeling is sprake?

Aan het werk!

Maken 2.4: 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8 en 9

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.



 


5

minute

00

second

Checken leerdoelen

  • Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij de mens verloopt.

  • Je weet wat de verschillen zijn tussen een zaadcel en een eicel.

  • Je kunt de embryonale ontwikkeling beschrijven.

  • Je weet hoe een eeneiige tweeling en een twee-eiige tweeling ontstaan.