Structuur in de zin (A2-niveau)
Presens
Perfectum
Imperfectum
Scheidbare werkwoorden
Modale werkwoorden
Reflexieve werkwoorden
Structuur in de zin (A2-niveau)
Presens
Perfectum
Imperfectum
Scheidbare werkwoorden
Modale werkwoorden
Reflexieve werkwoorden
Maak een zin in het presens met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
in - het - kind - slapen - slaapkamer - de
Maak een zin in het presens met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
in - voelen - zich - de - goed - vakantie
Maak een zin in het perfectum met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
op - zitten - stoel - een
Maak een zin in het perfectum met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
inpakken - cadeautjes - kinderen
Maak een zin in het perfectum met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
vorig - Rotterdam - naar - gaan - weekend
Maak een zin in het imperfectum met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
vorig - blijven - thuis
Maak een zin in het imperfectum met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
schoonmaken - huis
Maak een zin in met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
maken - vanavond - willen - huiswerk
Maak een zin met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
tv- kijken - mogen - vroeger
Maak een zin met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
elke - wassen - ochtend - zich
Maak een zin met de volgende woorden. Je mag extra woorden gebruiken en de vorm veranderen.
vergissen - vaak
Maak een zin in de imperatief. Je mag zelf kiezen welke woorden je gebruikt.