3 tl H5 chemische reacties

hst 5 chemische reacties 
1 / 45
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

hst 5 chemische reacties 

Slide 1 - Slide

programma les 1;

hst 5 chemische reacties (
- kenmerken verbrandingsreacties
- verschil onvolledig/volledige verbranding
- aantoningsreacties

Hw: maken 5.1 voor volgende week maandag

Kijk je hw zelf na en verbeter met behulp van antwoordenboek B bij jaarmateriaal in classroom.

Slide 2 - Slide

verbrandingsdriehoek( 1 ding weghalen--> blussen)
Ontbrandingstemperatuur:
Komt de temperatuur daar boven  gaat die brandstof branden (dit verschilt per stof-> stofeigenschap)
Bij blussen met water verdampt het water -> de brandstof koelt daardoor af tot onder de ontbrandingstemperatuur 

Slide 3 - Slide

  1. warmte
  2. vlammen =brandend gas
  3. soms rook(= gas +vaste deeltjes
  4. soms vonken(=vaste gloeiende deeltjes)
  5. vaak as
reactieschema: brandstof + zuurstof--> verbrandingsproducten(=oxides*)


reactieverschijnselen bij verbranding
bij snelle verbrandingen ontstaan:
(*oxides = verbindingen van atoomsoorten uit de brandstof gebonden aan zuurstof, b.v. ijzeroxide, koolstofmonoxide, koolstofdioxide, water enz.)

Slide 4 - Slide

langzame verbrandingen (géén vlam)

  • b.v. verteren van voedsel of het oxideren van metalen 
  • Ook hierbij ontstaat altijd WARMTE maar géén vlammen
  • Algemene notatie van verbrandingen van metalen:
    brandstof(=metaal) + zuurstof--> metaaloxide
    b.v. roesten ijzer: Fe (s) + O2(g)--> FeO(s)
  • voedsel bevat koolwaterstofverbindingen (CxHy), bij de verbranding daarvan ontstaat altijd water, meestal koolstofdioxide maar soms ook koolstofmonoxide en roet
    voedsel (CxHy)+ O2(g)--> H2O (l)+ CO2(g)
  • water en koolstofdioxide kun je aantonen (= bewijzen) zie slides hierna

Slide 5 - Slide

volledige verbranding koolwaterstoffen
  1. kleurloze of blauwe vlam
  2. CxHy + O2(g) -->  H2O(l) +   CO2(g)
  3. koolstofdioxide is een  broeikasgas . Als dit ontstaat bij het verbranden van fossiele brandstoffen dan ontstaat versterkt broeikaseffect

onvolledige verbranding koolwaterstoffen
  1. oranje of gele vlam
  2.  CxHy+ O2(g)--> H2O(l)+ C(s) + CO(g)
  3. koolstofmonoxide (=kolendamp) is een dodelijk gas
  4. koolstofmonoxide is
    -dodelijk (voorkomt opname van zuurstof
    -> je stikt als je teveel in hebt geademd)
    - kleur- en geurloos 
    - zwaar
Als de brandstof zwavelatomen bevat ontstaat bij verbranding óók  zwaveldioxide SO2(g)

Slide 6 - Slide

langzame verbrandingen/oxideren
(ontstaat geen vlam wel warmte)
b.v. verteren van je voedsel of het oxideren van metalen (= reactie aangaan met zuurstof). 
Ook hierbij ontstaat altijd WARMTE
Algemene notatie van verbrandingen:
brandstof + zuurstof--> verbrandingsproduct(en)

verbrandingsproducten zijn vaak oxides (verbindingen met zuurstof)

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

programma 11 mei
  • vragen hw?
  • demo aantoningsreactie 5.1 water
  • uitleg systematische naamgeving 5.2
  • oefenopdracht systematische naamgeving op een inleverblad
  • werken aan opdrachten 5.2 of meedoen met bespreken hw
  • maken van 5.2: 4,5,6 t/m 10
  • oefenen in tweetallen reactievergelijking óók op het inleverblad

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

dus als je wilt bewijzen dat je een koolwaterstof verbrandt:
Daarvoor maak je gebruik van een Reagens = stof die een andere stof zichtbaar maakt
  • Water toon je aan met wit kopersulfaat want dat wordt blauw 
  • Koolstofdioxide toon je dus aan met  helder kalkwater  want dat wordt  troebel en wit
moet je aantonen (=  bewijzen) dat  de onzichtbare verbrandingsproducten waterdamp en koolstofdioxide zijn ontstaan. 

Slide 11 - Slide

b.v aantonen dat hout een koolwaterstof is met een proef
  1. verbrand de brandstof
  2. vang de verbrandingsgassen op en laat
    ze door deze opstelling gaan
  3. als waterdamp bij het witte kopersulfaat
     komt kleurt dit blauw
  4. als koolstofdioxide door kalkwater gaat
    wordt dit troebel en wit
  5. nu heb je beide stoffen aangetoond =bewezen
  6. conclusie: hout is een koolwaterstof

Slide 12 - Slide

Belangrijke aantoningsreacties
aan te tonen stof
indicator/aan-toningsproef
waarneming
water 
wit kopersulfaat
wit kopersulfaat wordt blauw in contact met water
koolstof-dioxide
kleurloos/helder kalkwater
wordt troebel en wit als er CO2 doorheen gaat
waterstof
gas opvangen en aansteken
je hoort een blaffend geluid
zuurstof
gloeiend voorwerp erbij 
voorwerp gaat feller branden
zwaveldioxide
joodwater
geel joodwater ontkleurt

Slide 13 - Slide

Naamgeving moleculaire stoffen:
hoeveel atomen van elke soort in verbinding
  • atoomsoorten uit tabel 1 in de stof--> naam eindigt altijd op .........ide
  • telwoorden: tabel 2 wat in de naam voor de atoomsoort staat, staat in de formule erachter
  • b.v. difosforpentaoxide (P2O5
  • moleculaire stoffen bevatten nooit metaalatomen
  • veel stoffen hebben een triviale naam, zie binas tabel 42




tabel 1 in boek vervoegingen
tabel 2 griekse naamwoorden
voorbeelden naamgeving

Slide 14 - Slide

oefenopdracht (op het inleverblad)
Wat is de systematische/rationele naam van:
  1. N2O5
  2. S2Cl2
    Wat is de molecuulformule van:
  3. fosforpentabromide 
  4. joodtrichloride
 
timer
3:00

Slide 15 - Slide

Neem over en maak op het inleverblad
  1. noteer het reactieschema (= in woorden) met toestands-aanduiding (s) =vast, (l) =vloeibaar, (g) = gasvormig
  2. noteer daarna in symbolen (check of je voor én na de reactie dezelfde atoomsoorten hebt)
  3. kloppend maken  

Slide 16 - Slide

stel bij de volgende situatie de reactievergelijking op; eerst in woorden, dan in symbolen en maak kloppend
  1. bij de verbranding van waterstof wordt er waterdamp gevormd.


timer
5:00
eerder klaar of loop je vast -> begin aan Hw morgen: 
goed leren regels naamgeving en afmaken 
5.2: opg  4,5,6 t/m 10

Slide 17 - Slide

verbranding van waterstof
  1. waterstof + zuurstof --> waterdamp
  2.     
H2(g)+O2(g)>H2O(g)
2H2(g)+O2(g)>2H2O(g)

Slide 18 - Slide

programma 12 mei
  • vragen hw?
  • bespreken oefenopdracht systematische naamgeving gisteren
  • werken aan 9, 10, 11 b, c en d, 12, 13, 
  • 5.3 slaan we over zit dus ook niet in de toets,
  • laatste 10 min oefenen reactievergelijking opstellen en kloppend maken
  •  hw, 5.4 leren en 1 t/m 5 (en wat je nog niet af had van bovenstaande werk)

Slide 19 - Slide

uitwerkingen oefenopdracht 
  1. N2O5  = distikstofpentaoxide 
  2. S2Cl2 = dizwaveldichloride (let op: zwavel is 1e atoomsoort dus daarom zeg je niet disulfidedichloride)

  3. fosforpentabromide = PBr5 (en dus niet P5Br, want penta zegt iets over broom)
  4. joodtrichloride = ICl3 (1e =hoofdletter i en daarna zie je Cl van chloor)
 

Slide 20 - Slide

Aan de slag: 
Nu maken van 5.2 opgave 9, 10, 11 b, c en d, 12, 13, 
5.3 slaan we over zit dus ook niet in de toets,
laatste 10 min oefenen reactievergelijking opstellen en kloppend maken
Als er goed gewerkt wordt (maar ook echt goed door merendeel klas) dan geen hw, anders is hw 5.4 leren en 1 t/m 5 + 9 van 5.4 maken)

Slide 21 - Slide

programma 18 mei
  • vragen hw?
  • uitleg 5.4: koolstofdioxide kringloop, broeikaseffect (natuurlijk en versterkt) inclusief gevolgen
  •  hw: Leren hst 5 Noteer wat je nog wilt vragen in de les van hst 5+ Goed lezen 6.1 en maken 1 t/m 5 (3 zware metalen kennen is genoeg)
  • laatste 5 min oefenen reactievergelijking opstellen en kloppend maken
  • Lesstof toetsweek: hst 4,hst 5 (5.3 niet), hst  6.1, 6.2 + extra lesstof lessonup hst 6 

Slide 22 - Slide

programma  19 mei 
  • uitdelen inleveropdr
  • video wat zie je in de spiegel
  • start 6.4 snel uitleg daarna verder werken
  • hw: leren 6.4 en afmaken (inclusief nakijken en verbeteren zie uitw boek B bij jaarmateriaal in de classroom)

Slide 23 - Slide

5.4 versterkt broeikaseffect
  • verschil natuurlijk en versterkt broeikaseffect
  • oorzaken van versterkt broeikaseffect 
  • gevolgen versterkt broeikaseffect 
5.3 slaan we dus over

Slide 24 - Slide

  1.   C en H atomen opgeslagen in  hout, bij verbranding
    ontstaat weer CO2  (en H2O ) 

  2. bij verbranden fossiele brandstoffen wordt de kringloop
      verstoord
    (te veel tijd  tussen opname en afgifte CO2)  
    dus versterkt broeikaseffect.


  3. bij het verbranden van biobrandstoffen wordt de kringloop niet verstoord -->  géén  extra CO2 in de atmosfeer dus géén  versterkt broeikaseffect.)
koolstofdioxidekringloop in planten:
normaal altijd +- evenveel CO2 in dampkring

volledige verbranding organisch materiaal:
(CxHY)+ O2(g)--> CO2 (g)+H2O(l)  

Slide 25 - Slide

  • Ontstaat door broeikasgassen ( b.v. CO2, CH4  en H2O)
    in de dampkring. 
  • Deze gassen houden een deel van de warmtestraling
     (= i.r. )
    van de zon vast
  • Broeikaseffect is nodig om leven te laten ontstaan. 
  • Want zonder dampkring zijn de temperatuurverschillen
    op aarde te groot. 
Natuurlijk broeikaseffect 

Slide 26 - Slide

  • meer broeikasgassen (CO2 in dampkring
    gevolg is: 
  • gemiddelde temperatuur stijgt
  • verandering klimaat: sommige plekken
     droger andere plekken juist vochtiger, meer
    orkanen en heftige regenval
  • smelten poolijs (-> stijging waterspiegel
  • uitsterven dieren en planten en
     meer kans op ziektes en epidemiën
                  Versterkt broeikaseffect (rechts)  
Door verbranding van fossiele brandstoffen

Slide 27 - Slide

Aan de slag: 
maken van 5.4 opg 9,

Hw: Leren hst 5 + Noteer wat je nog wilt vragen in de les van hst 5

Goed lezen 6.1 en maken 1 t/m 5 (3 zware metalen kennen is genoeg)

laatste 5 min samen oefenen met Rv opstellen en kloppend maken


Slide 28 - Slide

bij het roesten van ijzer onstaat ijzeroxide Fe2O3
  1. ijzer + zuurstof --> ijzeroxide    
  2.  Fe (s) + O2(s) --> Fe2O3(s)   (O2 als laatste kloppend maken)
  3.  4 Fe (s) + 3 O2(s) -->2 Fe2O3(s)
timer
5:00

Slide 29 - Slide

Duurzaamheid

Slide 30 - Slide

Duurzaamheid
Duurzaamheid="proberen te voldoen aan de behoeften van het heden, zonder de behoeften in de toekomst te beperken ".

Zo mens- en millieuvriendelijk mogelijk produceren zonder te aarde uit te putten.

Slide 31 - Slide

Groene Chemie
  • Ga veilig om met chemicalien
  • Verbruik weinig energie en grondstoffen
  • Recycle grondstoffen =hernieuwbare grondstoffen
  • Recycle energie/ gebruik groene energie
  • Produceer zo min mogelijk afval -> hergebruik
  • Denk om de toekomst

Slide 32 - Slide

Rekening houden met de toekomst
Grondstoffen raken op dus koop niet onnodig en recycle !!
  • Plastic
  • Elektrische apparaten
  • Papier, kleding etc.  
Energieverbruik:
  • Ga zuinig om met energie (extra trui, energiezuinige apparaten, isoleren, moet je vliegen?)
  • Gebruik alternatieve energie-bronnen
  • Gebruik rest-warmte voor elders in het proces
Iedereen maakt zijn eigen keuzes, begin ergens en kies slim!!

Slide 33 - Slide

programma 2 juni
  • vragen hw?
  • oefenen met reactievergelijkingen opstellen en kloppend maken
  • daarna oefenquiz 
  • start hst 6.1  uitleg daarna zelf aan de slag met hw
  • hw: leren 6.1 en maken 1 t/m 4 en maken test jezelf 5.1
  • toets hst 5 op 12 juni
  • in toetsweek: hst 4, hst 5 (zonder 5.3 ) en klein stukje hst 6

Slide 34 - Slide

Neem over en maak in je schrift
  1. noteer het reactieschema (= in woorden) met toestands-aanduiding (s) =vast, (l) =vloeibaar, (g) = gasvormig
  2. noteer daarna in symbolen (check of je voor én na de reactie dezelfde atoomsoorten hebt)
  3. kloppend maken  

Slide 35 - Slide

onvolledige verbranding van ethaan (= C2H6(g)) waarbij waterdamp en 1 andere stof ontstaan
  1. ethaan + zuurstof --> waterdamp + koolstofmonoxide
  2. hier is het handig om eerst de molecuulformules te noteren zodat je makkelijker kunt bedenken wat de andere stof is    
C2H6(g)+O2(g)>H2O(g)+CO(g)
2C2H6(g)+5O2(g)>6H2O(g)+4CO(g)

Slide 36 - Slide

2 H2O --> 2 H2 + O2
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming

Slide 37 - Quiz

2 C6H14 + 13 O2--> 12 CO + 14 H2O
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming
D
Onvolledige verbranding

Slide 38 - Quiz

Maud leidt lucht door kalkwater tot het troebel en wit wordt.
Welke stof uit de lucht veroorzaakt dit?
A
koolstofdioxide
B
stikstof
C
waterdamp
D
zuurstof

Slide 39 - Quiz

Bij een onvolledige verbranding van koolwaterstoffen ontstaan:
A
zuurstof en roet
B
koolstof en koolstofdioxide
C
koolstof, koolstofdioxide en waterdamp
D
roet, koolstofmonoxide en waterdamp

Slide 40 - Quiz

Welk van de volgende uitspraken is/zijn niet waar
A
bij een volledige verbranding is de vlam oranje/ geel
B
een ander woord voor koolstofmonoxide = kolendamp
C
koolstofmonoxide en roet zijn beide brandbare stoffen
D
koolstofdioxide is een zwaar en giftig gas

Slide 41 - Quiz

Welk van de volgende uitspraken over het broeikaseffect is/zijn waar
A
broeikaseffect wordt veroorzaakt door CFK's
B
broeikaseffect is nodig om leven te laten ontstaan op een planeet
C
versterkt broeikaseffect ontstaat door koolstofmonoxide
D
verbranden van fossiele brandstoffen zorgt voor versterkt broeikaseffect

Slide 42 - Quiz

einde les 6
hw: goed lezen hst 6.1

maken 1t/m 4,7,10,11

Slide 43 - Slide

programma 20/21 juni: 
1. Afmaken practicumdossier: 10 min. met zelfde partner als bij proef! 
2. Voorbereiden practicum morgen:
  • Ophalen theorie
  • Demo proeven
3. Inzage toets/bespreken + maken afspraken herkansen/inhalen!
 i uur: vanmiddag 14.20
I.v.m. bronchitis probeer ik zo min mogelijk te praten, dus graag alleen vragen wat noodzakelijk is!

Slide 44 - Slide

groepsopdracht: beantwoord de volgende vragen
(in 4 min. )
  1. Je krijgt vlam in de pan: wat moet je doen? en welke brandvoorwaarde(n) haal je dan weg?Leg uit.
  2. geef de kloppende reactievergelijking
van de onvolledige verbranding van methaan. (roet en koolstofdioxide mag je weglaten) Waaraan kun je een onvolledige verbranding herkennen?

Slide 45 - Slide