Bron D Presente perfecto

Bron D Voltooid tegenwoordige tijd

 Cap 6: En Verano en Cádiz
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bron D Voltooid tegenwoordige tijd

 Cap 6: En Verano en Cádiz

Slide 1 - Slide

Plattegrond mh2b

Slide 2 - Slide

Objetivos de la clase/ leerdoelen
Aan het einde van de les kun je:
  • de seizoenen of de tijdstippen van de dag gebruiken om zinnen te maken.
  • de toekomende tijd ir+ a en de tegenwoordige tijd herhalen

LB p. 53, WB p. 83

Slide 3 - Slide

Zinnen maken
Persoon/ ding         +
 vervoegd werkwoord +
wat (zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord)

Met wie (persoon)

Waar (plek)

Hoe (bijwoord)
Wanneer
Yo como pasta deliciosa con mi familia en un restaurante por la noche.

Slide 4 - Slide

Wanneer (Cuándo)
el ...
por la...
en ...
Yo llevo falda en el verano, los lunes por la tarde.

Slide 5 - Slide

Maak 3 zinnen van 8 t/m 10 worden   

Gebruik de volgende werkwoorden: (WB p. 103) 
Participar
Llevar
Rellenar

timer
5:00

Slide 6 - Slide

Huiswerk
Vertaal de volgende zinnen met behulp van een woordenboek
  1. Ik zwem 's nachts- Yo nado por la noche.
  2. Ik vergeet altijd mijn huiswerk- Yo olvido siempre mi tarea/deberes.
  3. Wij kijken 's middags Netflix - Nosotros miramos/vemos Netflix por la tarde.

Slide 7 - Slide

WB. blz. 83 y 84
yo
Él/ ella
nosotros
vosotros
Ellos
10b
1 van a participar
2 voy a llevar
3 va a comprar
4 vamos a buscar
5 vais a seguir
6 vas a traer 
10c
1 Voy a comprar una mochila.
2 Mi padre va a hacer un curso / un cursillo de surf.
3 La señora Martínez va a visitar Cádiz.
4 Vais a buscar la maleta.
5 Las chicas van a llevar un jersey abrigado.
6 ¿Qué vas a comer? 
timer
10:00

Slide 8 - Slide

Plattegrond mh2b

Slide 9 - Slide

Buscar en el diccionario
Je wilt de volgende zin schrijven: 
"Ik ga brood eten"



timer
5:00
1. Zoek de onbekende woorden op in het woordenboek.
2. Maak de zin langer door er nog 4 woorden aan toe te voegen.

Slide 10 - Slide

Objetivos de la clase/ leerdoelen
Aan het einde van de les kun je:
  • deze vragen beantwoorden:
        1.Wat is de pretérito perfecto?
        2.Hoe vorm je de pretérito perfecto?
        3. Wanneer gebruik je de pretérito perfecto?
  • met de pretérito perfecto zinnen maken.
  • met het werkboek oefeningen maken (WB p. 84 Oef 11-13)
LB p. 53, WB p. 83

Slide 11 - Slide

TB PG 53

Slide 12 - Slide

Pretérito perfecto
- Gebeurtenissen in het verleden die een verband hebben met het heden.
 "Elena ha venido ahora mismo" "Elena is net gekomen"
"Hoy he comido sopa de verduras." "Vandaag heb ik groentesoep gegeten"

- Voor dingen die iemand tijdens  zijn leven gedaan heeft.
"Mi tía Rosa ha viajado mucho" Mijn tante Rosa heeft veel gereisd"
"Mi padre ha estado muchas veces de vacaciones en Indonesia"


                              

Slide 13 - Slide

Presente Perfecto (Voltooid tegenwoordige tijd)
Ik   heb                    al              gegeten
Ik ben                daar               geweest
yo    he                                                comido ya
Yo    he                                                estado ahí

Slide 14 - Slide

Hoe vorm je de pretérito perfecto?

De presente perfecto wordt gevormd door de vervoeging van het hulpwerkwoord haber en het voltooid deelwoord.

De regelmatige werkwoorden eindigen met -ado en -ido.

Slide 15 - Slide

0

Slide 16 - Video

El presente perfecto = De voltooid tegenwoordige tijd...
maak je met een hulp ww en een voltooid deelwoord: 
uitgang:

Slide 17 - Slide

(estar)
(leer)
(beber)
(visitar)
(trabajar)

Slide 18 - Slide

De "presente perfecto" heet in het Nederlands de...
A
onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)
B
voltooid verleden tijd (v.v.t.)
C
voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.)
D
tegenwoordige tijd (t.t.)

Slide 19 - Quiz

Hoe maak je de 'Presente perfecto'?
A
een vorm van 'haber' + ww + ado/edo
B
een vorm van 'ir' + a + hele ww
C
een vorm van 'haber + stam ww + ado/ido
D
een vorm van 'tener' + a + hele ww

Slide 20 - Quiz

he
hemos
ha
habéis
has
han
Yo
Nosotros
Ella
Vosotros
Ellos

Slide 21 - Drag question

Zinnen maken in Pretérito Perfecto
Persoon/ ding         +
 vervoegd werkwoord in PP+
wat (zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord)

Met wie (persoon)

Waar (plek)

Hoe (bijwoord)
Wanneer
Yo he comido pasta deliciosa con mi familia en un restaurante  por la noche.

Slide 22 - Slide


hablar (praten), escuchar (luisteren) bailar (dansen) 
caminar (lopen)
estudiar (leren)
llegar (aankomen) tocar (muziek spelen) 
trabajar (werken)
viajar (reizen)
cerrar (dicht doen)
saltar (springen)
comprar (kopen)
enseñar (laten zien)
visitar (bezoeken)
buscar (zoeken)


leer (lezen)
aprender (leren)
beber (drinken)
comer (eten)
vender (verkopen)
conocer (leren kennen)

vivir (wonen)
abrir (open maken)
escribir (schrijven)
salir (weggaan/ uitgaan)
ir (gaan)

Regelmatige voltooid deelwoord

      -ar                -er                  -ir

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Video

Schijven: wat heb je in de zomer gedaan?


  1. Beantwoord de vraag in het Spaans. 
  2. Schrijf 2 zinnen in Pretérito Perfecto
  3. Elke zin minimaal 10 woorden.
  4. gebruik je lijst met regelmatige werkwoorden 
timer
5:00

Slide 25 - Slide

HUISWERK
WB PG. 84 11 B Y C

WB PG. 85  12 A Y B

WB PG. 86 13 A, B Y C
timer
15:00

Slide 26 - Slide

CONTROLAMOS
11B-C
12A-B
13A-B-C

Slide 27 - Slide

Heb je de lesdoelen behaald?


1. Beantwoord de volgende vraag in het Spaans: wat heb je in de zomer gedaan?

Slide 28 - Slide