Vrolijk leren: Engelse woorden voor groep 3/4
Vrolijk leren: Engelse woorden voor groep 3/4
Wat weet je al over Engelse woorden?
Wat ga je leren?
Aan het einde van deze les kun je twaalf Engelse woorden benoemen én herkennen in het dagelijks leven.
Woorden voor in de klas
Pen = pen Boek = book Stoel = chair
Woorden voor thuis
Tafel = table Bed = bed Deur = door
Eten en drinken
Appel = apple Melk = milk Banaan = banana
Waarom Engels leren?
Engels komt overal voor. Denk aan liedjes, tv en vakantie. Het is handig als je deze woorden begrijpt!
Kleuren
Rood = red Blauw = blue Geel = yellow
Zo gebruik je deze woorden
Probeer de woorden te zeggen wanneer je iets ziet. Bijvoorbeeld: 'I eat an apple!'
Tijd om te oefenen!
Kun je de Engelse woorden hardop zeggen? Doe mee en oefen met de klas.
Spelletje: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
Welk woord hoort erbij?
Kies het juiste Engelse woord bij het plaatje. Bijvoorbeeld: zie je een banaan? Zeg: banana!
Quizvraag 1
Wat is 'boek' in het Engels? A) bed B) book C) chair
Quizvraag 2
Wat is 'banaan' in het Engels? A) apple B) banana C) table
Quizvraag 3
Wat is 'tafel' in het Engels? A) table B) chair C) door
Goed gedaan!
Heb je goed geoefend? Herhaal de woorden af en toe, zo leer je ze snel! Wat vond je het leukste woord?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.