Deze tekst wordt op verschillende manieren ingeleid.
Welke drie manieren worden in alinea’s 1 en 2 van deze tekst
gebruikt?
Noteer de nummers van deze manieren in de uitwerkbijlage.
1 door het advies van de schrijver over niksen weer te geven
2 door vooraf een samenvatting over het nut van niksen te geven
3 door het internationale beeld van het Nederlandse niksen te
beschrijven
4 door andere populaire verschijnselen op te sommen
5 door voorstanders van het fenomeen niksen op te noemen