Graphic Novels - specifieke woordenschat

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Na deze lessen kan jij:
  • uitleggen wat een graphic novel is en wat het verschil is met een strip.
  • een fragment analyseren (camerastandpunt, opnamehoek, kleurgebruik).
  • uitleggen hoe beeld en tekst samen betekenis geven aan een verhaal.
  • het verhaal van een graphic novel correct samenvatten.
  • de literaire bouwstenen in een graphic novel benoemen.
  • fragmenten uit een gelezen graphic novel uitleggen en situeren.
  • je mening over het boek onderbouwen.

Slide 3 - Slide

timer
2:00

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

= het perspectief van waaruit het onderwerp wordt weergegeven.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide


A
ooghoogte
B
kikkerperspectief
C
vogelperspectief

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Wat is het verschil in gevoel tussen een objectief en een subjectief standpunt?

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Waarmee associëren jullie rood? 
Waarmee associëren jullie groen? 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Bekijk je gekozen prent aandachtig en beantwoord deze vragen:
1. Opnamehoek
- Is het kikkerperspectief, vogelperspectief of ooghoogte?
- Welk effect heeft dat op hoe jij het personage ziet?
2. Camerastandpunt
- Is het een objectief of subjectief standpunt?
- Zie je de scène van buitenaf of door de ogen van een personage?
3. Kleurgebruik
Welke kleuren vallen op?
Welke sfeer creëren die kleuren?

Zit er kleursymboliek in? (Waarvoor zouden de kleuren kunnen staan?)

🎯 Leg telkens kort uit waarom je dat denkt. Verwijs naar wat je concreet ziet in de prent.

Slide 23 - Slide