Week 48 2HV Duits

Les 27 november
Ga op je plaats zitten
Pak je spullen

In stilte werke tot
HAVO afmaken opdr. 1,2,3 vanaf blz. 40
TL afmaken opdr. 1,2,3 vanaf blz. 64


1 / 34
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Les 27 november
Ga op je plaats zitten
Pak je spullen

In stilte werke tot
HAVO afmaken opdr. 1,2,3 vanaf blz. 40
TL afmaken opdr. 1,2,3 vanaf blz. 64


Slide 1 - Slide

Programm

Grammatik
Wiederholung
Arbeitsblatt






Slide 2 - Slide

Rückblick
  • Was machten wir letztes Mal?

Slide 3 - Slide

Planung
Regelmäßige Verben
  • aantekeningen op papier
  • aantekeningen stop je in je boek
  • je hebt je mobiel nodig voor de vragen
  • je werkt in rust en stilte
  • na de uitleg nakijken + maken werkblad

Slide 4 - Slide

Die Verben: das schwache Verb

Slide 5 - Slide

Das schwache Verb
Maak aantekeningen:
  • in je schrift
  • laatste pagina van je boek
  • je maakt aantekeningen bij de uitleg
  • je schrijft bijvoorbeeld schema's over
  • je hoeft niet de checkvragen op te schrijven
Dit moet je goed onthouden = je hele leven belangrijk

Slide 6 - Slide

Stam
Als eerste stam zoeken
Hoe doe je dit?

werkwoord -en 

wohnen ->wohn
lachen -> lach
machen-> mach




Slide 7 - Slide

Maak de stam van het werkwoord: Spielen

Slide 8 - Open question

Maak de stam van het werkwoord: Kaufen

Slide 9 - Open question

Stam
  • Met alleen de stam kan je niets
  • Je moet er iets achter plakken
  • Anders heeft het geen betekenis

Slide 10 - Slide


Slide 11 - Slide

Ezelsbruggetje
 FEESTTENTEN

Waarom ?

Wie weet het?

Slide 12 - Slide


Slide 13 - Slide

Maar wil je nou (fe)estenten goed toepassen??





Dan heb je IDEWIS nodig!

Slide 14 - Slide

Dus...
Stam
i
d
e
w
i
s
e
st
t
en
t
en
Stam =
ww=

Slide 15 - Slide

Studiere das Verb 'wohnen'
timer
2:00

Slide 16 - Slide

Welche Form ist richtig?
A
du machst
B
du macht
C
du mache
D
du machen

Slide 17 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
er machst
B
er macht
C
er mache
D
er machen

Slide 18 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
ihr machst
B
ihr macht
C
ihr mache
D
ihr machen

Slide 19 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
sie wohnst
B
sie wohnt
C
sie wohne
D
sie wohnen

Slide 20 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
wir machst
B
wir macht
C
wir mache
D
wir machen

Slide 21 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
ich machst
B
ich macht
C
ich mache
D
ich machen

Slide 22 - Quiz

Welche Form ist richtig?
A
ihr wohne
B
ihr wohnt
C
ihr wohnst
D
ihr wohnen

Slide 23 - Quiz


Slide 24 - Open question

Nakijken Aufgaben 
2H ab Seite 40
Aufgabe 1
Aufgabe 2
Aufgabe 3
2TL ab Seite 64
Aufgabe 1
Aufgabe 2
Aufgabe 3

Slide 25 - Slide

Arbeitsblatt
maak de opdrachten op het werkblad
controle morgen aan het einde van de les

Slide 26 - Slide

Les 28 november
Ga op je plaats zitten
Pak je spullen

In stilte werken tot 11.10
afmaken Arbeitsblatt Verben

Slide 27 - Slide

Dus...
Stam
i
d
e
w
i
s
e
st
t
en
t
en
Stam =
ww=

Slide 28 - Slide

Programm

Grammatik
Korrektur





Slide 29 - Slide

Rückblick
  • Was machten wir letztes Mal?

Slide 30 - Slide

Vrijdag 6 december 2019
Mondeling in tweetallen

- jezelf voorstellen en iets over jezelf vertellen-

Woensdag voorbereiden in de les

Slide 31 - Slide

Nakijken Aufgaben 
2H ab Seite 40
Aufgabe 1
Aufgabe 2
Aufgabe 3

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Zelfstandig werken
Aufgabe 4 Seite 42
Stempeln, bitte Seite 44
Zwischenstufe 1 ab Seite 45

Slide 34 - Slide