ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Quiz
Terugblik: Celcommunicatie en zenuwstelsel
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Quiz
Terugblik: Celcommunicatie en zenuwstelsel
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Manuel Schottdorf / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Vul in
Een hormoon werkt over lange afstand via het bloed, terwijl cytokinen en cell junctions over korte afstand werken.
Hormonen via het bloed, cytokinen en cell junctions dichtbij. Verwachte fout: neurotransmitter noemen, maar die werkt in de synapsspleet en staat hier niet bij de keuzes.
Welke respons ontstaat in een doelwitcel van een steroidhormoon?
Meer genexpressie van bepaalde genen
Een enzym wordt actief via een second messenger
De receptor in het celmembraan wordt afgebroken
Het celmembraan opent Na+-kanalen
Het steroidhormoon bindt aan een receptor in het cytoplasma en bevordert in de kern de genexpressie. Verwachte fout: de peptideroute met second messenger kiezen.
Wat is een gevolg van de refractaire periode?
Een sterkere prikkel geeft een hogere piek
De rustpotentiaal wordt positief
De impuls reist maar één kant op
Na+-kanalen blijven permanent open
Het stukje axon achter de impuls kan tijdelijk geen nieuwe actiepotentiaal maken, dus de impuls gaat vooruit. Verwachte fout: denken dat de refractaire periode de piek beinvloedt.
Wat gebeurt er met de neurotransmitter na de overdracht?
Die blijft in de spleet liggen en blijft werken
Die wordt een second messenger in de volgende cel
Die wordt afgebroken of opgenomen
Die verlaat de spleet via het bloed
Door afbraak of opname stopt het signaal. Verwachte fout: denken dat de neurotransmitter blijft werken tot de cel het stopt.
Vul in
Bij schrik versnelt het orthosympatisch zenuwstelsel de hartslag; in rust vertraagt het parasympatisch zenuwstelsel de hartslag en stimuleert de vertering.
Orthosympatisch voor actie, parasympatisch voor rust. Verwachte fout: de twee verwisselen.
Waaruit bestaat de witte stof vooral?
Axonen met een myelineschede
Cellichamen van zenuwcellen
Synapsen tussen zenuwcellen
Receptoren van de zintuigen
De myeline geeft de witte kleur; cellichamen en synapsen vormen de grijze stof. Verwachte fout: cellichamen kiezen.
Hoeveel ionen verplaatst de natrium-kaliumpomp per keer?
2 Na+ naar buiten en 3 K+ naar binnen
3 Na+ naar binnen en 2 K+ naar buiten
2 Na+ naar binnen en 3 K+ naar buiten
3 Na+ naar buiten en 2 K+ naar binnen
Per keer gaan 3 Na+ naar buiten en 2 K+ naar binnen. Verwachte fout: de aantallen of de richting omdraaien.
Een prikkel boven de drempel wordt sterker. Wat verandert er?
De piek van elke actiepotentiaal wordt hoger
Er komen meer actiepotentialen per seconde
De rustpotentiaal wordt positiever
De refractaire periode verdwijnt
Elke actiepotentiaal is even groot; de sterkte zit in de frequentie. Verwachte fout: een hogere piek kiezen.
Welke cellen vormen de myelineschede rond een axon in een zenuw?
Cellen van Schwann
Receptorcellen
Schakelneuronen
Cellen van de bloedvaten
Cellen van Schwann wikkelen zich om het axon. Verwachte fout: denken dat de zenuwcel zelf de myelineschede maakt.
Hoe heet de ruimte tussen twee zenuwcellen?
De synapsspleet. Verwachte fout: synaps zeggen; de synaps is de hele overgang, de spleet is de ruimte.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ZELFREGULATIE · ZENUWSTELSEL
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu beschrijven hoe cellen signalen ontvangen en doorgeven, hoe een actiepotentiaal en een synaps werken en hoe het zenuwstelsel is ingedeeld.
This item has no instructions