Stemmen voor de tweede kamer en de kabinetsformatie
Stemmen voor de tweede kamer en de kabinetsformatie
Maatschappijkunde
1 / 48
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMBOStudiejaar 1,2
This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Items in this lesson
Stemmen voor de tweede kamer en de kabinetsformatie
Maatschappijkunde
Slide 1 - Slide
Les- planning
Les- doelen bespreken deze les
Les- doelen herhalen voorgaande lessen
Theorie
Korte quiz
Zelfstandig werken
Slide 2 - Slide
Les- doelen
Je kunt uitleggen hoe er na de verkiezingen een nieuwe regering wordt gevormd.
Je kunt het gehele formatieproces uitleggen.
Je kent de volgende begrippen: formatieproces, verkenner, informateur, formateur, coalitie, oppositie
Slide 3 - Slide
Waarom zijn in een rechtsstaat de drie machten van elkaar gescheiden?
Slide 4 - Open question
De grond wet is de belangrijkste wet in Nederland. Hierin staan alle rechten van de burgers. Dit Zijn voornamelijk vrijheidsrechten.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 5 - Quiz
Welk begrip past het beste bij rechtsgelijkheid
A
Alle burgers hebben grondrechten.
B
De overheid moet zich aan de wet houden.
C
De macht om wetten te maken en uit te voeren ligt niet bij één persoon. De rechterlijke macht is onafhankelijk en onpartijdig
D
Iedereen in Nederland is voor de wet gelijk.
Slide 6 - Quiz
Welk begrip past het beste bij rechtsstaat.
A
Alle burgers hebben grondrechten.
B
De overheid moet zich aan de wet houden.
C
De macht om wetten te maken en uit te voeren ligt niet bij één persoon. De rechterlijke macht is onafhankelijk en onpartijdig
D
Iedereen in Nederland is voor de wet gelijk.
Slide 7 - Quiz
Is Noord-Korea een rechtsstaat? Leg uit aan de hand van de vier kenmerken van de rechtsstaat.
Slide 8 - Open question
Is Noord-Korea een democratie?
Slide 9 - Open question
Waarom bestaat er in een rechtsstaat een machtenscheiding?
A
Zodat de uitvoerende macht kan bepalen wat de wetgevende macht wel en niet mag doen
B
Zodat niet één maar drie rechters elke rechtszaak beoordelen
C
Zodat de macht niet bij één groep ligt, maar verdeeld is over drie groepen
D
Omdat je kunt stemmen voor de gemeente, de provincie en het Rijk
Slide 10 - Quiz
Klimaatverandering tegengaan is geen prioriteit.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 11 - Quiz
Het is mooi als immigranten hun eigen cultuur meenemen naar Nederland.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 12 - Quiz
Onze tradities zijn erg belangrijk.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 13 - Quiz
Homoseksuele stellen moeten net zo makkelijk kinderen kunnen adopteren als hetero-stellen.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 14 - Quiz
De huurtoeslag voor de allerarmste gezinnen moet omhoog.
A
Links
B
Rechts
Slide 15 - Quiz
Welke drie bestuurslagen heeft Nederland?
Slide 16 - Open question
Klimaatverandering tegengaan is geen prioriteit.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 17 - Quiz
Het is mooi als immigranten hun eigen cultuur meenemen naar Nederland.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 18 - Quiz
Onze tradities zijn erg belangrijk.
A
Conservatief
B
Progressief
Slide 19 - Quiz
Leg in je eigen woorden het verschil uit tussen actief en passief kiesrecht.
Slide 20 - Open question
Grote inkomensverschillen zijn niet wenselijk.
A
Links
B
Rechts
Slide 21 - Quiz
Welke persoon is het beste voorbeeld van een zwevende kiezer?
A
Samira stemt al jaren op dezelfde partij en is dat ook nu weer van plan.
B
Jayden weet nog niet op welke partij hij gaat stemmen en twijfelt tussen meerdere opties.
C
Fatima wil niet stemmen omdat ze politiek niet interessant vindt.
D
Milan is lid van een politieke partij en helpt mee met campagne voe
Slide 22 - Quiz
In recente peilingen is te zien dat sommige partijen sterk dalen of stijgen. Welke persoon past het beste bij het begrip zwevende kiezer?
A
Samira blijft trouw aan dezelfde partij, ook nu die in de peilingen daalt.
B
Fatima stemt niet, omdat ze politiek niet volgt.
C
Jayden twijfelt tussen meerdere partijen en laat zich beïnvloeden door de laatste peilingen waarin bijvoorbeeld de PVV daalt en JA21 en FVD stijgen.
D
Milan is actief lid van een partij en helpt met campagne voeren.
Slide 23 - Quiz
Welke situatie laat passief kiesrecht zien?
A
Samira gaat op 22 november naar het stembureau om te stemmen op haar favoriete partij.
B
Jayden is 18 jaar en mag voor het eerst stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen.
C
Fatima stelt zich kandidaat voor de gemeenteraad zodat mensen op haar kunnen stemmen.
D
Milan twijfelt nog op welke partij hij gaat stemmen.
Slide 24 - Quiz
Welke situatie laat actief kiesrecht zien?
A
Samira stelt zich kandidaat voor de Provinciale Staten.
B
Jayden gaat stemmen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer.
C
Fatima helpt een politieke partij met campagne voeren.
D
Milan is te jong om te stemmen maar volgt de politiek wel.
Slide 25 - Quiz
Migranten moeten hun inburgeringscursus zelf betalen.
A
Links
B
Rechts
Slide 26 - Quiz
Welk kenmerk van de rechtsstaat is mogelijk geschonden in Venezuela volgens tekst 2?
Slide 27 - Open question
Geef per standpunt aan of dat standpunt conservatief, links of rechts is.
1. Nederlanders verdienen hun geld door hard te werken. Zij verdienen het ook om zelf te beslissen wat ze met dat geld doen.
A
Rechts
B
Links
C
Conservatief
Slide 28 - Quiz
Geef per standpunt aan of dat standpunt conservatief, links of rechts is.
Voor ons is solidariteit het belangrijkste uitgangspunt bij het heffen van belastingen: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
A
Rechts
B
Links
C
Conservatief
Slide 29 - Quiz
Geef per standpunt aan of dat standpunt conservatief, links of rechts is.
Onze partij is voorstander van een zoveel mogelijk tegengaan van prostitutie en de instelling en handhaving van een verbod op betaalde seksuele diensten.
A
Rechts
B
Links
C
Conservatief
Slide 30 - Quiz
Geef per uitgangspunt aan bij welke stroming het past: de liberale of de nationalistische stroming.
Er moet veel ruimte zijn voor de vrije markt.
A
Liberale stroming.
B
Nationalistische stroming.
Slide 31 - Quiz
Geef per uitgangspunt aan bij welke stroming het past: de liberale of de nationalistische stroming.
Immigratie is een bedreiging voor het land.
A
Liberale stroming.
B
Nationalistische stroming.
Slide 32 - Quiz
Op 29 oktober ging Nederland naar de stembus voor de Tweede Kamerverkiezingen. Wat gebeurt er nu alle stemmen zijn geteld?
Slide 33 - Slide
Slide 34 - Slide
Slide 35 - Slide
Slide 36 - Slide
Slide 37 - Video
Slide 38 - Slide
Regering vs Kabinet
De regering bestaat uit de Koning en de ministers
Het kabinet bestaat uit ministers en staatssecretarissen
Dagelijks bestuur van Nederland
Slide 39 - Slide
Samenvattend
Coalitie: de partijen die met elkaar samenwerken in het kabinet
Het Kabinet/Regering is het dagelijks bestuur en heeft een uitvoerende functie (ministers en staatssecretarissen)
Oppositie: de partijen die niet deelnemen aan het kabinet. Zij hebben een controlerende functie in de Tweede Kamer.
Het Kabinet heeft een meerderheid in de Tweede Kamer nodig om goed te kunnen regeren. Dit betekend minimaal 76 zetels.
Bij minder dan 76 zetels is er spraken van een minderheidskabinet. Dan moet je goed samenwerken met de oppositie.
Slide 40 - Slide
Laten we nu eens kijken wat je nog weet van deze les...
Slide 41 - Slide
Hoeveel zetels moet je hebben voor een meerderheid in de Tweede Kamer?
A
51
B
75
C
76
D
150
Slide 42 - Quiz
Een coalitie bestaat in Nederland altijd uit twee of meer partijen
A
juist
B
onjuist
Slide 43 - Quiz
Welk begrip hoort bij de omschrijving ‘een overeenkomst tussen coalitiepartijen over het te voeren beleid in de regeerperiode van vier jaar’.
A
regeerakkoord
B
compromis
C
formatief akkoord
D
formatiehandeling
Slide 44 - Quiz
Waartoe leidt de formatie?
A
Het benoemen van fractievoorzitters
B
Verdeling van de Kamerzetels
C
De aanstelling van een nieuw kabinet
D
De vorming van een nieuwe oppositie.
Slide 45 - Quiz
Wat is de juiste volgorde voor de formatie van een kabinet?