carnaval quiz 2024

Carnaval - de Quiz
1 / 30
next
Slide 1: Slide
BurgerschapMiddelbare schoolMBOvmbo, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

Items in this lesson

Carnaval - de Quiz

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

de geschiedenis
Carnaval / vastelaovend is een volksfeest dat in februari of maart plaatsvindt. De precieze datum hangt af van Pasen; het carnaval is altijd zeven weken daarvoor. Het is de bedoeling dat je nog even 'uit je dak gaat' en gek doet voordat de vastentijd begint. De vastentijd is een tijd van matiging, eenvoud en bezinning.

Slide 3 - Slide

de geschiedenis
Car
Het carnaval duurt officieel van zondag tot en met dinsdag. Maar in veel steden is er op zaterdag al een carnavalsoptocht. 
De dinsdag heet vette dinsdag (dan mocht je nog even lekker veel en vet eten voordat het vasten begon) en de woensdag na het carnaval heet Aswoensdag. Vroeger ging iedereen dan naar de kerk om een askruisje te gaan halen. De priester zette dan een askruisje op je voorhoofd. Die as kwam van de verbranding van de overgebleven buxus-takjes die het jaar ervoor met Palmzondag in de kerk waren uitgedeeld aan de kerkgangers.

Slide 4 - Slide

De naam

  1. Voor de naam 'Carnaval' zijn een aantal verklaringen. Het meest waarschijnlijk is dat de naam komt van woord 'Carnevale', wat in het Latijn 'vaarwel vlees' betekent. Dus afscheid nemen van het vlees. Tijdens de vastentijd at men geen vlees. Nou was dat voor heel veel mensen in de Middeleeuwen, maar ook daarna niet zo'n heel groot punt. De mensen waren vaak veel te arm om vlees te kunnen eten.
  2. 2. Maar het woord zou ook kunnen komen van een ander Latijns woord, nl. 'Carrus Navalis'. Letterlijk betekent dit woord scheepswagen. Een schip op wielen. Het was een narrenschip. In het schip zaten narren of zotten. Grappenmakers die de mensen belachelijk maakten. Maar ook de oude Grieken reden hun wijngod Dionysos op een schip met wielen rond.


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

In welke gemeente
staat dit beeld?
A
Heerlen
B
Maastricht
C
Kerkrade
D
Landgraaf

Slide 7 - Quiz

In welke stad is de ezel een
symbool voor de carnavalsvereniging?
A
Heerlen
B
Maastricht
C
Kerkrade
D
Landgraaf

Slide 8 - Quiz

Uit hoeveel personen
bestaat de
Snollebollekes?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quiz

Wat betekent het woord carnaval?
A
Vaarwel feest
B
Vaarwel bier
C
Vaarwel vlees
D
Vaarwel

Slide 10 - Quiz

In welke gemeente is de grote optocht op zondag?
A
Hegelsom
B
Melderslo
C
Kronenberg
D
Horst

Slide 11 - Quiz

Hoe noem je de woensdag na carnaval
A
Kruisjeswoensdag
B
Haringhapwoensdag
C
Aswoensdag
D
Waswoensdag

Slide 12 - Quiz

Welke periode komt na carnaval?
A
Uitkateren
B
Bidden
C
Vasten
D
Naar de kerk gaan

Slide 13 - Quiz

Hoe lang duurt de vastenperiode?
A
30 dagen
B
40 dagen
C
45 dagen
D
60 dagen

Slide 14 - Quiz

Met welk feest wordt de vastenperiode afgesloten?
A
Pasen
B
Hemelvaart
C
Pinksteren
D
Kerst

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Carnaval
In Limburg en Noord-Brabant wordt volop carnaval gevierd, terwijl dat nauwelijks gevierd wordt 'boven de rivieren'.

Slide 17 - Slide

Waar staat de afkroting LVK voor?
A
Limburgse Vastelaovend Klanken
B
Limburgse Vastelaovend Koncert
C
Limbo Vastelaovend Koncert
D
Limburgse Vasteloavesleedjes Konkoer

Slide 18 - Quiz

Carnaval, ken jij de artiesten?

Slide 19 - Slide

Wie zijn de winnaars van 2024 van het LVK?
A
spik en span
B
heite soep
C
bjorn en mieke
D
beppie kraft

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Slide

Welke zangers uit Horst stonden in de halve finale in 2024?
A
Bjorn en Mieke
B
Heite Soep
C
Miel en Dirk
D
van Lieshout & Arts

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Video

Wie is/ zijn deze artiest(en)?
A
Bjorn en Mieke
B
Pruuf mar
C
van lieshout en arts
D
Twieje hand op iene proek

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Video

Wie zijn dit?
A
Bjorn en Mieke
B
Pruuf Mar
C
Van lieshout en arts
D
twieje hand op iene proek

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Video

Wie is dit?
A
Bjorn en Mieke
B
Puuf mar
C
van Lieshout en Arts
D
Twieje hand op iene proek

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Video

Wat is jouw favoriete carnavals lied?

Slide 30 - Mind map