SCÈNE MAKEN | Les 5 Werken met de RUIMTE -> Mise-en-scène

SCÈNE MAKEN | Les 5
Werken met de RUIMTE -> Mise-en-scène
1 / 17
next
Slide 1: Slide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

SCÈNE MAKEN | Les 5
Werken met de RUIMTE -> Mise-en-scène

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Heb respect voor elkaar en blijf van elkaar af.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Ga voorzichtig om met onze materialen.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Slide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan we doen?
  • Leren wat mise-en-scène is en hoe dit meer betekenis aan je scène geeft!

  • Verder werken aan de speltoets en werken aan de mise-en-scène

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

wat is
mise-en-scène ?
A
spanning in de scene
B
Aankleding met kostuum en grime
C
ruimte gebruik van de acteurs
D
Het decor van een voorstelling

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Mise-en-scène
  • Mise-en-scene betekent letterlijk: 'in de scène zetten/plaatsen'

  • Je decor moet je scène helpen en de spelgegevens verduidelijken!
    Waar zet je de decorstukken neer? En wat gaat dat betekenen?

  • Wat moet het publiek van jullie scène weten? 

  • Mise-en-scene gaat over de vraag: waar plaats je wat op het toneel? 


Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Hoe geef je de mise en scene weer?
Wat betekent deze mise-en-scène?
Wat kan je al weten over deze scène? (Wie-wat-waar)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Mise-en-scene
  • Met jouw Mise-en-scene kan je ook de relatie van jouw personages duidelijk maken. Hoe verhouden de personages zich tot elkaar? Wat vinden zij van elkaar?

  • Mise-en-scene gaat ook over de vraag:
    Waar plaats je wie op het toneel?
    En wat zegt dat over hun relatie?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent deze mise-en-scène?
Wat kan je al weten over deze scène? (Wie-wat-waar)

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Warming-up: Beweging en Betekenis
Kies een 3 bewegingen en onthoud dit voor jezelf
  • Armen over elkaar
  • Heel langzaam uitademen/zuchten
  • Vuisten ballen
  • Handen in je haar
  • Op stoel leuning slaan
  • Hoofd in je nek gooien

timer
0:20

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Warming-up: Beweging en Betekenis
  • Je hebt nu 3 bewegingen voor jouw personage, alleen...
  • Het heeft nog geen betekenis...

Betekenis krijg je door: SPEL

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Warming-up: Beweging en Betekenis
Ga jouw 3 bewegingen oefenen en geef betekenis!:
  • Maak een korte scène (10 sec)
  • Zet jouw bewegingen in een eigen volgorde
  • Voeg emotie toe (fysiek en mimiek)
  • Voeg een verplaatsing toe (mise-en-scène)
Geef dus betekenis aan de beweging door spel, emotie en verplaatsing. 
timer
2:00

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Voorwaarde speltoets blok 4: Scène maken
       De scène duurt 2 tot 3 minuten. Bedenk dus een conflict
       wat niet zo makkelijk is opgelost (bijv innerlijk conflict?)

       De scène begint met stil spel (ongeveer 10 sec).
       Het publiek ziet eerst spel voordat er wordt gesproken.
       
       De personages hebben een duidelijk doel.

     

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Beoordeling scène: Waar let ik op?
  • Tijdens de scène ben je gefocust op wat je met elkaar speelt.
  • We zien duidelijke personages, o.a. te zien in houding, gebaren en stem.
  • Ruimte en handelingen vertellen iets over de spelgegevens en wat de personages vinden.
  • Er is sprake van een duidelijke scène opbouw.
Spelvaardigheden

Fysieke
Transformatie

Mise-en-scène

Scèneopbouw



Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Vandaag heb je jouw scène zo goed als af!
Klaar? Werk aan de mise-en-scène en doelen van jullie scène 
  1. Waar speelt jullie scène zich af? Hoe maak je dit duidelijk?
  2. Spreek af wie waar staat. Komen jullie op? Staat iemand al?
  3. Geef betekenis aan het decor en personages op toneel.
    Wat
    doen de personages hier? Waarom doen zij dit?
    Kan je dit laten zien in een interessant beeld op toneel?

 Bijv: A en B hebben ruzie, zij staan ver en met hun rug naar elkaar. OF dicht naast elkaar, maar kijken naar publiek.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Afronding les 4
Controleer of alle namen van je groepje op het formulier staan.
De docent haalt het formulier op.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Beoordelingscriteria: Waar let ik op?
  • Conflict: Het is duidelijk waar het conflict over gaat.
  • De 3W's: Er is sprake van een wie, wat en waar.
  • Er wordt gespeeld met fysiek, mimiek en stem (houding, gebaren, toon).
  • Scèneopbouw:  - In het begin worden de 3W's duidelijk.
    - In het midden bouwt het conflict op tot een hoogtepunt.
    - Op het einde wordt de scène afgerond met een oplossing (of niet).
  • Je bent goed verstaanbaar en zichtbaar.
  • Je bent geconcentreerd aan het spelen en je blijft in je rol.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions