3Ha - spelling H2 + H3

Welkom klas 3
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom klas 3

Slide 1 - Slide

Vandaag
  • Herhalen  theorie met of zonder-n
  • Start Spelling H3: getallen

Slide 2 - Slide

met of zonder -n? 

Slide 3 - Slide

Alle of allen, beide of beiden?
Woorden als alle(n), beide(n), enkele(n), weinige(n) en vele(n) schrijf je soms zonder -n en soms met -n.

Voorbeeld:
  1. Alle fietsen die voor school stonden, zijn verwijderd.
    --> Alle zijn ze verwijderd.- zelfstandig gebruikt en verwijst naar dingen
  2. Alle kinderen die voor school stonden, hebben gymles.
    --> Allen hebben gymles. zelfstandig gebruikt en verwijst naar personen

Slide 4 - Slide

Telwoorden altijd met -n 
Telwoorden zoals tientallen, honderden, duizenden en miljoenen hebben altijd een -n.

Slide 5 - Slide

Samengevat! (noteren)
  • Telwoorden zijn (bijv.) enkele(n), vele(n), weinige(n)
  • Zelfstandig gebruikt = bijv. 'enkelen vonden de uitleg saai.'
  • Bijvoeglijk gebruikt = bijv. 'enkele leerlingen vonden het saai.'
  • Zelfstandig + wijst op persoon = met -n 
  • Bijvoeglijk  = geen -n
  • Wijst niet op persoon = geen -n
  • 'Tientallen', 'honderden' etc. = altijd een n!

Slide 6 - Slide

Pak je laptop

Over 2 minuten beginnen we.

Slide 7 - Slide

Met of zonder -n?
Mijn oma kijkt altijd naar het nieuws voor dove(n) en slechthorende(n)
A
eerste met, tweede zonder
B
eerste zonder, tweede met
C
allebei met
D
allebei zonder

Slide 8 - Quiz

Met of zonder -n?
Enkele(n) leerlingen hebben het huiswerk niet gemaakt.
A
met
B
zonder

Slide 9 - Quiz

Vreemd genoeg mochten degene(n) die als eerste(n) arriveerden, pas als laatste mensen(n) naar binnen.
A
degene / eerste / laatsten
B
degenen / eerste / laatsten
C
degenen / eersten / laatste
D
degene / eersten / laatste

Slide 10 - Quiz

Bij woorden als beide(n) of vele(n) schrijf je een –n als…
A
er geen zn achter staat en het woord niet naar personen verwijst.
B
er geen zn achter staat en het woord naar personen verwijst.
C
er een znw achter staat.

Slide 11 - Quiz

Met of zonder -n?
Van die schattige puppy's wil ik er wel enkele(n) hebben.
A
enkele
B
enkelen

Slide 12 - Quiz

Wel of geen -n?
De meeste(n) mensen hebben een huisdier.
A
meeste
B
meesten

Slide 13 - Quiz

Met -n/ zonder -n:

Van die Italiaanse wijnen heb ik er op vakantie vele(n) geproefd, maar ik heb er slechts enkele(n) mee naar huis genomen.
A
vele - enkele
B
velen - enkele
C
vele - enkelen
D
velen - enkelen

Slide 14 - Quiz

Honderde(n) mensen liepen over de weg.
A
honderde
B
honderden

Slide 15 - Quiz

H3:De schrijfwijze van getallen

Slide 16 - Slide

Wat is de juiste schrijfwijze?

Julia koopt ......... tijdschriften per week.
A
zes
B
6

Slide 17 - Quiz

Is dit getal juist of onjuist uitgeschreven?

Ik heb 628 euro op mijn rekening staan
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quiz

Cijfers
Je schrijft getallen in cijfers voor: 
  • getallen boven de twintig
  • maten
  • gewichten
  • telefoonnummers
  • bedragen
  • data
  • exacte tijdstippen
  • percentages


Slide 19 - Slide

Letters
Je schrijft getallen in letters voor: 
- getallen tot twintig: twee, negen, zeventien, achtste, de negentiende eeuw;
- tientallen tot honderd: twintig, vijftig, tachtigste;
- honderdtallen tot duizend: driehonderd, negenhonderd;
- duizendtallen tot en met twaalfduizend: zesduizend, tienduizendste; 
- de woorden miljoen, miljard, biljoen, enz. en: vier miljoen, zeven miljardste.

Slide 20 - Slide

Is dit getal juist of onjuist uitgeschreven?

De batterij van mijn telefoon is vijfendertig procent.
A
juist
B
onjuist

Slide 21 - Quiz

Is dit getal juist of onjuist uitgeschreven?

Beyonce heeft 36 miljoen euro gedoneerd bij dat gala.
A
juist
B
onjuist

Slide 22 - Quiz

Otto speelde met .......... vrienden een potje Fortnite.
A
21
B
een en twintig
C
éénentwintig
D
eenentwintig

Slide 23 - Quiz

Aan de slag
  • Maak alle opdrachten van H2 spelling af
  • Maak de test op BeterSpellen
  • Leer de theorie
  • Werk aan je spiekbrief
  • Bedenk stellingen voor een debat

Slide 24 - Slide