Cap 3 - les 8 + Cap 4 - les 1

¿Cuál es la fecha de hoy?

Hoy es _____(dag)___________
el _____(datum)__________
de _____(maand)__________

Escribe la fecha en tu cuaderno => Schrijf de datum in je schrift
1 / 20
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

¿Cuál es la fecha de hoy?

Hoy es _____(dag)___________
el _____(datum)__________
de _____(maand)__________

Escribe la fecha en tu cuaderno => Schrijf de datum in je schrift

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

¿Cómo andas hoy?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

This item has no instructions

¿Qué hacemos hoy?
  
  • empezamos con el capítulo 4
  • Conjugación  Verbo  IR



Slide 3 - Slide

Les in twee delen 
RANGTELWOORDEN = NÚMEROS ORDINALES
1. primero/a bv.      La primera planta
    2. segundo/a bv.  La segunda planta
3. tercero/a bv.        La tercera planta

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

repetitie toets
Instructies:
- Jullie werken in stilte
- 45 minuten de tijd
- erna bespreken we de toets samen als het tijd is
timer
45:00

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

timer
15:00

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden - Respuestas

1. tienes
2. tengo
3. tenemos
4. tenemos
5. tienen / tenéis
6. tiene

1. bonitos
2. elegantes
3. naranja
4. rosa
5. aburrida






Slide 7 - Slide

This item has no instructions

¿Cómo se llama el capítulo 4?
A
¡vamos al instituto!
B
¿dónde está la fiesta?
C
corazón corazón
D
¿cómo eres?

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Capítulo 4 - inhoud & leerdoel
Thema: 'school' (= el instituto)
Vocabulario: vakken, mening geven, vervoersmiddelen, kloktijden

Aan het eind van dit hoofdstuk kun je..
...vertellen over school
...je mening geven over vakken & docenten

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Capítulo 4 - gramática
* Het onregelmatige werkwoord 'ir' (=gaan)
* El horario (=het rooster) / tijden
* Ontkenning zoals niet, geen, nooit, niemand

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

En esta clase aprendes:
  • de vervoeging van het werkwoord IR
  • een aantal vervoermiddelen in het Spaans

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Het rijtje van IR 
Yo                                 voy 
Tú                                  vas
 él, ella, usted          va
Nosotros -as           vamos
Vosotros-as             vais
Ellos-as ustedes    van 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

¡A trabajar!
hacer ejercicios: 12, 13c y 14 a,b

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

IR + en + vervoermiddel
IR wordt in combinatie met en” gebruikt om aan te geven met welk vervoermiddel wordt gereisd:
                                     Voy en coche. 
                                     Voy en bicicleta. 
                           
 MAAR: Voy pie (ik ga te voet).
  

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

¿Cómo vas al instituto?
timer
0:30

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

voy 
vas
va
vamos 
vais
van
YO 
tú 
Carlos 
Mis amigos y yo
Javier y tú 
Sara y Javier 

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

Deberes
hacer: Ejercicios 1,2,3,4 y 5 Fuente A

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

¿Meer oefenen?

1. werkwoord tener: 
klik hier en hier

2. bijvoeglijke naamwoorden:
klik hier en hier en hier, en hier




3. cijfers 20-100:
klik hier

Slide 20 - Slide

This item has no instructions