Week 3 / Les 6 - Lesen: Strategien

1 / 47
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Startklaar
       
      Telefoon in het zakkie 
      Map en pen op tafel 
       Werk verder aan Nicos Weg A1:
       
      
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Programm
  • Übersicht Unit 1
  • Lesen: Strategien
  • Fehleranalyse 'Sociale Medien und Freundschaften'

Slide 3 - Slide

Welkom bij LA German
Unit #1: Ich, meine Rolle und meine Zukunft: 
Wie finde ich meinen Weg?
Learner Profile: Thinkers
ATL: Creative thinking | Use brainstorming and visual diagrams to generate new ideas and inqiuries
Related concepts: Roll and choice
Key concept: Identity
Our identity guides how we live together and prepare for the future.
Global context: Identities and relationships

Slide 4 - Slide

Overzicht periode 1
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Introduktion + Vokabular
Sprechen
+ Lesen


Grammatik+Lesen (Strategien)
Geen les- zelfstandig werken
...
...
Herfstvakantie!
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11
Week 12
Week 13
Week 14
...
...



...
...
...
Toetsweek
Toetsweek

Slide 5 - Slide

Overzicht periode 1
Summative assesments: 
  1. Written exam - Listening, reading and writing
  2. Practical assignment - Speaking

Slide 6 - Slide

Leerdoelen
  • Ik ken leesstrategieën en kan deze gebruiken.
  • ...

 
 

Slide 7 - Slide

Miffy auf dem Fahrrad
Lesen 
und 
Verstehen

Slide 8 - Slide

Lesen und Verstehen
Als je een boekje gaat lezen in een vreemde taal ken je natuurlijk nog niet alle woorden. 

Voor woorden die je niet kent kun je strategieën toepassen, dat zijn manieren om er achter te komen wat het woord betekent. 

Slide 9 - Slide

Strategiën bij Lesen 1
1. Soms staat er een afbeelding bij, gebruik die om te begrijpen waar de tekst over gaat. 
- Im Winter gehe ich gerne eislaufen
- Ich trage eine Mütze und 
Handschuhe
- Die Kanele sind zugefroren. 

Slide 10 - Slide

Strategiën bij Lesen 2
2. Lijkt het woord dat je niet kent op een woord in een andere taal? B.v. Garten (duits) --> Garden (engels)
dit woord betekent tuin

Freund - Friend - vriend 



Slide 11 - Slide

Strategiën bij Lesen 3
3. Kun je met behulp van de zin het woord raden? 

Mein Vogel wohnt in einem Käfig im Haus. Een logische plek voor je vogel om te wonen is een kooi

Heute essen wir Tomatensuppe, ich nehme einen Löffel und keine Gabel. Je eet soep met een lepel, niet met een vork. 

Slide 12 - Slide

Strategiën bij Lesen 4
4. En soms heb je het woord(je) ook niet nodig om het verhaal te begrijpen en kun je gewoon verder lezen. 

Ich gehe mal mit meiner Schwester Fußball spielen. 


Slide 13 - Slide

Strategiën bij Lesen 
1. Soms staat er een afbeelding bij, gebruik die om te begrijpen waar de tekst over gaat. 
2. Lijkt het woord dat je niet kent op een woord in een andere taal? B.v. Garten (duits) --> Garden (engels)
3. Kun je met behulp van de zin het woord raden? 
Mein Vogel wohnt in einem Käfig im Haus. Een logische plek voor je vogel om te wonen is een kooi
4. En soms heb je het woord(je) ook niet nodig om het verhaal te begrijpen en kun je gewoon verder lezen

Slide 14 - Slide

Welke strategie gebruik je al om woorden die je niet kent te vertalen?
Naar de afbeelding kijken?
Lijkt het op een andere taal die ik ken?
Naar de context kijken?
Ik sla het woord gewoon over.

Slide 15 - Poll

Wo arbeitest du?
- Ich bin Koch in einem Restaurant.
Wat betekent Koch?
A
kok
B
ober
C
afwasser
D
tafel

Slide 16 - Quiz

Wieso? (waarom?)
Je gebruikt de context. Iemand werkt in een restaurant, hij is dan vermoedelijk kok. 

Kok lijkt ook op het woord Koch. 

Slide 17 - Slide

Was ist dein Hobby?
- Wir gehen gern reiten.
Wat betekent reiten?
A
hockeyen
B
zwemmen
C
fietsen
D
paardrijden

Slide 18 - Quiz

Wat betekent dit? 
Je hebt misschien zelf
vroeger deze boekjes
gehad. 
Gebruik deze
kennis. 

Slide 19 - Slide

Dit boek is van:  
gehören 
hoort bij 

Slide 20 - Slide

wanneer speelt het verhaal zich af?

Slide 21 - Slide

Wanneer speelt het verhaal zich af?
A
nu. Nijntje maakt het vandaag mee.
B
vroeger. Nijntje heeft dit gister gedaan.
C
in de toekomst. Nijntje wil dit graag doen als ze groot is.

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Wat betekent 'Wiesen'?

Slide 24 - Open question

Slide 25 - Slide

Kennis + afb
Veel woorden kun je 
uit de afbeelding halen. 
Sommige woorden 
(her)ken je. 

Maar wat is Teich? (invullen op volgende dia)

Slide 26 - Slide

Wat betekent Teich?

Slide 27 - Open question

Slide 28 - Slide

Wat betekent Bäume?

Slide 29 - Open question

hinauf 

Slide 30 - Slide

wat betekent hinauf?
A
omhoog
B
naar achter
C
naar beneden
D
opzij

Slide 31 - Quiz

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

heim

Slide 34 - Slide

ongeluk? 

Slide 35 - Slide

Valt Nijntje echt?
A
ja, ze valt
B
ja, ze doet haar knie pijn
C
nee, ze valt vandaag niet

Slide 36 - Quiz

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Wat doet Nijntje?

Slide 39 - Slide

Wat doet Nijntje nu, waarom?

Slide 40 - Open question

Radeln

Slide 41 - Slide

Wat betekent Radeln?

Slide 42 - Open question

Buch gelesen
We hebben nu samen een boekje gelezen. 
Met behulp van de strategiën heb je hopelijk veel van de tekst kunnen begrijpen. 

Hoe vond je het om een verhaaltje te kunnen lezen? 

Slide 43 - Slide

Hoe vond je het om een duits boekje te lezen?
Leuk! Ik begreep al heel veel.
Makkelijk, daarom een beetje saai.
Moeilijk, ik (her)kende niet veel woorden.
Het ging goed vanwege de strategiën.
Stom, ik doe liever grammatica oefeningen.

Slide 44 - Poll

Aan de slag
'Social Medien und Freundschaften'

Fehleranalyse

Slide 45 - Slide

Reflectie
Ik ken leesstrategieën en kan deze gebruiken.
...
Leerdoelen:
Huiswerk:
Machen: Lesen
Nicos Weg 
Lernen: woordenschat 'Beziehungen' (hv 3)
Woordenlijst in Teams of gebruik Quizlet
Volgende les:

Geen les - zelfstandig werken
Klascode: bazii

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Slide