Stel je voor dat jij een limonadekraam hebt.
Bij bedrijfseconomie leer je dan:
1. Hoeveel verkoop je? (in stuks heet dat afzet)
2. Hoeveel geld krijg je binnen? (in geld is dat omzet)
3. Wat kost het jou? (Exploitatiekosten)
4. Wat hou je over? (Nettowinst)