les 3

1 / 50
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Bevruchting 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 5 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Overzicht Periode 2
  • Thema: Voortplanting en seksualiteit & Erfelijkheid en evolutie
  • Benodigde lesmaterialen: Boek A
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Geslachtsorganen
Veranderingen in de puberteit
Vruchtbaar worden
Zwanger worden
...
...
...
...

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

bevruchting 

Slide 7 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
bevalling 

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
T1 Je kunt beschrijven hoe bevruchting bij de mens verloopt.
T1 Je kunt de verschillen tussen zaadcellen en eicellen noemen.
T1 Je kunt beschrijven hoe een embryo zich ontwikkelt.
T1 Je kunt beschrijven wat prenataal onderzoek is en enkele voorbeelden noemen.
T1 Je kunt de fasen van een geboorte omschrijven.

Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
              Inleiding
https://video.scholieren.com/video/bevruchting-en-embryonale-ontwikkeling

Slide 10 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
Bevruchting: Samensmelting van de kern van de eicel en de kern van de zaadcel.

Eicel: een van de grootste cellen van het menselijk lichaam
Zaadcellen:  Kop + Zweepstaart. Kop = bevruchting.  Zweepstaart= beweegt zaadcel zich voort. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Bevruchting
Kern van een eicel smelt samen met de kern van een zaadcel.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Bevruchte eicel
  • De eerste delingen van een eicel. 
  • Direct na de bevruchting tot aan de innesteling
  • Eerste 8 weken van de zwangerschap noem je het nieuwe leven: embryo
  • Daarna heet het tot het geboren is foetus (feutus)

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Embryo: Het klompje cellen na de innesteling.
Foetus: Het embryo vanaf de derde maand.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

4 weken
6 weken

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

8 weken
3 maanden

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

6 maanden
7 maanden

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

8 maanden
ligt al met hoofdje naar beneden

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Geboorte in 5 stappen
  1. indaling: Het hoofdje van de foetus zakt naar beneden.
  2. Ontsluiting: De baarmoederhals en de baarmoedermond worden wijder.
  3.  Breken van de vruchtvliezen
  4. Uitdrijving: De baby komt via de vagina naar buiten.
  5. Nageboorte: De placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen komen via de vagina naar buiten.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Uitdrijving: de baby komt via de vagina naar buiten.
Persweeën: Met deze persweeën wordt de baby naar buiten geperst.
weeën: Samentrekkingen van de baarmoederwand.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Nageboorte: De placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen komen via de vagina naar buiten.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Na de geboorte

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Navelstreng en vruchtwater
navelstreng
Weefsel van het embryo waardoor bloed stoomt van het embryo naar de placenta en weer terug.

vruchtwater
Vloeistof die het embryo omgeeft.

vruchtvliezen
Vliezen die om het embryo liggen.


Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Prenataal onderzoek
echoscopie
NIPT (niet-invasieve prenatale test): bloed van de moeder afgenomen. Het DNA van de baby wordt onderzocht op chromosoomafwijkingen.
vlokkentest: een klein beetje weefsel uit de placenta gehaald 
vruchtwaterpunctie:  via de buikwand en de wand van de baarmoeder wat vruchtwater weggezogen 

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Hoe lang is een vrouw gemiddeld zwanger?
A
9 maanden
B
11 maanden
C
1 jaar
D
8 maanden

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Waar dient vruchtwater voor?
A
Voeding voor de baby
B
Het is een bijproduct, het heeft geen nut
C
Daar wordt het bloed gezuiverd
D
Ter bescherming van de baby

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Als je zwanger bent wordt je nog steeds ongesteld
A
Waar
B
Niet waar

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Wanneer is een vrouw vruchtbaar?
A
Tijdens de menstruatie
B
tijdens de ovulatie
C
Vlak na de menstruatie
D
Vlak voor de menstruatie

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

           Theorie
Voorzie de theorie van (geanonimiseerde) voorbeelden, zodat de leerlingen beter weten wat er van hen verwacht wordt. 
Het is aan te raden om voorbeelden van verschillende kwaliteit te laten zien om kwaliteitsbesef bij te brengen.
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 38 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Instructie
Instructie
Bied je instructie gestructureerd en in 'kleine brokjes' aan. 
Voorzie de instructie van praktische- en herkenbare voorbeelden.
Checklist: (verwijder dit na het ontwerpen van je les!)
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 39 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen
  • Voorbeelden van (eerder gemaakt en geanonimiseerd) leerlingenwerk

Slide 40 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 

Wanneer is mijn opdracht goed?
Leerlingen noteren hier succescriteria

Slide 41 - Open question

Succescriteria
Hiermee maak je leerlingen duidelijk wat er van hen verwacht wordt en welke criteria bepalen of hun werk succesvol is. Dit helpt hen beter te begrijpen waar ze naartoe werken en verhoogt hun focus en motivatie. Door succescriteria te bespreken of samen met leerlingen op te stellen, bevorder je eigenaarschap en geef je hen een concreet kader om hun werk aan te toetsen tijdens en na het uitvoeren van de opdracht.
           Aan de slag
Taak: in groepjes een mindmap  maken die de relatie tussen menstruatie, ovulatie en zwangerschap laat zien.

“Wat gebeurt er tijdens de menstruatie?”
“Wat is de rol van de eicel en zaadcel bij bevruchting?”
“Hoe weet het lichaam dat het zwanger is?”
“Wat gebeurt er met het baarmoederslijmvlies tijdens een zwangerschap? Waarom?”
 “Waarom vindt er geen menstruatie plaats bij een zwangerschap?”


Scharniervragen om begrip te checken:
“Wat gebeurt er met de eicel als deze niet wordt bevrucht?”
“Waarom is de baarmoeder belangrijk tijdens een zwangerschap?”

Slide 42 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen

De vraag kan hier 
geplaatst worden.
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 43 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Afsluiting
Bespreken Mindmap en de bijbehorende doelen 


Huiswerk: 
Zwanger worden 
Maken blz. 120 tot 133 & leren blz. 134 tot 135
Geboorte 
Maken  blz. 136 tot 142 leren 142

Slide 44 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen
           uit deze les
Basisstof 3, 4 en 5. 

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket (formatief evalueren)

Zie voorbeelden in de map TOOLS van de gedeelde map.
Je kunt voor meer Exit tickets ook op onderstaande website kijken:

Slide 46 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Klik op de spinner
Formatief evalueren

Slide 48 - Slide

This item has no instructions


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 49 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 50 - Slide

This item has no instructions