This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 90 min
Report this lesson
Items in this lesson
Hoofdstuk 1 Canada: Dichtbij en veraf
1.1 Een groot en leeg land
Slide 1 - Slide
Je weet waar in Canada de meeste en minste mensen wonen.
Wat gaan we doen vandaag?
- Leerdoelen en introductie weekthema
- Uitleg kaarten
- Lezen
- Oefening
- Aan de slag!
- Afsluiting - Wie heeft er het allerbeste opgelet dit lesuur??!
Slide 2 - Slide
Je weet waar in Canada de meeste en minste mensen wonen.
Leerdoelen
- Je weet waar in Canada de meeste en minste mensen wonen.
- Je weet wat het verschil is tussen overzichts- en thematische kaarten.
- Je weet hoe je een kaart moet aflezen door gebruik te maken van vier kaart onderdelen.
- Je weet de topografie van Canada.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Video
<div>Je ziet hier de titel van de kaart. De titel heeft een onderwerp en is dus een <span style="font-weight: bold">thematische kaart</span>. Het onderwerp van deze kaart is de <span style="font-weight: bold">bevolkingsdichtheid van Canada</span>. Deze kaart laat dus het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/km2) in Canada zien. </div>
Slide 6 - Slide
Hier zie je de schaal van de kaart. Een <span style="font-weight: bold">schaal </span>geeft aan hoeveel een gebied op een kaart is verkleind.<div><br></div><div>Schaal is alleen maar een verhouding.</div><div>Sommige mensen denken dat "schaal" iets te maken heeft met centimeters, maar dat is onjuist. Als iets op schaal getekend is, geeft de schaal de verhouding aan tussen de tekening en de werkelijkheid.</div><div><br></div><div>Bij een schaal van 1:100 is een centimeter op de kaart 100 cm in werkelijkheid.</div><div>Maar ook is bij een schaal van 1:100 een millimeter op de kaart 100 mm in werkelijkheid.</div><div>En bij diezelfde schaal is de lengte van een gebouw in werkelijkheid 100 keer zo groot.</div><div><br></div><div>Een fietskaart met een schaal van 1:50.000</div><div>Elke afstand op de kaart is in werkelijkheid 50.000 keer zo groot.</div><div>1 cm op de kaart = 50.000 cm = 500 m = 0,5 km</div><div>2 cm op de kaart = 1 km</div><div> </div><div><br></div><div><br></div>
In een kaart staat soms een noordpijl. Als er geen noordpijl staat, is de bovenkant van de kaart het noorden.<div><br></div><div><br></div>
Dit is de titel van de kaart. Deze vind je vaak in de legenda van een kaart terug.
Alle symbolen en kleuren hiernaast zijn de <span style="font-weight: bold">legenda </span>van de kaart. Dat is <span style="font-weight: bold">de uitleg van de betekenis van de kleuren en de symbolen op een kaart.</span> In deze legenda zie je bijvoorbeeld dat een rode kleur op de kaart betekend dat het gebied een hoogteligging heeft van 3000m of meer. Dit betekend dat dat gebied dus hoger ligt dan 3000meter!!
Slide 7 - Slide
ZS
- Lees paragraaf 1 op blz. 8 en blz 9
- Dit doe je alleen en in stilte
- Als je iets niet begrijpt steek je je vinger op
- Je blijft op je plek
Als je eerder klaar bent, dan ga je zelf beginnen aan opgave 1 en 2 van je werkboek. Deze twee opdrachten vind je op blz. 5 van je werkboek.
timer
5:00
Slide 8 - Slide
Boeken dicht!!
Pak je laptop
Ga naar de website: www.lessonup.nl en log in met de pincode! :D
Slide 9 - Slide
⏎
Aardrijkskunde-domino! Leg de stenen op de goede plek zodat de juiste volgorde ontstaat.
1
2
3
4
5
6
Slide 10 - Drag question
De paardensprong
Maak met de paardensprong een woord van acht letters. Sleep daarna de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Dit woord begint met de letter N!
Tip: Als dit niet op een kaart staat, dan vind je het noorden altijd bovenin.
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal. <br><div><br></div><div>Er ontstaat bij een paardensprong altijd een <b>L-vorm</b>.</div>
N
O
P
R
L
O
D
IJ
Slide 11 - Drag question
Inloggen in lessonup - klas 1T2
1. Ga op je laptop naar www.lessonup.nl
2. Klik vandaag op ‘inloggen’ als leerling.
3. Log in met office 365. Dit is je leerlingnummer@calandlyceum.nl en je wachtwoord.
4. Klik links in je scherm op ‘klassen’ en voeg jezelf toe aan de klas: aqbdd
timer
5:00
Slide 12 - Slide
Inloggen in lessonup - klas 1THQ
1. Ga op je laptop naar www.lessonup.nl
2. Klik vandaag op ‘inloggen’ als leerling.
3. Log in met office 365. Dit is je leerlingnummer@calandlyceum.nl en je wachtwoord.
4. Klik links in je scherm op ‘klassen’ en voeg jezelf toe aan de klas: lwved
timer
5:00
Slide 13 - Slide
Inloggen in lessonup - klas 1THS
1. Ga op je laptop naar www.lessonup.nl
2. Klik vandaag op ‘inloggen’ als leerling.
3. Log in met office 365. Dit is je leerlingnummer@calandlyceum.nl en je wachtwoord.
4. Klik links in je scherm op ‘klassen’ en voeg jezelf toe aan de klas: wdgmz
timer
5:00
Slide 14 - Slide
Stel dat je al deze afstanden aflegt tijdens een weekendje weg in Calgary. Tel alle antwoorden van je groep bij elkaar op. Op welk antwoord komen jullie dan uit? Hoeveel km hebben jullie gelopen in de werkelijkheid? Rond af op vier getallen na de komma!
Slide 15 - Open question
De paardensprong
Maak met de paardensprong een woord van acht letters. Sleep daarna de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Dit woord begint met de letter G!
Tip: aardrijkskunde gaat over....
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal. <br><div><br></div><div>Er ontstaat bij een paardensprong altijd een <b>L-vorm</b>.</div>
E
N
D
E
I
B
E
G
Slide 16 - Drag question
Zelfstandig in stilte
timer
10:00
Lees in ZS paragraaf 1 op blz. 8 en 9 van het lesboek
Eerder klaar dan het belletje?
Doe je laptop open en ga aan de slag met op de opdrachten van paragraaf 1. Kijk op je skillstree welke opdrachten je moet maken. je mag zelf kiezen welke opdracht je als eerste doet.
Lees in ZS paragraaf 1 op blz. 8 en 9 van het lesboek
Eerder klaar dan het belletje?
Doe je laptop open en ga aan de slag met op de opdrachten van paragraaf 1. Kijk op je skillstree welke opdrachten je moet maken. je mag zelf kiezen welke opdracht je als eerste doet.