Startklaar
Kauwgom uit.
Oordopjes uit.
Jassen uit.
Ga op je plek zitten.
Telefoon in zakkie op de hoek van de tafel.
Pak je chromebook en log in LessonUp.
Tas onder je tafel.
minute
second
Wat gaan we doen vandaag?
Herhaling leerjaar 1: Huishoudtextiel (wassen en verzorgen)
Start nieuwe thema.
Uitleg over de theorie: 'Woonruimtes en sanitair professioneel schoonmaken'
Opdracht uitvoeren.
Na de pauze gaan jullie de opdracht presenteren aan elkaar.
Kennis piramide bespreken en invullen.
Afsluiting les.
Doelen:
Na de les is de theorie van huishoud textiel (wassen en verzorgen) weer opgefrist in het geheugen.
Na de les weet ik wat de schoonmaatregels zijn bij groothuishouding.
Na de les weet ik hoe ik interieur moet schoonmaken
Na de les weet ik hoe ik sanitair moet schoonmaken
Denken Duo Delen
Wat weet je nog over Textiel verzorging?
Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!
Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
minute
second
minute
second
'Het namen wiel'
Herhaling:
Textiel verzorging
Uit welke materialen kan textiel gemaakt worden? *Meerdere antwoorden zijn juist.
Natuurlijke grondstoffen
Kunstmatige grondstoffen
Geen grondstof
Onnatuurlijke grondstoffen
Textiel kan bestaan uit:
Natuurlijke grondstoffen:
Materiaal komt uit de natuur.
Plantaardig Dierlijk
Kunstmatige grondstoffen:
Materiaal worden in de fabriek gemaakt.
Half synthetisch Synthetisch
Zet het wasproces op juiste volgorde:
Was voorbereiden
Maak alle zakken leeg.
Sluit knopen en ritsen.
Rol opgestroopte mouwen af.
Keer spijkerbroek en truien binnenstebuiten.
T-shirts met een opdruk binnenstebuiten.
Poll
Waar moet je de was op sorteren?
Was sorteren op kleur
Witte was:
wit of lichtgekleurd wasgoed.
Bonte was:
gekleurd wasgoed
Donkere was:
zwart, donkerblauw of grijs wasgoed
Etiketten lezen
Samenstellingsetiket
Behandelingsetiket
Informatie over van welke
materiaal product gemaakt is.
Informatie over hoe je product moet wassen, strijken, drogen en reinigen.
Quiz
Was sorteren op temperatuur
Welke vormen van wasmiddel zijn er?
Wasmiddel:
Poedervorm, vloeibaar wasmiddel of capsules
Wasmiddel:
Doe jij thuis zelf de was?
Woonruimtes professioneel schoonmaken
Maak jij thuis wel eens schoon?
Ja
Soms
Nee
Een schone omgeving
Zorgt ervoor dat wij ons goed voelen.
Zorgt ervoor dat mensen een goede indruk krijgen.
Zorgt ervoor dat de ruimte hygiënisch is.
Zorgt ervoor dat materialen langer mee gaan.
Werkvolgorde
1. Werk van boven naar beneden.
Eerst boven op de kastjes.
Als laatste de vloer stofzuigen.
2. Werk van schoon naar vies
Eerst de wastafel
Als laatste het toilet
3. Werk van droog naar nat
Als laatst dweilen
Eest losse vuil stofzuigen
Schoonmaakplan
1. Wat moet er schoongemaakt worden?
2. Wie moet de schoonmaak uitvoeren?
3. Hoe wordt er schoongemaakt?
4. Hoevaak er schoongemaakt moet worden?
Welke schoonmaak taken worden er dagelijks uitgevoerd?
Schoonmaak methoden:
Welke schoonmaak materialen ken je?
Schoonmaak materialen:
Waarschuwingsbord
Na het dweilen is de vloer glas
Om klanten en collega's te waarschuwen
Verschillende schoonmaakmiddelen:
Wanneer gebruik je glasreiniger?
Voor raamkozijn
Voor zichtbaar vuil
Alle materialen van glas
Voor het fornuis
Schoonmaak middelen:
Reinigingsmiddel:
Verwijdert zichtbaar vuil.
Geschikt voor alle opervlakten en materialen.
Desinfectiemiddel:
Verwijdert onzichtbaar vuil.
Desinfecteren is het doden van micro- organismen.
Gebruik bij groot risico op besmetting.
Belangrijk bij gebruik van schoonmaakmiddelen:
Lees het etiket
Volg gebruiksaanwijzing
Juiste dosering
Dop erop!
Pictogrammen
Schoonmaakmiddelen kunnen gevaarlijke stoffen bevatten.
De gevaren van een schoonmaakmiddel worden met een pictogram weergegeven.
Wat betekend deze pictogram?
Gebruik in de buitenlucht
Geen brandgevaar
Zuurstof aanwezig
Brandgevaar
Wat betekend deze pictogram?
Bijtend effect op handen en ogen
Je mag dit schoonmaakmiddel mixen
Het mag in contact komen met je handen
Heeft geen bijtend effect op handen en ogen
Opdracht:
Werk in tweetallen:
Vorm een duo vanuit je groepje
Verdeling van rollen: Eén persoon voert de praktijkopdracht uit. De ander observeert en geeft feedback.
Na 10 minuten wisselen jullie om, iedere ronde duurt 20 minuten.
Aan de slag!
minute
second
Nabespreken Wat ging er goed? Geef een voorbeeld.
Denken Duo Delen
Wat weet je nu over textiel verzorging?
Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!
Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
minute
second
minute
second
Kennispiramide:
Pak je map erbij en ga naar je kennispiramide.
Wat heb je vandaag geleerd?
Vul dit in op je kennispiramide.
Doe de kennispiramide in je JDW map en zorg dat je deze elke les bij je hebt!
minute
second
Wat vond je van de afgelopen les?
Hebben jullie feedback voor mij?
Bedankt allemaal!!
Bedankt voor jullie inzet
en tot de volgende les!