Les 1: Textiel verzorging

1 / 52
next
Slide 1: Slide
New lesson editorZorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 52 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 140 min
Report this lesson

Items in this lesson

Startklaar

  • Kauwgom uit.

  • Oordopjes uit. 

  • Jassen uit.

  • Ga op je plek zitten.

  • Telefoon in zakkie op de hoek van de tafel.

  • Pak je chromebook en log in LessonUp.

  • Tas onder je tafel.

2

minute

00

second

Wat gaan we doen vandaag?

  •  Herhaling leerjaar 1: Huishoudtextiel (wassen en verzorgen)

  • Start nieuwe thema.


  • Uitleg over de theorie: 'Woonruimtes en sanitair professioneel schoonmaken'


  • Opdracht uitvoeren.

  • Na de pauze gaan jullie de opdracht presenteren aan elkaar.

  • Kennis piramide bespreken en invullen.

  • Afsluiting les.

Doelen:


  •  Na de les is de theorie van huishoud textiel (wassen en verzorgen) weer opgefrist in het geheugen.

  • Na de les weet ik wat de schoonmaatregels zijn bij groothuishouding.

  • Na de les weet ik hoe ik interieur moet schoonmaken

  •  Na de les weet ik hoe ik sanitair moet schoonmaken 

Denken Duo Delen

Wat weet je nog over Textiel verzorging?

  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!


  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.

  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.

1

minute

00

second

1

minute

00

second

'Het namen wiel'

Herhaling: 

Textiel verzorging

Uit welke materialen kan textiel gemaakt worden? *Meerdere antwoorden zijn juist.

A

Natuurlijke grondstoffen

B

Kunstmatige grondstoffen

C

Geen grondstof

D

Onnatuurlijke grondstoffen

Textiel kan bestaan uit:

Natuurlijke grondstoffen:

  • Materiaal komt uit de natuur.



Plantaardig          Dierlijk

Kunstmatige grondstoffen:

  •  Materiaal worden in de fabriek gemaakt.


Half synthetisch    Synthetisch 







Zet het wasproces op juiste volgorde:

Was voorbereiden

  •  Maak alle zakken leeg.

  •  Sluit knopen en ritsen.

  • Rol opgestroopte mouwen af.

  • Keer spijkerbroek en truien binnenstebuiten.

  •  T-shirts met een opdruk binnenstebuiten.

Poll

Waar moet je de was op sorteren?

Was sorteren op kleur

Witte was:

wit of lichtgekleurd wasgoed.

Bonte was:

gekleurd wasgoed

Donkere was:

zwart, donkerblauw of grijs wasgoed

Etiketten lezen

Samenstellingsetiket

Behandelingsetiket

Informatie over van welke 

materiaal product gemaakt is.

Informatie over hoe je product moet wassen, strijken, drogen en reinigen.

Quiz

Was sorteren op temperatuur

Welke vormen van wasmiddel zijn er?

Wasmiddel:

  • Poedervorm, vloeibaar wasmiddel of capsules 

Wasmiddel:

Doe jij thuis zelf de was?

Woonruimtes professioneel schoonmaken

Maak jij thuis wel eens schoon?

1

Ja

2

Soms

3

Nee

Een schone omgeving 


  • Zorgt ervoor dat wij ons goed voelen. 

  • Zorgt ervoor dat mensen een goede indruk krijgen. 

  • Zorgt ervoor dat de ruimte hygiënisch is. 

  • Zorgt ervoor dat materialen langer mee gaan. 

Werkvolgorde

1. Werk van boven naar beneden.

Eerst boven op de kastjes.

Als laatste de vloer stofzuigen.

2. Werk van schoon naar vies


Eerst de wastafel

Als laatste het toilet

3. Werk van droog naar nat

Als laatst dweilen

Eest losse vuil stofzuigen

Schoonmaakplan

1. Wat moet er schoongemaakt worden?

2. Wie moet de schoonmaak uitvoeren?

3. Hoe wordt er schoongemaakt?

4. Hoevaak er schoongemaakt moet worden?

Welke schoonmaak taken worden er dagelijks uitgevoerd?

Schoonmaak methoden:

Welke schoonmaak materialen ken je?

Schoonmaak materialen:

Waarschuwingsbord

  • Na het dweilen is de vloer glas 

  • Om klanten en collega's te waarschuwen 

Verschillende schoonmaakmiddelen:

Wanneer gebruik je glasreiniger?

A

Voor raamkozijn

B

Voor zichtbaar vuil

C

Alle materialen van glas

D

Voor het fornuis

Schoonmaak middelen:

Reinigingsmiddel:

  •  Verwijdert zichtbaar vuil.

  •  Geschikt voor alle opervlakten en materialen.


Desinfectiemiddel:

  •  Verwijdert onzichtbaar vuil.

  • Desinfecteren is het doden van micro- organismen.

  • Gebruik bij groot risico op besmetting.




Belangrijk bij gebruik van schoonmaakmiddelen:

  • Lees het etiket

  • Volg gebruiksaanwijzing

  • Juiste dosering

  • Dop erop!

Pictogrammen

  •  Schoonmaakmiddelen kunnen gevaarlijke stoffen bevatten.

  • De gevaren van een schoonmaakmiddel worden met een pictogram weergegeven. 



Wat betekend deze pictogram?

A

Gebruik in de buitenlucht

B

Geen brandgevaar

C

Zuurstof aanwezig

D

Brandgevaar

Wat betekend deze pictogram?

A

Bijtend effect op handen en ogen

B

Je mag dit schoonmaakmiddel mixen

C

Het mag in contact komen met je handen

D

Heeft geen bijtend effect op handen en ogen

Opdracht:

  1. Werk in tweetallen:

  2. Vorm een duo vanuit je groepje

  3. Verdeling van rollen: Eén persoon voert de praktijkopdracht uit. De ander observeert en geeft feedback.

  4. Na 10 minuten wisselen jullie om, iedere ronde duurt 20 minuten.


Aan de slag!

1

minute

00

second

Nabespreken Wat ging er goed? Geef een voorbeeld.

Denken Duo Delen

Wat weet je nu over textiel verzorging?

  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!


  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.

  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.

1

minute

00

second

1

minute

00

second

Kennispiramide:

  1. Pak je map erbij en ga naar je kennispiramide.

  2. Wat heb je vandaag geleerd?

  3. Vul dit in op je kennispiramide.

  4. Doe de kennispiramide in je JDW map en zorg dat je deze elke les bij je hebt!

1

minute

00

second

Wat vond je van de afgelopen les?

Hebben jullie feedback voor mij?

Bedankt allemaal!!

Bedankt voor jullie inzet 

en tot de volgende les!