De ontkenning

De ontkenningDe ontkenning
Herhaling
De ontkenning
1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De ontkenningDe ontkenning
Herhaling
De ontkenning

Slide 1 - Slide

Ontkennend maken
ne .... pas
om de persoonsvorm heen

Voorbeeld:
Je parle français.
Je ne parle pas français.

Slide 2 - Slide

Wanneer verandert "ne" in "n'"?
A
Als het woord daarna begint met een klinker
B
Als het woord daarna begint met een medeklinker
C
Als het een positief woord is
D
Als het na de persoonsvorm staat

Slide 3 - Quiz

Waaromheen plaats je de ontkenning "ne ... pas"?
A
Het onderwerp
B
De persoonsvorm

Slide 4 - Quiz

Welke zin is ontkennend?
A
J'aime la France.
B
Je n'aime pas la France.

Slide 5 - Quiz

Wat is de ontkenning van:
"J'habite à Bussum"?
A
J' ne habite pas à Bussum.
B
Je ne habite pas à Bussum.
C
Je n'habite pas à Bussum.
D
Je ne pas habite à Bussum.

Slide 6 - Quiz

Wat is de ontkenning van "c'est"?
A
c' n'est pas
B
ce n'est pas
C
c' ne est pas
D
ce ne est pas

Slide 7 - Quiz

1. Elle visite le restaurant ? Non, _____________________.

Slide 8 - Open question

2. Ils regardent la carte? Non, ____________________.

Slide 9 - Open question

3. Il aime le lait ? Non,_______________________.

Slide 10 - Open question

Il donne un cadeau?
Non, _______________________.

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

ne ... plus
ne ... jamais
ne ... rien
ne ... pas encore
niet meer
nooit
niets
nog niet

Slide 13 - Drag question

Wat betekent "Je ne vais plus à l'école"?
A
Ik ga nooit naar school.
B
Ik ga nog niet naar school.
C
Ik ga niet meer naar school.
D
Ik doe niets op school.

Slide 14 - Quiz

Voltooi:
Tu regardes la télé (niet meer).

Slide 15 - Open question

Voltooi:
Je parle français (nooit).

Slide 16 - Open question