Handel en slavernij in de 17e eeuw

Handel en slavernij in de 17e eeuw
1 / 15
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Handel en slavernij in de 17e eeuw

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen waarom kooplieden gingen samenwerken in een compagnie, en twee bijzondere kenmerken van de VOC en WIC noemen.
  • Aan het einde van de les kun je uitleggen waarom Europeanen op grote schaal in slaven handelden.
  • Aan het einde van de les kun je beschrijven wat er gebeurde met mensen die tot slaaf waren gemaakt.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over handel en slavernij in de 17e eeuw?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Het ontstaan en de werking van de VOC en WIC
  • VOC en WIC waren grote handelsbedrijven in de 17e eeuw
  • VOC handelde met Azië, WIC handelde met Amerika en Afrika
  • VOC had monopolie op handel met Azië, WIC had monopolie op handel met Amerika en Afrika
  • Bijzondere kenmerken: delen van winst onder investeerders, bouwen van forten, voeren van oorlogen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De redenen voor en de aard van de Europese slavenhandel
  • Europese landen, inclusief de Republiek, waren betrokken bij grootschalige slavenhandel
  • Mensen uit West-Afrika werden als slaven naar Amerika gebracht
  • Slaven werkten onder wrede omstandigheden op plantages
  • Slaven hadden geen rechten

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

De ervaringen en het leven van degenen die tot slaaf waren gemaakt
  • Slaven leefden onder wrede omstandigheden
  • Slaven hadden geen rechten
  • Slaven werden gedwongen om hard te werken op plantages
  • Slaven werden gescheiden van hun families en verloren hun vrijheid

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Definitielijst
  • Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC): Handelsbedrijf dat in 1602 werd opgericht. De VOC had als enige het recht om handel te drijven met gebieden in Azië.
  • Monopolie: Het recht om als enige handel te drijven.
  • West-Indische Compagnie (WIC): Handelsbedrijf dat in 1621 werd opgericht. De WIC had als enige het recht om handel te drijven met gebieden in Amerika en Afrika.
  • Wereldeconomie: Een economie waarin landen van over de hele wereld producten aan elkaar verkopen.
  • Driehoekshandel: De handel tussen West-Afrika, Amerika en Europa.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Wat waren de ervaringen van degenen die tot slaaf waren gemaakt?
A
Ze kregen dezelfde rechten als hun slavenhouders
B
Ze hadden de mogelijkheid om onderwijs te volgen
C
Ze werden gescheiden van hun families en verloren hun vrijheid
D
Ze konden hun eigen religie behouden

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurde er met mensen die tot slaaf waren gemaakt?
A
Ze mochten hun eigen bedrijven runnen
B
Ze leefden onder wrede omstandigheden
C
Ze werden gedwongen om hard te werken op plantages
D
Ze werden behandeld als gelijken

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Waarom handelden Europeanen op grote schaal in slaven?
A
Om goedkope arbeidskrachten te verkrijgen voor plantages
B
Om de slaven te bevrijden
C
Om politieke macht te vergroten
D
Om culturele uitwisseling te bevorderen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat waren twee bijzondere kenmerken van de VOC en WIC?
A
Monopolie op handel met Europa
B
Handel met Zuid-Amerika
C
Bouwen van forten
D
Delen van winst onder investeerders

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Waarom gingen kooplieden samenwerken in een compagnie?
A
Om politieke macht te verkrijgen
B
Om hun winst te vergroten
C
Om religieuze redenen
D
Om de slavenhandel te bevorderen

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 13 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 14 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 15 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.