3.3 Het hart

Welkom

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieWOStudiejaar 3

This lesson contains 15 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Welkom

  • Wat is het verschil tussen haarvaten, aders en slagaders?



  • Wat waren de kleine en de grote bloedsomloop en wat zijn de kenmerken/functies daarvan?




Bloedvaten & bloedsomlopen

  • Slagaders voeren bloed van het hart naar organen/weefsels.

  • Aders voeren bloed van organen/weefsels terug naar het hart

  • Haarvaten zijn dunne bloedvaten waar stoffen worden uitgewisseld tussen het bloed en de cellen.


  • Kleine bloedsomloop: bloed gaat van het hart naar de longen, waar zuurstof wordt opgenomen in het bloed en koolstofdioxide wordt afgegeven aan de lucht.


  • Grote bloedsomloop: bloed gaat van het hart naar het hele lichaam en komt daarna terug. In de organen worden zuurstof en voedingsstoffen afgegeven en afvalstoffen opgenomen.




3.3 Het hart

  • Kenmerken en functies leren herkennen van het hart en aansluitende bloedvaten.



  • Het hart ligt in de borstholte.


  • Functie: pomp voor de bloedsomloop:

    • Pompt zuurstofarm bloed naar de longen

    • Pompt zuurstofrijk bloed naar de organen


  • Bij plaatjes van het hart zijn rechts en links verwisseld!

  • Je hart is verbonden met veel verschillende aders en slagaders -> bloed met alle voedingsstoffen moet het lichaam rond!


  • Het hart bestaat uit 2 helften. Elke helft heeft een:

    • Boezem (bovenkant): pompen het bloed naar de kamers.

    • Kamer (onderkant): pompen het bloed naar de organen.



  • Zuurstofarm bloed uit je lichaam stroomt naar je hart via de bovenste en onderste holle aders naar de rechterboezem.


  • Vanuit de rechterboezem stroomt het zuurstofarme bloed naar de rechterkamer.


  • De rechterkamer pompt het bloed in de longslagader naar de longen.

  • Wat gebeurt er in de longen?


  • Zuurstofrijk bloed stroomt via de longaders terug naar het hart in de linkerboezem.


  • Van de linkerboezem stroomt het bloed naar de linkerkamer.


  • De linkerkamer pompt het bloed via de aorta naar alle organen van het lichaam, behalve de longen.

  • Het hart heeft zelf ook voedingstof-en zuurstofrijk bloed nodig.



  • De kransslagaders takken af van de aorta naar het hart toe. Via de kransaders stroomt bloed weer terug naar de rechterboezem.

Kleppen in het hart

  • Hartkleppen: verhinderen dat bloed terugstroomt van kamers naar boezems.


  • Halvemaanvormige kleppen: verhinderen dat bloed terugstroomt vanuit de aorta/longslagader de kamers in.


  • Waarom hebben kleppen in je hart deze vorm?


  • Bloed stroomt vanuit de hersenen naar de lever.


Beschrijf de route die het bloed aflegt. Noem daarbij:

linkerboezem, longslagader, lever (haarvaten), rechterkamer, aorta, hersenen, longaders, rechterboezem, longen (haarvaten), bovenste holle ader, linkerkamer, halsaders, leverslagader. Begin bij de hersenen.

2

minute

30

second


Hersenen → halsaders → bovenste holle ader → rechterboezem → rechterkamer → longslagader → longen (haarvaten) → longaders → linkerboezem → linkerkamer → aorta → leverslagader→ lever (haarvaten)






Maken opdrachten: 1 t/m 3


Huiswerk 1 t/m 6