Toets. Versie A: Toets: Een reis door de filosofie

Toets: Een reis door de filosofie
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingtestMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Toets: Een reis door de filosofie

Slide 1 - Slide

Deze toets bestaat uit
  • 12 Meerkeuze vragen
  • 9 Vragen bij tekst
  • 2 combinatie vragen
  • 2 open vragen

Slide 2 - Slide

12 meerkeuze vragen

Slide 3 - Slide


Lichaam en ziel vormen een eenheid volgens
A
Aristoteles
B
Plato
C
Socrates
D
Freud

Slide 4 - Quiz


Welke van de volgende onderdelen vormt de basis van Freuds persoonlijkheidstheorie?
A
De vijf stadia van psychoseksuele ontwikkeling
B
De vier temperamenten
C
De sociale leertheorie
D
Het id, ego en superego

Slide 5 - Quiz


Wat beschrijft Freud als de rol van het onderbewuste in ons gedrag?
A
Het heeft geen invloed op ons gedrag
B
Het beïnvloedt ons gedrag door onbewuste verlangens en herinneringen
C
Het is alleen verantwoordelijk voor dromen
D
Het is enkel een opslagplaats voor positieve ervaringen

Slide 6 - Quiz


"De waargenomen werkelijkheid is slechts een afspiegeling van de echte werkelijkheid."
A
Aristoteles
B
Plato
C
Socrates
D
Freud

Slide 7 - Quiz


8 meerkeuze vragen
8 meerkeuze vragen
Wat beweert Plato's ideeënleer voor?
A
Dat de ideeën de ware werkelijkheid zijn, terwijl de fysieke wereld slechts een schaduw is
B
Dat kennis alleen voortkomt uit empirische waarneming en ervaring
C
Dat de ziel niet bestaat en de mens uitsluitend een materieel wezen is
D
Dat de fysieke wereld de enige realiteit is en geen hogere werkelijkheid bestaat

Slide 8 - Quiz


8 meerkeuze vragen
8 meerkeuze vragen
Wat beweert Aristoteles over de realiteit?
A
Dat de ideeën de ware werkelijkheid zijn, terwijl de fysieke wereld slechts een schaduw is
B
Dat kennis alleen voortkomt uit empirische waarneming en ervaring
C
Dat de essentie van dingen alleen in een hogere werkelijkheid bestaat
D
Dat de fysieke wereld niet werkelijk is en niet op waarheid berust

Slide 9 - Quiz


Apologetiek betekent
A
Verdedigingsleer
B
Verlossingsleer
C
Verwezenlijkingsleer
D
Verzoeningsleer

Slide 10 - Quiz


Een agnost gelooft
A
niet in het bestaan van het bovennatuurlijke
B
dat alles te herleiden is tot materiële processen
C
dat het wetenschappelijk is aangetoond dat er geen hogere machten zijn
D
dat men het bestaan van hogere machten niet kan aantonen

Slide 11 - Quiz


Wat zei Karl Marx over religie in zijn beroemde uitspraak "Religie is de opium van het volk"?
A
Religie bevordert alleen de moraal in de samenleving.
B
Religie leidt tot een valse bewustzijn en verhult de werkelijke sociale en economische onderdrukking.
C
Religie biedt een echte oplossing voor sociale ongelijkheid.
D
Religie is noodzakelijk voor de ontwikkeling van de mensheid.

Slide 12 - Quiz


Welke van de volgende ideologieën is geïnspireerd door Marx's ideeën
A
Socialisme
B
Liberalisme
C
Fascisme
D
Anarchisme

Slide 13 - Quiz


Volgens Tolstoj, wat is de basis van morele 
normen en waarden?
A
De wetten van de staat en politieke macht
B
Het verlangen naar materieel welzijn en status
C
De universele liefde die voortkomen uit een relatie met God
D
Traditionele culturele normen die door de generaties heen zijn doorgegeven

Slide 14 - Quiz


Wat was een kenmerk van de sofisten in vergelijking met Socrates?
A
Sofisten geloofden in absolute waarheden en objectieve morele waarden
B
Sofisten waren gericht op retoriek en overtuiging, vaak zonder vaste waarheid
C
Sofisten weigerden om onderwijs aan te bieden aan hun leerlingen
D
Sofisten waren uitsluitend religieuze leraren

Slide 15 - Quiz

4 tekst vragen
9 Tekst Vragen

Slide 16 - Slide


1. Onder invloed van welke filosoof is dit denken ontstaan.
2. Geef duidelijk de overeenkomt aan met de filosoof en deze christelijke denkers.
3. Met welke term duiden we deze manier van denken aan.

Slide 17 - Open question


4. Hoe luidt de naam van deze stroming?
5. Waarom kun je ze eigenlijk geen filosofen noemen?
6. Wat is een moderne versie van deze groep filosofen?

 

Slide 18 - Open question


7. Hoe zou Plato aankijken tegen het feit dat God mens werd? 
Leg je antwoord duidelijk uit.
 

Slide 19 - Open question


8. Leg in je eigen woorden duidelijk uit wat Lewis bedoelt
 met zijn uitspraak. 
Klopt zijn (logische) argumentatie? Waarom wel/niet? 
 

Slide 20 - Open question


9.  Leg duidelijk uit hoe de kern van Marx' religiekritiek in dit citaat naar voren komt.
 

Slide 21 - Open question

4 tekst vragen
2 Combinatie Vragen

Slide 22 - Slide

Maak de juiste combinaties
Aristoteles
Nietzsche
Plato
Socrates
Freud
Lewis
Religie is een menselijke uitvinding.
“Als het heelal geen betekenis heeft, dan zouden wij er nooit achter zijn gekomen dat het geen betekenis heeft, net zoals wij in een heelal zonder licht, dus zonder wezens met ogen, nooit te weten waren gekomen dat het donker was.”
Het gaat niet om de schoonheid die je hebt, maar om de schoonheid die je verlangt.
Denk aan het schrijnende contrast tussen de stralende intelligentie van een gezond kind en de denkzwakte van de gemiddelde volwassene. Is het zo onmogelijk dat de religieuze opvoeding voor een groot deel schuld draagt aan deze relatieve degeneratie?
‎Het opleiden van de geest (het denken) zonder het hart op te voeden is helemaal geen onderwijs.‎

Het enige wat ik zeker weet, is dat ik niks weet.

Slide 23 - Drag question

Maak de juiste combinaties
Aristoteles
Marx
Plato
Socrates
Freud
Tolstoj
Niemand  doet vrijwillig kwaad. Wanneer een persoon kwaad doet, komt dat omdat hij waarschijnlijk niet weet wat goed voor hem is.
Onwetendheid is de bron van alle kwaad.
Een staat zal gelukkig zijn, waar wijsgeren koningen zullen zijn of koningen wijsgeren.
Geluk komt niet van de buitenwereld, maar van binnenuit.
Werken is het mooiste van de mens.

Ik ben zeker niet de eerste die is getroffen door de overeenkomst tussen de zogenaamde dwanghandelingen van neurotici en de verrichtingen waardoor de gelovige zijn devotie betuigt.

Slide 24 - Drag question

2 open vragen
2 Open Vragen

Slide 25 - Slide


Leg duidelijk uit wat Lewis bedoelt met de Tao. 
Geef aan wat er gebeurt als mensen zich hier niet aan houden.

Slide 26 - Open question


Beschrijf het belangrijkste verschil tussen het idee van "godsdienst als opium van het volk" (Marx) en "godsdienst als opium voor het volk" .

Slide 27 - Open question