What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Evenredigheden - intro
Module 5 Evenredigheden
Recht, omgekeerd of niet evenredig?
1 / 32
next
Slide 1:
Slide
Wiskunde
Secundair onderwijs
This lesson contains
32 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Module 5 Evenredigheden
Recht, omgekeerd of niet evenredig?
Slide 1 - Slide
1. Recht evenredig.
Voorbeeld 1:
We rijden met de trein naar Marseille in het Zuiden van Frankrijk.
De trein kan een constante snelheid aanhouden van 100 km/uur.
Slide 2 - Slide
De trein kan een constante snelheid aanhouden van 100 km/uur.
Hoeveel kilometer heeft de trein afgelegd na 1 uur?
A
0 km
B
100 km
C
50 km
D
120 km
Slide 3 - Quiz
De trein kan een constante snelheid aanhouden van 100 km/uur.
Hoeveel kilometer heeft de trein afgelegd na 2 uur?
A
200 km
B
3000 km
C
0 km
D
100 km
Slide 4 - Quiz
De trein kan een constante snelheid aanhouden van 100 km/uur.
Hoeveel kilometer heeft de trein afgelegd na 3 uur?
A
300 km
B
200 km
C
100 km
D
0 km
Slide 5 - Quiz
1. Recht even
redig.
De trein kan een constante snelheid aanhouden van 100 km/uur.
Hoe
meer
afstand ik afleg, hoe
meer
tijd ik onderweg ben.
Slide 6 - Slide
Recht, omgekeerd of niet evenredig?
A
Recht evenredig
B
Omgekeerd evenredig
C
Niet evenredig
Slide 7 - Quiz
Maaike gaat babysitten. Ze vraagt 5 euro per uur.
tijd (in uren)
0
1
2
6
10
12
bedrag (in euro)
0
5
10
30
50
60
Slide 8 - Slide
rechte door de oorsprong
Slide 9 - Slide
2. Omgekeerd evenredig
Ik schilder de muur van mijn woonkamer in 4u tijd.
Hoeveel tijd heb ik nodig als ik dat samen met Ann zou doen?
personen
1
2
tijd
4u
?
Slide 10 - Slide
2. Omgekeerd evenredig
Hoe
meer
personen met helpen met schilderen,
hoe
minder
tijd ik nodig heb om de muur te schilderen.
personen
1
2
tijd
4u
2u
Slide 11 - Slide
gemiddelde snelheid (in km/u)
20 km/u
40 km/u
60 km/u
80 km/u
100 km/u
120
km/u
reistijd (in uur)
60 u
30u
20u
15u
12u
10u
Mijn gezin gaat deze zomer op vakantie naar Venetië.
De afstand tussen Brussel-Venetië is 1200 km.
De tabel geeft de reistijd aan in functie van de gemiddelde snelheid.
Hoe
sneller
ik rij,
hoe
minder
tijd ik nodig heb om ergens te geraken.
Slide 12 - Slide
hyperbooltak
Slide 13 - Slide
Recht, omgekeerd of niet evenredig?
A
Recht evenredig
B
Omgekeerd evenredig
C
Niet evenredig
Slide 14 - Quiz
aantal leerlingen
40
45
50
55
reistijd (in uur)
16
16
16
16
3. Niet evenredig
De leerlingen van het zesde jaar reizen per bus naar Italië. Het zesde jaar bestaat uit 4 klassen. Elke klas zit in een bus. Ze doen er elk 16u over.
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Recht, omgekeerd of niet evenredig?
A
Recht evenredig
B
Omgekeerd evenredig
C
Niet evenredig
Slide 17 - Quiz
Recht evenredig
Omgekeerd evenredig
Slide 18 - Slide
Recht evenredig
Omgekeerd evenredig
Slide 19 - Drag question
Oefenen maar! ☺
Slide 20 - Slide
Welk soort
evenredigheid?
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 21 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
Het aantal werklieden en de tijd die ze nodig hebben om een werk uit te voeren
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 22 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
De afmetingen op een stadsplan en de afmetingen in werkelijkheid.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 23 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
De prijs van 1 liter benzine en het aantal liter dat je voor € 30 tankt.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 24 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
De grootte van de lottowinst en het aantal winnaars.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 25 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
Het lichaamsgewicht en de leeftijd van een persoon.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 26 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
De oppervlakte van een muur en de hoeveelheid verf die nodig is om die muur te schilderen.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 27 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
De afstand tot een onweer en de tijd tussen bliksemflits en donderslag.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 28 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
Het aantal Pokémonkaarten per kind en het aantal kinderen als 150 Pokémonkaarten worden verdeeld
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 29 - Quiz
Welk soort evenredigheid?
Het loon van een leraar wiskunde en het aantal leerlingen die hij heeft in zijn klas.
A
Recht evenredig
B
Niet evenredig
C
Omgekeerd evenredig
Slide 30 - Quiz
Is deze grafiek
recht evenredig?
A
JA
B
NEE
Slide 31 - Quiz
Geef voorbeelden van evenredigheden in het dagelijks leven.
Noteer erbij R.E of O.E. of N.E.
Slide 32 - Open question
More lessons like this
Les 1 VRT Mobiliteit
March 2023
-
53 slides
Mediawijsheid
Secundair onderwijs
EDUbox
Les 99: Driehoeken indelen volgens de zijden
January 2025
-
15 slides
Wiskunde
Lager onderwijs
Les 1: Welkom in het Gallo-Romeins Museum!
January 2026
-
15 slides
Wereldoriëntatie
Gallo-Romeins Museum
+1
Lager onderwijs
Spelling T2L5: Ik, jij of wij
November 2025
-
14 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Kunst en cultuur - Opdracht 2: Wat is kunst en cultuur?
24 days ago
-
28 slides
New lesson editor
Algemene Vorming
Secundair onderwijs
Les 32 Hoeken - driehoeken
January 2025
-
22 slides
Wiskunde
Lager onderwijs
Creatief Schrijven: Helden en schurken
10 hours ago
-
7 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Kinderrechten 2024
November 2024
-
20 slides
W.O.
Lager onderwijs