Beim Arzt

Doel: 
Je kan bij een bezoek aan een arts/ de apotheek je klachten omschrijven. 
Je kan het advies van de arts of van de apotheker begrijpen.
1 / 29
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Doel: 
Je kan bij een bezoek aan een arts/ de apotheek je klachten omschrijven. 
Je kan het advies van de arts of van de apotheker begrijpen.

Slide 1 - Slide

8

Slide 2 - Video

00:18
Wat zijn de klachten van de zoon van de vrouw?
A
keelpijn
B
hoesten
C
hoofdpijn
D
neusverkoudheid

Slide 3 - Quiz

00:23
Hoeveel graden koorts heeft haar zoon?
A
37,8 graden
B
38 graden
C
38,5 graden
D
38,8 graden

Slide 4 - Quiz

00:27
Vanaf wanneer heeft een mens koorts?
A
Vanaf 36,5 graden
B
Vanaf 37 graden
C
Vanaf 37,5 graden
D
Vanaf 38 graden

Slide 5 - Quiz

00:36
Hoe voelt de zoon van de vrouw zich?

Slide 6 - Open question

00:48
Waar helpen de medicijnen tegen?
A
verkoudheid
B
hoofdpijn
C
keelpijn
D
koorts

Slide 7 - Quiz

00:56
Hoe lang moet de zoon in bed blijven?

Slide 8 - Open question

01:00
Wat is nog meer belangrijk?
A
veel drinken
B
veel eten
C
veel wandelen
D
veel slapen

Slide 9 - Quiz

01:16
Gute Besserung betekent

Slide 10 - Open question

Jetzt üben wir den Wortschatz!

Slide 11 - Slide

 der Arm
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
das Knie
 die Hand
die Finger
der Rücken
der Fuß
der Hals
das Bein
die Zehen
 der Kopf

Slide 12 - Drag question

Sleep het woord in de juiste groep
Körperteile
Krankheit
Genesung
die Apotheke
der Bauch
der Muskelkater
das Medikament
der Heuschnupfen
das Krankenhaus
die Erkältung
die Halsschmerzen
der Rücken
das Bein
die Nase
die Grippe
der Arm
Gute Besserung!
zum Arzt gehen

Slide 13 - Drag question

die Erkältung
das Ohr
das Fieber
der Rücken
der Mund
die Kopfschmerzen
de verkoudheid
het oor
de koorts
de rug
de mond
de hoofdpijn

Slide 14 - Drag question

Was für einen Beruf hat dieser Mann?
A
Zahnarzt
B
Hausarzt
C
Chirurg
D
Elektriker

Slide 15 - Quiz

Was habe ich?
A
Kopfschmerzen
B
Zahnschmerzen
C
Bauchschmerzen
D
Rückenschmerzen

Slide 16 - Quiz

Was bedeutet
Gute Besserung
A
Goeden dag
B
beterschap
C
Ik kan het beter
D
Ben je goed bezig?

Slide 17 - Quiz

Meine Hand (doet pijn).
A
schmerzt
B
tut weh
C
ist aua
D
tut aua

Slide 18 - Quiz

Ich habe Kopfschmerzen. Ich brauche .... (pijnstillers).
A
Schmerzmittel
B
Medikamente
C
Rezept
D
Pflaster

Slide 19 - Quiz

Ich habe eine Wunde. Ich brauche ein (pleister).
A
Schmerzmittel
B
Medikamente
C
Rezept
D
Pflaster

Slide 20 - Quiz

Ich muss in die Apotheke. Der Arzt hat mir ein ...... gegeben.
A
Schmerzmittel
B
Medikamente
C
Rezept
D
Pflaster

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Link

Jetzt üben wir die Situationen!
Jede Gruppe holt sich selbst eine Situation. Du brauchst 3 Blätter: Person A, B + Kontrolleblatt)! 

Fertig? Dann hole dir die nächste!

Slide 23 - Slide

Exitticket - Wie sage ich .....?


Exitticket!



Weißt du es noch?

Slide 24 - Slide

De arts vraagt: Wie geht es Ihnen?
Hoe reageer je als het slecht gaat?

Slide 25 - Open question

De arts vraagt: Haben Sie Schmerzen?
Hoe reageer je dat je hoofdpijn hebt?

Slide 26 - Open question

De arts zegt: Sie haben eine Erkältung.
Hoe reageer je als je vraagt of je medicijnen nodig hebt?

Slide 27 - Open question

Hoe neem je afscheid van de arts?

Slide 28 - Open question

Ik kan bij de dokter aangeven wat er aan de hand is.
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll