2.2 - week 37 - Lezen, hoofdletters

ZRGVEPL419AK
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

ZRGVEPL419AK

Slide 1 - Slide

WEEK 37 - Wat gaan we doen?
- Oefenexamen 2F -versie 1, iedereen gemaakt?
 - Nakijken opdrachten uit het werkboek:
opdracht 9, 10, 11, 13, 14
- Terugkoppeling vorige les
- Uitleg hoofdletters
- Huiswerk voor deze week

Slide 2 - Slide

DOEL

DE INLEIDING EN HET SLOT VAN EEN TEKST

- je weet dat een goede tekst bestaat uit een inleiding, middenstuk en slot (herhaling)

- je kunt de functie van de inleiding en het slot van een tekst benoemen

Slide 3 - Slide

INLEIDING

- vertelt op een interessante en boeiende manier wat het onderwerp van een tekst is

Slide 4 - Slide

INLEIDING
Naast het onderwerp wordt bijvoorbeeld:
- de aanleiding voor het schrijven van de tekst genoemd
- een voorbeeld bij het onderwerp gegeven
- een leuk, kort verhaaltje (anekdote) verteld
- een belangrijke vraag gesteld
- een mening (over het onderwerp) gegeven
- de hoofdgedachte van een tekst genoemd
-een deskundige over het onderwerp geïntroduceerd
- een korte samenvatting van de tekst gegeven

Slide 5 - Slide

MIDDENSTUK (KERN)

- bestaat vaak uit meerdere alinea's
- vertelt in elke alinea iets nieuws over het onderwerp (deelonderwerpen)
- elke alinea kan een tussenkopje hebben

Slide 6 - Slide

SLOT

- dit is de afronding van de tekst

Slide 7 - Slide

SLOT
In de afrondig wordt bijvoorbeeld:
- de hoofdgedachte van de tekst genoemd

- een advies gegeven

- een conclusie getrokken

- een korte samenvatting van de tekst gegeven

- een toekomstverwachting genoemd

- een vraag uit de inleiding beantwoord

Slide 8 - Slide

Weet je nog?
Wat is oriënterend lezen?
A
Bekijk de tekst en lees de eerste alinea
B
Lees de eerste en laatste zin van de alinea's
C
Bekijk de tekst en zoek de info die je nodig hebt
D
Lees de tekst helemaal en nauwkeurig

Slide 9 - Quiz

Weet je nog?
Wat is globaal lezen?
A
Bekijk de tekst en lees de eerste alinea
B
Lees de eerste en laatste zin van de alinea's
C
Bekijk de tekst en zoek de info die je nodig hebt
D
Lees de tekst helemaal en nauwkeurig

Slide 10 - Quiz

Weet je nog?
Wat is precies lezen?
A
Bekijk de tekst en lees de eerste alinea
B
Lees de eerste en laatste zin van de alinea's
C
Bekijk de tekst en zoek de info die je nodig hebt
D
Lees de tekst helemaal en nauwkeurig

Slide 11 - Quiz

Hoe is een goede tekst opgebouwd?
A
Inleiding en middenstuk
B
Inleiding, middenstuk en slot
C
Middenstuk en slot
D
Inleiding en slot

Slide 12 - Quiz

Wat vind je in het middenstuk van de tekst?
A
de inleiding
B
de mening van de schrijver
C
de conclusie
D
de deelonderwerpen

Slide 13 - Quiz

Wat is een deelonderwerp?
A
een onderwerp van een hoofdstuk
B
een aspect van het onderwerp
C
een aspect van het slot
D
een onderwerp van de eerste alinea

Slide 14 - Quiz

Wat zou een deelonderwerp kunnen zijn in een tekst over school?
A
De dierenwinkel
B
De geschiedenis van voetbal
C
Pauzes in de aula
D
Zakgeld

Slide 15 - Quiz

Wat zou een deelonderwerp kunnen zijn in een tekst over politiek?
A
Gezelschapsspellen
B
Verkiezingen
C
Vakantiereizen
D
De woestijn

Slide 16 - Quiz

Wat is een kernzin?
A
De eerste zin van de inleiding
B
De laatste zin van het slot
C
De belangrijkste zin van een tekst
D
De belangrijkste zin van een alinea

Slide 17 - Quiz

In de volgende slide zie je twee teksten.


Het zijn inleidingen van een tekst. 




Slide 18 - Slide

Lees (en beluister) de 2 teksten.

Slide 19 - Slide

Wat denk jij dat het onderwerp is van de hele tekst 'veilig naar de kermis?'?
A
zweefmolens
B
veiligheid van kermisattracties
C
ernstig gewond
D
ongeluk

Slide 20 - Quiz

Wat staat behalve het onderwerp nog meer in tekst 'Veilig naar de kermis?'?
A
De aanleiding voor het schrijven van de tekst
B
een belangrijke vraag
C
een mening over het onderwerp
D
een voorbeeld bij het onderwerp geven

Slide 21 - Quiz

Wat denk jij dat het onderwerp is van de hele tekst 'De week van het zieke kind'.
A
Kindra is ziek
B
Kinderkanker
C
De week van het zieke kind
D
Kindra kan niet naar school

Slide 22 - Quiz

Wat staat behalve het onderwerp nog meer in tekst 'De week van het zieke kind'?
A
Een belangrijke vraag
B
hoe de tekst wordt opgebouwd
C
een mening geven
D
een voorbeeld bij het onderwerp geven

Slide 23 - Quiz

In de volgende slide zie je twee teksten.


Het zijn slotalinea's van een tekst.




Slide 24 - Slide

Lees (en beluister) de 2 teksten.

Slide 25 - Slide

Welk soort slot is het slot in de tekst 'App Examengids'?
A
Een advies
B
een antwoord op de vraag uit de inleiding
C
een conclusie

Slide 26 - Quiz

Welk soort slot is het slot in de tekst 'Festival der Zoete Verleidingen'?
A
een advies
B
een conclusie
C
een toekomstverwachting

Slide 27 - Quiz

Hoofdletters

Slide 28 - Slide

WEL hoofdletters

- aan het begin van een zin

- bij namen: Kimberley, Feiya

- bij aardrijkskundige namen: Etten-Leur, Rucphen, Nederland

- bij woorden die afgeleid zijn van namen: Engels, Bredase

- bij straatnamen: Trivium, Stationsstraat, Parklaan

- bij merknamen van producten: Lays, Mercedes, Wicky

- bij namen van bedrijven: Praxis, Xenos, Lidl


Slide 29 - Slide

GEEN hoofdletters

- namen van dagen: vrijdag, maandag, woensdag

- namen van maanden: januari, mei, juli

- namen van seizoenen: lente, zomer, herfst, winter

- namen van windstreken: noorden, zuiden, oosten

- historische periodes: middeleeuwen, renaissance

- afleidingen van feestdagen: oudjaarsavond, paasei

- geloven: christendom, imam, paus, jodendom

Slide 30 - Slide

beste meneer de vries

In de bovenstaande zin moet...
A
1 hoofdletter
B
2 hoofdletters
C
3 hoofdletters
D
4 hoofdletters

Slide 31 - Quiz

augustus
A
hoofdletter
B
kleine letter

Slide 32 - Quiz

vaderdag
A
hoofdletter
B
kleine letter

Slide 33 - Quiz

Hoofdletters: goed of fout?
Zuid-Hollandse
A
goed
B
fout

Slide 34 - Quiz

De Kerstmarkt staat van Zondag 15 November in Amsterdam.
A
hoofdletters staan allemaal goed
B
1 fout
C
2 fouten
D
3 fouten

Slide 35 - Quiz

Waar staan de hoofdletters goed?
A
Meneer De Vries
B
meneer De Vries
C
meneer de Vries
D
Meneer De vries

Slide 36 - Quiz

Met pasen kun je paaseieren in het park in schagen zoeken.
Hoeveel hoofdletters mis je?
A
0
B
1
C
2
D
3

Slide 37 - Quiz

____ neem ik een glaasje wijn.
A
'S Avonds
B
'S avonds
C
's Avonds
D
's avonds

Slide 38 - Quiz

HUISWERK:
- WERKBOEK HOOFDSTUK LUISTEREN
-> OPDRACHT 4, 5, 6, 7

- STUDIEMETER
-> DEELVAARDIGHEID SPELLING: HOOFDLETTERS

Slide 39 - Slide